nr. 2
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 21 november
2008 en het nader rapport d.d. 18 september 2009, aangeboden aan de Koningin
door de minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Raad van State
is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 30 oktober 2008, no. 08.003131, heeft
Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede
namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Raad van State ter overweging
aanhangig gemaakt het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de
Republiek Azerbeidzjan tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking
tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Protocol; Bakoe,
22 september 2008, met toelichtende nota.
Het verdrag bevat regels om dubbele belasting te vermijden en het ontgaan
van belasting te voorkomen met betrekking tot belastingen naar het inkomen
en naar het vermogen. De Raad onderschrijft de goedkeuring van het verdrag,
maar plaatst daarbij een kanttekening.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 30 oktober
2008, nr. 08.003131, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies
inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit
advies, gedateerd 21 november 2008, nr. W06.08.0459/III, bied ik U hierbij
aan.
1. In artikel XIII, onderdeel 3, van het protocol is opgenomen, dat
voor de toepassing van het verdrag de uitdrukking «lijfrente»
betekent een vaste som, periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen, gedurende
een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak, ingevolge een verbintenis
tot het doen van betalingen, welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie
in geld of geldswaarde staat. Deze omschrijving van het begrip «lijfrente»
wijkt aanmerkelijk af van hetgeen op grond van artikel 1.7 van de Wet inkomstenbelasting
2001 onder lijfrente wordt verstaan, in het bijzonder omdat in de omschrijving
niet is opgenomen dat de uitkeringen uiterlijk bij overlijden eindigen.
In de toelichtende nota is op de omschrijving van het begrip «lijfrente»
niet ingegaan.
De Raad adviseert de toelichtende nota op dit punt aan te vullen.
1. Gevolg gevend aan het advies van de Raad over de uitdrukking «lijfrente»,
is de toelichting op dit onderdeel aangevuld (artikel 18).
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij
het advies behorende bijlage.
2. Aan de redactionele kanttekeningen is gevolg gegeven.
3. Van de gelegenheid is tevens gebruik gemaakt de toelichting op
enkele onderdelen aan te vullen. Het betreft de inleiding en de toelichting
op de artikelen 2, 10, 13, 25 en 28.
De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld verdrag
wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande
aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State,
H. D. Tjeenk Willink
Ik moge U, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, verzoeken
mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld
van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te
leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
M. J. M. Verhagen
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no. W06.08.0459/III
met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
– Het opschrift van de toelichtende nota in overeenstemming brengen
met het opschrift van het verdrag.
– De toelichtende nota aanvullen aangezien artikel 5, vierde lid,
onderdeel e, van het verdrag niet overeenstemt met het Nederlands Standaardverdrag
en een toelichting terzake ontbreekt. De toelichtende nota daarnaast aanvullen
met een toelichting op artikel IV (inzake artikel 5) van het protocol.
– De toelichtende nota aanvullen met een toelichting op de laatste
volzin van artikel VI (inzake artikel 7) van het protocol.
– In de toelichting op artikel 8, tweede lid, onderdeel a, slotzinsnede,
van het verdrag, voor de beschrijving van het karakter van de in die slotzinsnede
bedoelde voordelen niet de terminologie «incidenteel karakter»
gebruiken, maar aansluiten bij de terminologie van het verdrag («voortvloeit
uit»).
– In artikel 14, tweede lid, van het Nederlands Standaardverdrag
staan «accountants» al vermeld in de opsomming van vrije beroepen.
In de laatste alinea van de toelichting op artikel 14 van het verdrag «accountants»
vervangen door (in het tweede lid van dit artikel toegevoegde) «registeraccountants».