32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 101 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 december 2013

In de beleidsvisie op het Toegepast Onderzoek (Kamerstuk 32 637, nr. 68) heb ik aangegeven dat ik uw Kamer voor het eind van het jaar zal informeren over mijn verkenning naar de wenselijkheid om alle toegepaste onderzoeksinstituten onder eenzelfde wettelijk kader te brengen.

Verder heb ik in het Algemeen Overleg over het Bedrijfslevenbeleid van 19 november jl. toegezegd dat ik rond de jaarwisseling de Kamer zal informeren over de praktijk rond klachten over oneerlijke concurrentie, toepassing van gedragsregels en afhandeling van die klachten.

Ik wil u hierbij informeren dat ik, vanwege de benodigde afstemming met de onderzoeksinstituten en met de betrokken departementen, de toegezegde brief begin februari 2014 naar u zal sturen. Ik zal daarbij ook ingaan op de motie Lucas (Kamerstuk 32 637, nr. 96) die verzoekt om de werkwijze van Marin, Deltares en NLR als uitgangspunt te nemen bij de uniformering en aanpak van oneerlijke concurrentie door publieke kennisinstituten binnen het topsectorenbeleid.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

Naar boven