32 024
Subsdiariteitstoets van het voorstel voor een richtlijn tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof en tot intrekking van Richtlijn 96/34/EG (COM(2009)410)

E
nr. 6
BRIEF1 VAN DE VOORZITTERS VAN DE EERSTE EN TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de vicevoorzitter van de Europese Commissie

Mevrouw M. Wallström

Den Haag, 15 oktober 2009

Beide Kamers der Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden hebben – overeenkomstig de door hen vastgestelde procedures – het voorstel voor een richtlijn tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof en tot intrekking van Richtlijn 96/34/EG – COM (2009)410, gepubliceerd 30 juli 2009, getoetst aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Zij hebben daarmee toepassing gegeven aan artikel 5 EG-Verdrag en Protocol 30 bij het Verdrag van Amsterdam betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel.

Beide Kamers der Staten-Generaal achten voor het voorstel voldoende rechtsgrondslag aanwezig in de artikelen 139, lid 2, en artikel 137 lid 1 van het EG-Verdrag. Tevens kunnen wij u berichten dat wij in het voorstel geen bezwaren zien met betrekking tot de subsidiariteit en proportionaliteit van de voorgestelde maatregelen.

Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal,

P. R. H. M. van der Linden

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

G. A. Verbeet


XNoot
1

Een gelijkluidende brief is verzonden aan de voorzitters van de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement, alsmede aan de Nederlandse regering en het secretariaat van COSAC.

Naar boven