32 531 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Arbeidstijdenwet in verband met de invoering van een maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs

Nr. 18 AMENDEMENT VAN HET LID DIJKGRAAF TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 81

Ontvangen 22 april 2011

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel B, komt artikel 6f als volgt te luiden:

Artikel 6f. Maatschappelijke stage

Een onderwijsprogramma in het voortgezet onderwijs kan mede een maatschappelijke stage omvatten.

II

In artikel I komt onderdeel B1 te vervallen.

III

In artikel I, onderdeel C, subonderdeel 2, wordt de zinsnede «moet worden besteed» vervangen door: mag worden besteed.

IV

In artikel I, onderdeel D, wordt het derde lid als volgt gewijzigd:

1. In subonderdeel a wordt de zinsnede «moet worden besteed» vervangen door: mag worden besteed.

2. Onder verlettering van de subonderdelen c en d tot b en c komt subonderdeel b (oud) te vervallen.

V

In artikel I, onderdeel E, wordt na «alsmede» ingevoegd:, indien van toepassing,.

Toelichting

Volgens nadere toelichting van de regering geeft de maatschappelijke stage geen concrete invulling aan de wettelijke opdracht tot burgerschapsvorming. De maatschappelijke stage is een nieuwe wettelijke opdracht voor het onderwijs. Ondergetekende is van mening dat scholen niet met nieuwe maatschappelijke taken belast moeten worden. Bovendien kan de maatschappelijke stage moeilijk anders gezien worden dan als uitwerking van de wettelijke burgerschapsopdracht. Daarmee is de didactische vrijheid van scholen in het geding. Scholen moeten de vrijheid hebben te kiezen voor de maatschappelijke stage. Dit amendement voorziet daarom in een facultatieve regeling van de maatschappelijke stage.

Dijkgraaf


X Noot
1

Vervangen i.v.m. wijziging van de toelichting.

Naar boven