33 400 Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën

AA BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de minister-president, minister van Algemene Zaken

Den Haag, 11 april 2013

Vooreerst bericht ik u dat de Eerste Kamer de Algemene Politieke Beschouwingen dit jaar op dinsdag 15 oktober wenst te houden. Zoals gebruikelijk, wordt op de aanwezigheid van alle ministers en staatssecretarissen gerekend. Indien een bewindspersoon wegens dringende Europese of internationale verplichtingen afwezig zou willen zijn, verneem ik dat graag tijdig per brief van die bewindspersoon. Ik zal op dergelijke brieven schriftelijk reageren.

Enkele malen hebben de Voorzitter van de Tweede Kamer en ik met u en de Minister van Financiën overleg gevoerd over de praktische consequenties van de uit Europese afspraken voortvloeiende verplichting de begrotingsbehandelingen in beginsel vóór 1 januari van het desbetreffende begrotingsjaar te hebben afgerond. Het voorschrift vergt een strakke planning van de Eerste Kamer die als parttime parlementair huis, zoals bekend, in beginsel alleen op dinsdagen kan vergaderen.

Juist in verband met de inplanning van begrotingsbehandelingen is het van belang dat zeer tijdig bekend is welke wetsvoorstellen de regering daarnaast als spoedeisend vóór 1 januari 2014 behandeld wenst te zien. Ik verzoek u mij vóór 1 juli 2013 per brief een overzicht te doen toekomen van de spoedeisende wetsvoorstellen als hier bedoeld, die in de tweede helft van dit jaar naar de wens van de regering in de Eerste Kamer op de rol komen. Ik verzoek daarbij tevens een deugdelijke motivering te verstrekken waaruit het spoedeisende karakter van de genoemde wetsvoorstellen blijkt. Ik wijs erop dat de commissies van de Eerste Kamer in beginsel tenminste zes weken nodig hebben voor een zorgvuldige voorbereiding van de behandeling van wetsvoorstellen. Om tot een goede behandeling van wetsvoorstellen te kunnen komen zullen wetsvoorstellen die vóór 1 januari moeten worden afgewikkeld de Eerste Kamer in september en oktober goed gespreid moeten bereiken, waarbij 29 oktober de uiterste datum is voor het in behandeling nemen (dit betekent: stemming in Tweede Kamer uiterlijk donderdag 17 oktober). Het spreekt van zelf dat stapeling van spoedeisende wetsvoorstellen de gangbare termijnen van behandeling zal verlengen. Daarom dring ik aan op terughoudendheid bij het inroepen door de regering van «spoedeisendheid». Ik wijs erop dat de agenda van (16/)17 december 2013, de laatste vergaderdag(en) van dit jaar, reeds goeddeels gevuld zal zijn met de behandeling van het belastingplan.

Zoals gebruikelijk zal de Eerste Kamer zich inspannen tijdig bij haar ingediende wetsvoorstellen voor 1 januari te behandelen. Zij vertrouwt dat het kabinet ten volle rekening houdt met de beperkte vergadertijd waarover de Eerste Kamer beschikt.

De voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, G.J. de Graaf

Naar boven