32 277
Kleine wijzigingen en reparaties in diverse wetten op het terrein van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer

nr. 4
NADER RAPPORT1

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt/uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State)

Hieronder is opgenomen het nader rapport d.d. 21 december 2009, aangeboden aan de Koningin door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 5 oktober 2009, nr. 09.002817, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen.

Dit advies, gedateerd 14 oktober 2009, nr. W08.09.0387/IV, bied ik U hierbij aan.

Het voorstel van wet geeft de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De Raad van State geeft in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De wijziging van artikel 6.12, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening is redactioneel aangepast ten opzichte van de versie die aan de Raad is voorgelegd. In dat lid wordt een bevoegdheid opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur gevallen aan te wijzen waarin van het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien. De redactionele wijziging houdt in dat die bevoegdheid in de aanhef, in plaats van in de opsomming, is opgenomen. Daarmee wordt duidelijker dat op de gevallen die bij die maatregel zijn aangewezen niet tevens de in de opsomming opgenomen voorwaarden van toepassing zijn.

Verder is het wetsvoorstel met enkele wijzigingen uitgebreid. Deze wijzigingen vloeien onder meer voort uit (de voorstellen voor) de Crisis- en herstelwet, de Waterwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Invoeringswet Wabo.

De meest omvattende wijziging is opgenomen in artikel X en heeft betrekking op de wet van 2 juli 2009 tot wijziging van de Woningwet (vereenvoudiging en herschikking grondslagen lagere regelgeving) (Stb. 324). De daarin opgenomen wijzigingen worden in overeenstemming gebracht met de tekst van de Woningwet, zoals die komt te luiden na wijziging door artikel 9.15 van de Invoeringswet Wabo.

Deze wijziging is nodig aangezien de eerdergenoemde wijziging van de Woningwet naar verwachting later in werking zal treden dat de Invoeringswet Wabo. In verband daarmee is voorts de inwerkingtredingsbepaling zo aangepast dat de wijziging van artikel 2.33 van de Wabo reeds vooruitlopend op genoemde wijziging van de Woningwet in werking kan treden.

De wijziging van artikel 2.14 van de Wabo zorgt ervoor dat de wijzigingen van dat artikel die zijn opgenomen in (de voorstellen voor) de Crisis- en herstelwet en de Invoeringwet Wabo op een correcte wijze worden doorgevoerd.

Een andere wijziging die samenhangt met de Crisis- en herstelwet betreft de wijziging van artikel 18 van de Wet bodembescherming. Aan dit artikel wordt een lid toegevoegd dat het mogelijk maakt om bij algemene maatregel van bestuur ten aanzien van warmte-koude-opslag te bepalen dat niet alleen provincies maar ook gemeenten bij verordening gebieden kunnen aanwijzen, waar een bijzonder beschermingsregime geldt. Deze wijziging is wenselijk met het oog op een goede uitvoering en wordt nader uiteengezet in de toelichting op artikel III, onder C.

In het artikel dat betrekking heeft op de Wet milieubeheer zijn twee wijzigingen opgenomen die nodig zijn in verband met de inwerkingtreding van de Waterwet en de afstemming op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het betreft onderdelen K en N, onder 2, van artikel V. Kortheidshalve wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij de betreffende onderdelen.

Tot slot zijn nog enkele technische wijzigingen van de Wet bodembescherming opgenomen. Het gaat om het herstel van verwijzingen en aanpassingen in verband met de nieuwe naam van de Technische commissie bodem.

In verband met bovenstaande wijzigingen zijn de bepalingen van het wetsvoorstel vernummerd en is de memorie van toelichting aangepast.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer


XNoot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven