33 514 (R1998) Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in verband met de wijziging van Boek 1 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek betreffende het ontstaan van het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie

A VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR VEILIGHEID EN JUSTITIE1

Vastgesteld 17 september 2013

Het voorbereidend onderzoek heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

Inleiding

De leden van de fractie van de SP hebben kennis genomen van het wetsvoorstel, dat nodig is als wetsvoorstel 33032 – Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie wordt aangenomen. Voor dat geval hebben deze leden nog een enkele vraag.

Art. 1

In de artikelsgewijze toelichting staat dat als een Nederlandse vrouw het moederschap naar buitenlands recht heeft verkregen (bedoeld wordt, nemen de leen van de SP-fractie aan, het duomoederschap), zij het Nederlanderschap niet zonder meer doorgeeft aan het kind. Het hangt er dan vanaf of het moederschap van deze vrouw naar internationaal privaatrecht voor erkenning in aanmerking komt. Moeten de leden van de SP-fractie dit als volgt begrijpen?

Een Nederlandse vrouw trouwt in Zweden met een Zweedse vrouw. Deze Zweedse vrouw krijgt een kind. Stel Zweeds recht bepaalt, net als het Nederlandse recht, dat de Nederlandse duomoeder van rechtswege juridisch ouder wordt. Nu zegt de toelichting: «De eerste vraag die beantwoord moet worden is of het moederschap van deze vrouw op grond van de regels van internationaal privaatrecht voor erkenning in aanmerking komt in Nederland, Aruba, Curacao en Sint Maarten of de BES». Als dat het geval is kan de Nederlandse vrouw haar Nederlanderschap doorgeven aan het kind. Wij vragen ons af of we niet onderscheid moeten maken tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland. Wij kunnen ons voorstellen dat dit moederschap in Europees Nederland wordt erkend, maar niet in Caribisch Nederland. Er is immers er geen Nederlandse rechter aan te pas gekomen (zie volgende vraag), waardoor het Nederlanderschap van het kind aldaar ook niet erkend kan worden. Zien de leden van de SP-fractie dat goed?

Art. 4 lid 1

In de memorie van toelichting stelt de regering dat het moederschap naar Nederlands recht in de overige delen van het koninkrijk erkend zal moeten worden op grond van art. 40 van het statuut en art. 5 Invoeringswet BES. Beide, gelijkluidende artikelen gaan over rechterlijke vonnissen en bevelen. In wetsvoorstel 33 032 wordt het moederschap door de duomoeder verkregen ofwel van rechtswege ofwel door erkenning ingeval van een bekende donor.

In beide gevallen komt er geen rechter aan te pas. De vraag is dan of het moederschap van de duomoeder op grond van de genoemde twee artikelen in de overige delen van het Koninkrijk zal worden erkend. Graag ontvangen de leden van de SP-fractie een nadere toelichting.

De leden van de vaste commissie voor Veiligheid & Justitie zien de reactie van de regering – bij voorkeur binnen vier weken – met belangstelling tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid & Justitie, Duthler

De griffier van de vaste commissie voor Veiligheid & Justitie, Van Dooren


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Kneppers-Heijnert (VVD), Kox (SP), Engels (D66), Franken (CDA), Thissen (GL), Nagel (50PLUS), Ruers (SP), Van Bijsterveld (CDA) (vicevoorzitter), Duthler (VVD) (voorzitter), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU), Quik-Schuijt (SP), Strik (GL), K.G. de Vries (PvdA), Knip (VVD), Hoekstra (CDA), Lokin-Sassen (CDA), Scholten (D66), Schouwenaar (VVD), De Boer (GL), De Lange (OSF), Ter Horst (PvdA), Beuving (PvdA), Koole (PvdA), Schrijver (PvdA), Reynaers (PVV), Popken (PVV), Frijters-Klijnen (PVV), Swagerman (VVD)

Naar boven