32 353
Protocol, met Aanvullend Protocol, tot wijziging van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Slotprotocol, dat werd ondertekend te Wenen op 1 september 1970, zoals gewijzigd door het op 18 december 1989 te ’s-Gravenhage ondertekende Protocol, het op 26 november 2001 te ’s-Gravenhage ondertekende Protocol, en het op 8 oktober 2008 te Wenen ondertekende Protocol; ’s-Gravenhage, 8 september 2009

B
nr. 2
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 23 november 2009 en het nader rapport d.d. 10 maart 2010, aangeboden aan de Koningin door de minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 25 september 2009, no.09.002671, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de staatssecretaris van Financiën, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het Protocol, met Aanvullend Protocol, tot wijziging van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Slotprotocol, dat werd ondertekend te Wenen op 1 september 1970, zoals gewijzigd door het op 18 december 1989 te ’s-Gravenhage ondertekende Protocol, het op 26 november 2001 te ’s-Gravenhage ondertekende Protocol, en het op 8 oktober 2008 te Wenen ondertekende Protocol; ’s-Gravenhage, 8 september 2009 (Trb. 2009, ..), met toelichtende nota.

Het Protocol ziet op de uitwisseling van bankinformatie met het oog op de belastingheffing. De Raad onderschrijft de goedkeuring van het Protocol, maar plaatst daarbij enige kanttekeningen.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 25 september 2009, nr. 09.002 671, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermeld Protocol rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 13 november 2009, nr. W06.09.0370/III, bied ik U hierbij aan.

1. Informatie van derdelanden

De Raad wijst er op, dat nu het netwerk van verdragen ter voorkoming van dubbele belasting waarin is voorzien in informatie-uitwisseling en van zogenoemde Tax information exchange agreements (TIEA’s) steeds verder wordt vergroot, duidelijkheid dient te bestaan omtrent de wijze waarop informatie die van derdelanden verkregen is, moet worden behandeld. Indien deze informatie onbeperkt aan verdragspartners wordt verschaft, krijgt de in beginsel bilaterale werking van het verdrag een multilaterale werking, hetgeen tot zogenoemde information shopping kan leiden, waarbij een verdragspartner die geen informatieverdrag met een bepaald derdeland heeft gesloten, via het met Nederland gesloten informatieverdrag tracht informatie te verkrijgen uit dat derdeland indien dat derdeland wel met Nederland een informatieverdrag heeft gesloten.

De Raad adviseert in de toelichtende nota aandacht te geven aan deze ontwikkeling en het standpunt van Nederland ter zake uiteen te zetten.

1. Gevolg gevend aan het advies van de Raad over informatie van derdelanden is de toelichting bij artikel 1 op dit onderdeel aangevuld.

2. Trust

De Raad merkt op, dat in het Protocol geen specifieke regeling is getroffen ten aanzien van inlichtingen die berusten bij een trust, zoals wel is opgenomen in recente andere verdragen. Een zodanige bepaling kan van betekenis zijn voor de thans bij de Eerste Kamer der Staten-Generaal aanhangige voorstellen tot wijziging van de Successiewet 1956 en de Wet inkomstenbelasting 20011.

De Raad adviseert in de toelichtende nota aan dit aspect aandacht te geven.

2. Gevolg gevend aan het advies van de Raad over trusts is de toelichting bij artikel 1 op dit onderdeel aangevuld.

3. Tijdstip van toepassing

a. Artikel 3, laatste volzin, van het Protocol bepaalt dat de bepalingen van toepassing zijn op verzoeken gedaan ter zake van belastingtijdvakken beginnend op of na 1 januari 2010. Niet alle belastingen waarop het Protocol ziet kennen een belastingtijdvak.

De Raad adviseert in de toelichtende nota op de toepassing van het Protocol voor belastingen die geen belastingtijdvak kennen, in te gaan.

b. Artikel 3 van het Protocol, noch het Aanvullend Protocol treft een regeling voor het tijdstip van toepassing op verzoeken die betrekking hebben op de inkomensgerelateerde regelingen, bedoeld in het Aanvullend Protocol Ad artikel 27, vierde lid, of de uitbreiding die op grond van artikel 27, tweede lid, laatste volzin, van het Verdrag tot stand komt.

De Raad adviseert in de toelichtende nota op dit aspect in te gaan.

3. a en b. Gevolg gevend aan de adviezen van de Raad over het tijdstip van toepassing en over de inwerkingtreding is de toelichting bij artikel 3 op deze onderdelen aangevuld.

De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Protocol wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State,

H. D. Tjeenk Willink

Ik moge U, mede namens de Minister van Financiën, verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het Protocol vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen


XNoot
1

Kamerstukken II 2008/09, 31 930.

Naar boven