33 514 (R1998) Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in verband met de wijziging van Boek 1 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek betreffende het ontstaan van het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie

Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enige bepalingen van de Rijkswet op het Nederlanderschap te wijzigen in verband met de voorgestelde wijzigingen van de in het bij koninklijk boodschap van 4 oktober 2011 ingediende voorstel van wet tot wijziging van Boek 1 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek in verband met het juridische ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie (Kamerstukken 33 032);

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Rijkswet op het Nederlanderschap wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid onder c, komt te luiden:

c. moeder:

de vrouw tot wie het kind, anders dan door adoptie, in de eerste graad in opgaande lijn in familierechtelijke betrekking staat.

B

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «wiens vaderschap» vervangen door «van wie het ouderschap» en «vader» vervangen door: ouder.

2. In het vierde lid wordt «zijn biologische vaderschap» vervangen door: zijn biologische ouderschap.

C

In artikel 6, eerste lid, onder n, wordt «van het vaderschap» vervangen door: van het ouderschap.

D

In artikel 16, eerste lid, onder a, wordt «gerechtelijke vaststelling van het vaderschap» vervangen door: gerechtelijke vaststelling van het ouderschap.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Naar boven