33 763 Toekomst van de krijgsmacht

Nr. 104 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 mei 2016

Hierbij informeer ik u over de resultaten van het onderzoek naar het internationaal medegebruik van het Joint Support Ship (JSS).

Zoals bekend, is het JSS in de periode november 2014 tot januari 2015 ingezet voor twee transporten van hulpgoederen naar West-Afrika in verband met de ebolacrisis. Het ging om in totaal ruim 260 voertuigen, zoals ambulances en terreinwagens, alsmede grote hoeveelheden beschermende kleding, bedden, medische goederen en voedsel. Deze hulpgoederen waren afkomstig van EU-partners, VN-organisaties en NGO’s.

Voorts bekend is het feit dat Defensie met verscheidene buitenlandse partners in gesprek is over vormen van structurele samenwerking. Het gaat om België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Van deze landen is de samenwerking met Duitsland op dit moment het verst uitgewerkt. U bent daarover reeds geïnformeerd met de brief van 25 januari jl. (Kamerstuk 33 763, nr. 93).

In deze brief wordt achtereenvolgens ingaan op de taken van het JSS, de uitgangspunten voor samenwerking, de mogelijkheden voor samenwerking, en enkele financiële aspecten.

Taken van het JSS

Zoals uiteengezet in onder andere de verwervingsbrief van 5 november 2009 (Kamerstuk 32 123 X, nr. 24) is het JSS gebouwd voor drie taken. In de eerste plaats is dat het bevoorraden van andere marineschepen op volle zee. Ruim tien jaar geleden was de aanstaande vervanging van het maritieme bevoorradingschip Hr.Ms. Zuiderkruis de voornaamste reden voor de bouw van een nieuw bevoorradingsschip.

Op grond van de Marinestudie van 2005 (Kamerstuk 30 300 X, nr. 9) heeft Defensie besloten het nieuwe bevoorradingsschip extra taken te geven. Maritieme eenheden treden steeds vaker dicht bij de kust op voor de uitvoering en ondersteuning van operaties op het land. Daarvoor is transportcapaciteit naar het operatiegebied nodig, maar ook capaciteit om eenheden in de beginfase van een operatie op het land vanuit zee te ondersteunen, onder meer met helikopters (sea basing). Het JSS is daarom gebouwd voor drie taken: bevoorrading op zee, strategisch zeetransport van zwaar materieel en sea basing. De veelzijdigheid van het schip biedt interessante mogelijkheden voor internationale samenwerking.

Uitgangspunten voor samenwerking

Internationale samenwerking is van groot belang. Door middel van samenwerking kunnen partners immers beschikken over capaciteiten die zij zelfstandig niet kunnen verwerven of in stand houden. Daarnaast draagt samenwerking met Europese partners bij tot een sterke Europese pijler in de Navo.

Over een langere periode bezien, is het JSS gemiddeld de helft van de tijd gereed en dus beschikbaar voor inzet. De andere helft van de tijd is nodig voor onderhoud en het opwerken van de bemanning. Steeds weer moet er derhalve een zorgvuldige afweging worden gemaakt tussen de verschillende vormen van inzet, ter ondersteuning van de eigen krijgsmacht of in het kader van internationale samenwerking.

Er zijn uiteenlopende vormen van internationale samenwerking denkbaar. Het kan bijvoorbeeld gaan om een permanent Navo-vlootverband maar ook om samenwerking met één of meer partners, eventueel in het kader van een crisisbeheersingsoperatie. Tegelijkertijd heeft het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) behoefte aan een capaciteit voor maritieme bevoorrading. Bevoorrading op zee is nodig om maritieme operaties langere tijd te kunnen volhouden en bijvoorbeeld oefenperiodes doelmatiger te gebruiken. Het JSS is thans het enige bevoorradingsschip van het CZSK. Als het JSS in een samenwerkingsverband wordt ingezet, kan bij het CZSK dan ook een behoefte aan vervangende bevoorradingscapaciteit ontstaan. Civiele capaciteit voor de bevoorrading op zee is niet beschikbaar. Het is dus zaak hierin de juiste balans te vinden.

Het JSS is een multifunctioneel schip en de meerwaarde van het JSS komt het best tot uiting als de inzetmogelijkheden zoveel mogelijk worden benut. Samenwerking met het JSS heeft in het bijzonder meerwaarde indien een partner de huidige gereduceerde bemanning kan aanvullen voor de uitvoering van andere taken dan de bevoorradingstaken.

Onder alle omstandigheden blijft het JSS echter een Nederlands marineschip met een Nederlandse commandant en een Nederlandse kernbemanning. Nederland besluit over de inzet van het schip, zoals dat met alle andere eenheden van de krijgsmacht het geval is.

Mogelijkheden voor internationale samenwerking

België: De marines van België en Nederland werken al heel lang zeer nauw samen. Het Belgische kabinet heeft in december 2015 het strategisch plan van de Belgische Minister van Defensie goedgekeurd. Dit strategisch plan bevat de hoofdlijnen van het defensiebeleid voor de komende jaren. De samenwerking met Nederland neemt daarin een belangrijke plaats in. Elementen van het strategisch plan moeten nog verder worden uitgewerkt.

De Belgische Minister van Defensie heeft in januari jl. aangekondigd de mogelijkheden te willen onderzoeken voor samenwerking op het gebied van het JSS, bijvoorbeeld door bijdragen met personeel, ten aanzien van de exploitatie of op het gebied van helikopters. België en Nederland bekijken hiervoor nu gezamenlijk de mogelijkheden.

Duitsland: De marines van Duitsland en Nederland werken eveneens samen. Zij hebben de ambitie om gezamenlijk een capaciteit te ontwikkelen voor strategisch transport en seabasing. Ik heb hierover op 4 februari jl. in Amsterdam met mijn Duitse collega een Letter of Intent (LoI) ondertekend aan boord van Zr.Ms. Karel Doorman.

De twee belangrijkste elementen van deze LoI met Duitsland zijn de samenwerking op het gebied van strategisch transport en seabasing waarvan het JSS de kern vormt, en de integratie van het Seebataillon van de Bundesmarine in het CZSK. Het Seebataillon is een eenheid van ongeveer 800 militairen met bijzondere capaciteiten zoals duikers, maritieme beveiligers, amfibische verkenners, mijnenexperts en boardingteams. Het CZSK beschikt over vergelijkbare capaciteiten en de opties voor integratie worden momenteel verder uitgewerkt. Het Seebataillon blijft in Duitsland gestationeerd.

De Duitse marine zal bijdragen aan het JSS kunnen leveren met personeel en capaciteiten afhankelijk van het doel van de inzet. Het kan gaan om delen van het Seebataillon, maar ook om personeel voor de uitvoering van andere taken van het JSS, zoals de transporttaak of voor het hospitaal. Naast het JSS kunnen ook de twee Landing Platform Docks (LPD’s) Zr.Ms. Rotterdam en Zr.Ms. Johan de Witt een rol spelen bij deze samenwerking.

Beide marines streven naar meer interoperabiliteit door de ontwikkeling van gezamenlijke doctrines, gezamenlijke oefeningen en samenwerking bij de aanschaf van materieel. Zij zullen afspraken maken over de beschikbaarheid van het JSS voor gezamenlijke activiteiten en over de beschikbaarheid van Duitse bevoorradingscapaciteit voor Nederland.

Duitsland heeft inmiddels besloten af te zien van de aanschaf van een eigen JSS-capaciteit. In het materieeloverzicht dat het Duitse Ministerie van Defensie eind januari jl. heeft gepubliceerd, is de behoefte aan twee JSS-schepen geschrapt omdat de behoefte grotendeels wordt vervuld door internationale samenwerking.

Verenigd Koninkrijk: Ook het Verenigd Koninkrijk heeft belangstelling voor het JSS. Een belangrijk aspect daarbij is de mogelijke bijdrage met het JSS aan de Joint Expeditionary Force (JEF). De door het Verenigd Koninkrijk geleide JEF wordt een snelle reactiemacht die overal ter wereld inzetbaar is bij crises, ter ondersteuning van de Navo, de EU, de VN of coalitions of the willing. Het wordt een expeditionaire eenheid voor snelle inzet, opgebouwd rondom Britse eenheden, concepten en voorzieningen. Op 30 november 2015 heb ik met collega’s uit Denemarken, Estland, Letland, Litouwen, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk het oprichtingsdocument van de JEF ondertekend.

De JEF wordt een internationale pool of forces. Dit betekent dat de landen een principebijdrage benoemen, maar dat bij moment van inzet concreet wordt bezien welke capaciteiten beschikbaar zijn. De inzet wordt te allen tijde afgewogen tegen de andere internationale toezeggingen en verplichtingen.

De Nederlandse inbreng in de JEF bestaat in beginsel uit het Nederlandse deel van de UK/NL Amphibious Force, bestaande uit een staf, marinierseenheden en schepen, waaronder het JSS. Het JSS is als platform uitermate geschikt, en gewild, voor het samenbrengen van de diverse capaciteiten van de partnerlanden bij een inzet.

Financiële aspecten

Behalve als sprake is van bijdragen aan crisisbeheersingsoperaties, wordt de inzet van het JSS gefinancierd vanuit de bestaande kaders van het budget voor gereedstelling van beleidsartikel 2: Taakuitvoering Zeestrijdkrachten. Dit geldt zowel voor de inzet van het JSS voor de ondersteuning van de eigen krijgsmacht, bijvoorbeeld voor oefeningen en trainingen, als voor de inzet in het kader van internationale samenwerking. Met Duitsland is afgesproken dat de gezamenlijke activiteiten in beginsel worden verrekend volgens de Navo-standaardprocedures. Defensie zal met Duitsland in een Technical Arrangement gedetailleerde afspraken maken over de samenwerking op marinegebied waarbij ook de financiële aspecten aan de orde komen.

Ten slotte

De internationale belangstelling voor samenwerking op het gebied van het JSS is groot. Het schip voorziet duidelijk in een internationale behoefte en het blijft, zodra gerepareerd, een aanwinst voor Defensie.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

Naar boven