32 445 Wijziging van hoofdstuk 17 van de Wet milieubeheer, houdende aanpassing van de regeling voor het melden van ongewone voorvallen

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om te komen tot een differentiatie van de regeling voor het melden van ongewone voorvallen, zoals deze is opgenomen in titel 17.1 van de Wet milieubeheer en nader is uitgewerkt in de jurisprudentie van de bestuursrechter;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 17.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na het eerste lid worden, onder vernummering van het tweede en derde lid tot vierde en vijfde lid, twee leden ingevoegd, luidende:

  • 2. Het bevoegd gezag kan in een omgevingsvergunning voor een inrichting of bij een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 8.42 voor een ongewoon voorval, waarvan de nadelige gevolgen voor het milieu niet significant zijn:

    • a. bepalen dat in afwijking van het eerste lid het voorval wordt geregistreerd;

    • b. voorschrijven binnen welke termijn het voorval wordt gemeld. Deze termijn kan afwijken van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, om het voorval zo spoedig mogelijk te melden.

  • 3. Indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, zijn het vierde en vijfde lid, alsmede de artikelen 17.3, 17.4 en 17.5, niet van toepassing.

2. De aanhef van het vierde lid (nieuw) komt te luiden:

In aanvulling op een melding als bedoeld in het eerste lid, verstrekt degene die de inrichting drijft, het betreffende bestuursorgaan tevens, zodra zij bekend zijn, de gegevens met betrekking tot:.

3. In de aanhef van het vijfde lid wordt «bedoeld in het eerste of tweede lid» vervangen door: bedoeld in het eerste of vierde lid.

4. Na het vijfde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 6. Het bestuursorgaan dat een melding als bedoeld in het tweede lid, onder b, ontvangt, geeft van die melding kennis aan de inspecteur.

B

In artikel 17.5a, eerste lid, tweede volzin, wordt «tweede en derde lid» vervangen door: vierde en vijfde lid.

C

In de artikelen 17.12, tweede lid, en 17.13, tweede lid, wordt «tweede lid» vervangen door: vierde lid.

D

In artikel 17.10, derde lid, 17.12, 17.13, derde lid, en 17.15, eerste lid, wordt «17.2, derde lid» (telkens) vervangen door: 17.2, vijfde lid.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Naar boven