32 024
Subsidiariteitstoets van het voorstel voor een richtlijn tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof en tot intrekking van Richtlijn 96/34/EG (COM(2009)410)

B
nr. 2
BRIEF VAN DE TIJDELIJKE GEMENGDE COMMISSIE SUBSIDIARITEITSTOETS

Aan:

De voorzitter en leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Eerste Kamer

De voorzitter en leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer

Den Haag, 18 augustus 2009

Zoals u bekend toetst de Tijdelijke Gemengde Commissie Subsidiariteitstoets samen met de betrokken vakcommissies voorstellen van de Europese Commissie aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit.

Onlangs heeft de Europese Commissie bovengenoemd richtlijnvoorstel gepubliceerd. Dit voorstel is geselecteerd voor de parlementaire subsidiariteitstoets (zie Kamerstuk 22 112, CB en nr. 771). In dat kader wordt u gevraagd om een gemotiveerd advies vast te stellen.

De TGCS verzoekt uw commissie om uiterlijk 24 september 12.00 uur een gemotiveerd advies vast te stellen over de vragen of voor onderhavig voorstel voldoende rechtsgrondslag in het EG-Verdrag bestaat en of met het voorstel is voldaan aan de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit (artikel 5 EG-Verdrag).

In dit verband wil ik u er overigens op wijzen dat de TGCS kennis heeft genomen van de besluitvorming in de Eerste Kamer dat de TGCS geen permanente status wordt verleend als gemengde commissie van beide Kamers (Kamerstukken I, 2008/09, 30 953, F en G). De uitvoering van dit besluit, te weten de beëindiging van de deelname van Eerste Kamerleden aan de TGCS, zal naar verwachting met ingang van het nieuwe parlementaire jaar plaatsvinden.

De procedurele afwikkeling van onderhavige subsidiariteitstoets staat op dit moment niet vast. Ik acht desondanks – gelet op de achtwekentermijn – het opstarten van de procedure in beide Kamers raadzaam. Deze adviesaanvraag dient u in dit licht te bezien. Zodra meer bekend is over het procedureel verloop van deze subsidiariteitstoets wordt u daarover geïnformeerd.

Voorzitter van de Tijdelijke Gemengde Commissie Subsidiariteitstoets,

Jan Jacob van Dijk

ADVIESAANVRAAG COM(2009)410 DEF

Toetsing aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit van het voorstel voor een richtlijn tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof en tot intrekking van Richtlijn 96/34/EG

Samenvatting voorstel

Het doel van het voorstel is, bij te dragen tot een betere combinatie van het werk, gezin en privéleven en tot de bevordering van de gelijkheid van vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt. Daartoe wil de Europese Commissie rechtsgevolg geven aan de herziene raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof die op 18 juni 2009 is gesloten door de Europese brancheoverkoepelende sociale partners (BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV). Deze vervangt hun eerdere overeenkomst van 14 december 1995. Richtlijn 96/34/EG, die rechtsgevolg gaf aan de eerste overeenkomst, zal dus worden ingetrokken.

De herziene overeenkomst verlengt het individuele recht op ouderschapsverlof van mannelijke en vrouwelijke werknemers van drie tot vier maanden en introduceert een aantal verbeteringen en verduidelijkingen met betrekking tot de uitoefening van dat recht.

Behandeltraject op Europees niveau

Behandeling in de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid 30 november 2009; besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid. Geen betrokkenheid Europees Parlement.

Rechtsgrondslag

Het voorstel is gebaseerd op artikel 139, lid 2, en artikel 137 lid 1 van het EG-Verdrag.

Artikel 139 lid 2 bepaalt dat de tenuitvoerlegging van overeenkomsten tussen de Europese sociale partners geschiedt hetzij door middel van de eigen procedures van de sociale partners, hetzij door middel van een besluit van de Raad, op voorstel van de Europese Commissie. In dit geval is voor de tweede optie gekozen.

Artikel 137 lid 1 bepaalt dat de EU bevoegd is, het optreden van de lidstaten aan te vullen op het gebied van (sub i) de gelijkheid van mannen en vrouwen wat hun kansen op de arbeidsmarkt en behandeling op het werk betreft.

Argumenten Europese Commissie ter zake van subsidiariteit

Het doel van dit voorstel is de actualisering van de bestaande Europese minimumnormen voor de toekenning van ouderschapsverlof aan werknemers met kleine kinderen en hun bescherming binnen de arbeidsbetrekking en daarbij gelijke voorwaarden te scheppen met betrekking tot dit cruciale aspect van de combinatie van werk, gezin en privéleven. Dit kan alleen door middel van een maatregel op EU-niveau worden bereikt en niet door de lidstaten alleen.

Doordat veelvuldig wordt verwezen naar de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten en de nationale sociale partners op een aantal specifieke gebieden, bevat het voorstel geen al te gedetailleerde verplichtingen en laat het veel ruimte voor aanpassing van de bepalingen aan de arbeidsmarkt van de betrokken lidstaat.

Het feit dat het voorstel is opgesteld door de legitieme vertegenwoordigers van de werknemers en werkgevers in plaats van door de Commissie, garandeert volgens de Europese Commissie dat het subsidiariteitsbeginsel wordt geëerbiedigd.

Argumenten Europese Commissie ter zake van proportionaliteit

Het voorstel bevat alleen minimumnormen; de lidstaten mogen desgewenst verdergaande bepalingen goedkeuren. De voorgestelde maatregel voldoet daarom volgens de Europese Commissie aan het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel.

Standpunt Nederlandse regering

Nog niet bekend. Naar verwachting zal de regering het voorstel steunen omdat het uit de sociale dialoog komt.

Naar boven