Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 31985 nr. E |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 31985 nr. E |
Vastgesteld 18 december 2025
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp over het EU-Mercosur akkoord. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 5 december 2025.
• De antwoordbrief van 15 december 2025.
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp, Karthaus
Aan de Staatssecretaris van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
Den Haag, 5 december 2025
De leden van de commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp (BDO) hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Handel van 24 november 20252 en van de kabinetsappreciatie3 over het EU-Mercosur akkoord dat u met de Minister van Buitenlandse Zaken op 14 november jl. naar de Tweede Kamer hebt gestuurd. De leden van de fracties van BBB, Volt en de Fractie-Visseren-Hamakers hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Kabinetsappreciatie EU-Mercosur akkoord.4 Deze leden zijn kritisch op het Mercosur-verdrag en willen hierover een aantal vragen aan u stellen.
Gelijk speelveld & concurrentie
1. Hoe beoordeelt u het risico dat Nederlandse en Europese boeren geconfronteerd worden met oneerlijke concurrentie van Mercosur-producten die niet voldoen aan Europese eisen op gebied van arbeid, dierenwelzijn en milieu?
2. Kunt u bevestigen dat Mercosur-landen geen gelijkwaardige verplichtingen hebben qua CO2-reductie en milieunormen, en hoe wordt dan toch een gelijk speelveld geborgd?
3. Welke instrumenten heeft Nederland om import van producten die niet voldoen aan EU-standaarden daadwerkelijk tegen te houden?
Controle & handhaving
4. Welke garanties zijn er dat voedselveiligheid, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en residunormen in Mercosur-producten daadwerkelijk worden gecontroleerd?
5. Kunt u inzicht geven in de capaciteit van NVWA en Europese inspectiediensten om naleving te controleren bij een stijging van importstromen?
6. Hoe vaak zijn Mercosur-producten in het verleden afgekeurd en wat zegt dat over toekomstige risico’s?
7. De leden van de BBB-fractie stellen vast dat landen in Zuid-Amerika bekend staan om de productie van harddrugs. De meeste landen die onderdeel zijn van Mercosur fungeren als doorvoerlanden van deze drugs naar Europese landen. Hoe groot schat u het risico in dat met de verhoogde handelsstromen van Mercosur-landen naar Europese landen, het moeilijker wordt om deze drugs op te sporen, ook met betrekking tot Bolivia, dat de derde producent van Zuid-Amerika is op het gebied van drugs? In de brief geeft u aan dat Bolivia, dat wel lid is van Mercosur, niet deelneemt aan het Mercosur-akkoord met de Europese Unie. Hoe groot acht u het risico in dat hierdoor de stroom van drugs naar Europa toe zal nemen, en hoe gaat het kabinet hierop acteren?
Landbouw & strategische autonomie
8. Hoe beoordeelt u de impact van dit verdrag op de toekomstbestendigheid van de Nederlandse landbouwsector, waaronder vlees- en zuivelproductie?
9. Past het vergroten van importafhankelijkheid van derde landen in de Europese strategie voor voedselzekerheid en strategische autonomie, zeker in tijden van geopolitieke onzekerheid?
10. Waarom kiest de EU ervoor om de eigen boer strengere regels op te leggen, terwijl ze gelijktijdig de markt verder opent voor landen die onder veel lagere standaarden produceren?
Duurzaamheid & ontbossing
11. Hoe betrouwbaar acht u de duurzaamheidsbepalingen in het verdrag, gezien de historische problemen met illegale ontbossing in onder andere Brazilië?
12. Welke sancties zijn er wanneer Mercosur-landen zich niet houden aan afspraken over ontbossing, en hoe realistisch is het dat deze afspraken worden toegepast?
13. Waarom wordt de Europese boer geconfronteerd met toenemende milieuregels, terwijl er via dit verdrag import mogelijk wordt die de mondiale klimaatdoelen juist onder druk kan zetten?
Economische risico’s voor Nederland
14. Kunt u aangeven welke sectoren in Nederland netto profiteren van het verdrag, en welke sectoren netto verliezen lijden?
15. Hoe verhoudt dit verdrag zich tot het verdienvermogen van het Nederlandse platteland, een speerpunt dat de leden van de BBB-fractie stelselmatig naar voren brengen?
16. Is er een impactanalyse specifiek gericht op de Nederlandse agrarische sector beschikbaar en kan deze met de Eerste Kamer worden gedeeld?
Transparantie & parlementaire betrokkenheid
17. Waarom heeft de Kamer geen volledige onderhandelingsdocumenten of effectstudies ontvangen die inzicht geven in de exacte gevolgen voor de Nederlandse landbouw?
18. Bent u bereid het verdrag niet te ratificeren zolang er geen garanties zijn voor volwaardige parlementaire betrokkenheid in zowel Nederland als op EU-niveau?
Politieke en maatschappelijke legitimiteit
19. Hoe beoordeelt u de grote maatschappelijke weerstand onder boerenorganisaties en voedselveiligheidsinstanties tegen het Mercosur-verdrag?
20. Waarom zou Nederland instemmen met een verdrag waar een groot deel van de primaire sector, die essentieel is voor voedselzekerheid, grote nadelen van ondervindt?
21. Kunt u garanderen dat de lasten van het verdrag niet op het bord komen van de Nederlandse boer terwijl de baten bij andere sectoren terechtkomen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de Volt-fractie
De leden van de Volt-fractie stellen de brief aangaande de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Handel van 24 november 2025 op prijs. De brief geeft echter aanleiding tot een aantal vragen.
1. Hoe wordt de ontbossingsclausule in de tekst van het Mercosur-verdrag effectief gewaarborgd nu de ontbossingsverordening wederom een jaar is uitgesteld?
2. Hoe wordt het mensenrechten- en duurzaamheidsaspect gewaarborgd in de gesplitste structuur van het Mercosur-verdrag, waarbij handel als Europese competentie en het politieke gedeelte gescheiden zijn?
3. Hoeveel ruimte is er na ratificatie van het verdrag om bij te sturen op het mensenrechten- en duurzaamheidsaspect?
Vragen en opmerkingen van het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers
In de kabinetsappreciatie leest het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers dat het kabinet wil instemmen met het Mercosur-verdrag, ondanks het verzoek van de Tweede Kamer om zich tegen het verdrag te verzetten. Het lid merkt hierbij op dat twee grote bezwaren vanuit de Tweede Kamer zijn:
(1) het verdrag raakt direct de Nederlandse boeren – het werkt oneerlijke concurrentie in de hand en het zorgt voor extra uitdagingen in de transitie naar een gezond landbouwsysteem.
(2) er is veel onduidelijk over of aspecten van het verdrag wel in lijn zijn met Europese verdragen, bijvoorbeeld het toegevoegde «rebalancing mechanism».
Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers heeft naar aanleiding hiervan de volgende vragen.
1. Waarom slaat het kabinet de twee bovengenoemde bezwaren in de wind? Graag een toelichting per bezwaar.
2. Waarom oordeelt het kabinet nu toch positief over het verdrag, ondanks meerdere aangenomen moties van de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer die stelling nemen tegen het verdrag?
3. Klopt het dat de Eerste Kamer buiten spel gezet dreigt te worden en zich niet kan uitspreken over een deel van het Mercosur-verdrag? Zo ja, over welk deel van het verdrag kan de Eerste Kamer zich wél uitspreken en over welk deel van het verdrag kan de Eerste Kamer zich niet uitspreken? Zo ja, waarom is de Eerste Kamer over een deel van het verdrag buiten spel gezet?
De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp (BDO) zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag voorafgaand aan de Europese Raad die plaatsvindt op 18–19 december 2025, en niet later dan 15 december 2025.
Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingshulp, K. Petersen
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2025
Hierbij doen wij u de beantwoording toekomen van de vragen van de fracties van BBB, Volt en de Fractie-Visseren-Hamakers naar aanleiding van de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Handel van 24 november 2025 en van de kabinetsappreciatie over het EU-Mercosur akkoord van 14 november 2025. Deze vragen werden ingezonden op 5 december jl. met het kenmerk 179091.
Vraag 1
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Kabinetsappreciatie EU-Mercosur akkoord. Deze leden zijn kritisch op het Mercosur-verdrag en willen hierover een aantal vragen aan u stellen. Hoe beoordeelt u het risico dat Nederlandse en Europese boeren geconfronteerd worden met oneerlijke concurrentie van Mercosur-producten die niet voldoen aan Europese eisen op gebied van arbeid, dierenwelzijn en milieu?
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat Mercosur-landen geen gelijkwaardige verplichtingen hebben qua CO2-reductie en milieunormen, en hoe wordt dan toch een gelijk speelveld geborgd?
Antwoord vragen 1 en 2
In het EU-Mercosur akkoord zijn afspraken opgenomen over productiestandaarden. Zo is afgesproken dat alle verdragspartijen internationale afspraken over fundamentele arbeidsstandaarden en milieu naleven. Daarnaast zijn er specifieke afspraken over de productiewijze van eieren: alleen Mercosur producenten die voldoen aan de EU-dierenwelzijnsstandaarden voor leghennen kunnen gebruik maken van de preferentiële behandeling (d.w.z. lagere importtarieven) onder het verdrag van hele eieren in de schaal. Daarnaast biedt het verdrag – door de instelling van reguliere dialogen – een platform om met de Mercosur-landen te spreken over het verder gelijktrekken van productiestandaarden.
Voor wat betreft mogelijke concurrentie voor Nederlandse producenten geldt dat in het akkoord afspraken zijn opgenomen over de bescherming van gevoelige landbouwsectoren door invoerquota, waardoor import tegen gunstigere tarieven beperkt is. Bovendien is er de mogelijkheid om vrijwaringsmaatregelen te nemen wanneer er een ernstige marktverstoring plaatsvindt of dreigt te vinden. De mogelijkheid om bij marktverstoring maatregelen te nemen is aan de EU-zijde verder aangescherpt op basis van een voorstel van de Europese Commissie.5 De EU kan op basis hiervan bij eventuele marktverstoringen door import uit de Mercosur-landen nóg sneller en effectiever ingrijpen om de Europese landbouwsector te beschermen. Ook heeft de Commissie andere maatregelen voorgesteld ter bescherming van de Europese landbouwsector, zoals het voorstel voor een financieel vangnet onder het Meerjarig Financieel Kader in het geval dat de landbouwsector ernstige marktverstoringen ondervindt.
Alle geïmporteerde producten – ook die uit de Mercosur-landen – moeten voldoen aan de eisen die de EU stelt op het gebied van Europese plant- en diergezondheidseisen en voedselveiligheidseisen, inclusief residuen van medicijnen en antimicrobiële resistentie (AMR). In dat kader is op 9 december jl. door de Europese Commissie aangekondigd het aantal audits in derde landen met 50% te verhogen en de controles van voedselproducten aan de EU-buitengrens te intensiveren.6
Het concurrentievermogen van ondernemers wordt door veel verschillende factoren bepaald. Productiestandaarden zijn één van die factoren, naast bijvoorbeeld investeringsklimaat, geografische ligging, infrastructuur, toegang tot goed opgeleide arbeidskrachten, importtarieven en (landbouw)subsidies.
Niet alle productiestandaarden van de EU en de Mercosur-landen zijn gelijk. De betreffende landen hebben immers allemaal eigen wet- en regelgeving. Dat geldt ook voor standaarden met betrekking tot arbeid, dierenwelzijn, milieu en CO2-reductie.
Productiestandaarden worden door ieder land zelf bepaald en vallen binnen het zogenaamde right to regulate van een land. Bij het opstellen van deze regels baseren overheden zich op de lokale omstandigheden, zoals infrastructuur, geografische ligging, sociaal-economische situatie, klimaat en milieu.
Vraag 3
Welke instrumenten heeft Nederland om import van producten die niet voldoen aan EU standaarden daadwerkelijk tegen te houden?
Antwoord
Met betrekking tot productstandaarden, die toezien op de eigenschappen van het eindproduct, zoals (voedsel)veiligheid, geldt dat alle EU eisen onverkort van toepassing zijn op alle geïmporteerde producten. Controle vindt plaats aan de grens en binnen de EU door nationale autoriteiten zoals de Douane en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Daarnaast worden in het land van oorsprong ter plaatse audits gedaan door de Commissie om te controleren dat alleen erkende bedrijven exporteren naar de EU en dat daarbij wordt voldaan aan de EU voedselveiligheidseisen. Zie ook het antwoord op de volgende vraag.
Met betrekking tot productiestandaarden, die toezien op de wijze van productie, geldt dat de EU een ander land niet zomaar eisen kan opleggen. De Europese Commissie heeft hierover in 2022 een rapport gepubliceerd.7 Het rapport maakt duidelijk dat de inzet van dergelijke autonome maatregelen per geval bekeken moet worden op WTO-conformiteit, de technische en economische haalbaarheid van controle mechanismen, en de daadwerkelijke impact in relatie tot het te bereiken doel. Deze principes zijn leidend bij de uitwerking door de Europese Commissie van de Visie voor Landbouw en Voedsel van 19 februari.8 In de visie is opgenomen dat de Commissie ernaar streeft om de productiestandaarden die worden toegepast op ingevoerde producten, met name wat betreft gewasbeschermingsmiddelen en dierenwelzijn, op één lijn te brengen met EU standaarden.
Vraag 4
Welke garanties zijn er dat voedselveiligheid, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en residunormen in Mercosur-producten daadwerkelijk worden gecontroleerd?
Antwoord
Alle geïmporteerde producten – ook die uit de Mercosur-landen – moeten voldoen aan de eisen die de EU stelt op het gebied van Europese plant- en diergezondheidseisen en voedselveiligheidseisen, inclusief residuen van medicijnen en antimicrobiële resistentie (AMR). In de kabinetsappreciatie van het EU-Mercosur akkoord is het systeem van controles uiteengezet.9 Het gaat daarbij om controles 1) in de productielanden, waar de Europese Commissie audits uitvoert op productielocaties; 2) aan de grens (douane); en 3) in de EU zelf, onder andere door de NVWA. Op 9 december jl. is door de Europese Commissie aangekondigd het aantal audits in derde landen met 50% te verhogen en controles van voedselproducten aan de EU-buitengrens te intensiveren.
Voor derde landen worden lijsten bijgehouden van de bedrijven die mogen exporteren naar de EU. De exporterende landen geven zelf aan hoe zij voldoen aan de gevraagde eisen. Zo zullen bedrijven die willen exporteren door de plaatselijke competente autoriteiten worden gecontroleerd. Het hele systeem dat exporterende derde landen bieden wordt vervolgens regelmatig door de Europese Commissie ter plaatse ge-audit.
Vraag 5
Kunt u inzicht geven in de capaciteit van NVWA en Europese inspectiediensten om naleving te controleren bij een stijging van importstromen?
Antwoord
De belasting voor inspectiediensten kan toenemen als de importstromen daadwerkelijk toenemen. De NVWA heeft deze (eventueel benodigde) extra capaciteit momenteel nog niet klaar staan, maar met de sector is afgesproken dat als er grotere volumes gaan komen, zij de NVWA tijdig informeren zodat de capaciteit van de NVWA hiervoor kan worden opgeschaald.
Zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 4 vinden er op meerdere niveaus controles plaats, waaronder de audits van de Europese Commissie in de Mercosur-landen zelf. Op 9 december jl. is door de Europese Commissie aangekondigd het aantal audits in derde landen met 50% te verhogen en controles van voedselproducten aan de EU-buitengrens te intensiveren.
Vraag 6
Hoe vaak zijn Mercosur-producten in het verleden afgekeurd en wat zegt dat over toekomstige risico’s?
Antwoord
Uit onderzoek door de NVWA blijkt dat er in 2024 en 2025 een zeer klein aantal zendingen uit de Mercosur-landen werd geweigerd, namelijk 0,49% van de producten met dierlijke oorsprong, en 1,87% van producten van niet-dierlijke oorsprong.
Het gaat bij producten van dierlijke oorsprong om 7 zendingen uit Argentinië (op een totaal van 5.859), 128 uit Brazilië (totaal 19.599), 0 uit Paraguay (totaal 230) en 6 uit Uruguay (totaal 3.232). Bij de producten van niet-dierlijke oorsprong betrof dit 2 zendingen uit Argentinië (totaal 2) en 10 uit Brazilië (totaal 638).
Het feit dat zendingen geweigerd worden toont aan dat er aan de kant van de exporterende landen nog zaken te verbeteren zijn. Tegelijkertijd toont het ook aan dat de controles die door Europa zijn ingevoerd, effectief zijn. Desalniettemin heeft de Europese Commissie toegezegd het aantal controles en audits in derde landen te verhogen. Het kabinet zal de resultaten van deze audits en controles actief blijven monitoren.
Vraag 7
De leden van de BBB-fractie stellen vast dat landen in Zuid-Amerika bekend staan om de productie van harddrugs. De meeste landen die onderdeel zijn van Mercosur fungeren als doorvoerlanden van deze drugs naar Europese landen. Hoe groot schat u het risico in dat met de verhoogde handelsstromen van Mercosur-landen naar Europese landen, het moeilijker wordt om deze drugs op te sporen, ook met betrekking tot Bolivia, dat de derde producent van Zuid-Amerika is op het gebied van drugs? In de brief geeft u aan dat Bolivia, dat wel lid is van Mercosur, niet deelneemt aan het Mercosur-akkoord met de Europese Unie. Hoe groot acht u het risico in dat hierdoor de stroom van drugs naar Europa toe zal nemen, en hoe gaat het kabinet hierop acteren?
Antwoord
Het kabinet ziet geen risico dat de drugshandel significant toeneemt als gevolg van de toepassing van het EU-Mercosur akkoord. Ook nu al is er sprake van een substantiële handelsstroom met de betrokken landen en wordt goed samengewerkt op opsporing en tegengaan van drugssmokkel.
Zoals aangegeven tijdens het Commissiedebat Raad Buitenlandse Handel op 19 november jl., is de aanpak van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit een prioriteit voor Nederland in de relatie met Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (LAC). Hierop werken we al jaren nauw samen met de landen in de regio, zowel bilateraal als in multilateraal verband. Zo is Nederland bijvoorbeeld sinds 2023 lid van de kopgroep van het EU-programma EL PACCTO, dat onder andere voorziet in ondersteuning bij het opzetten van regionale politiesamenwerking en technische assistentie om criminele geldstromen beter te kunnen opsporen.
De samenwerking met betrekking tot de aanpak van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit is bovendien een van de prioritaire thema’s binnen het EU-Mercosur akkoord. Zo bevat het politieke deel van het akkoord afspraken over intensievere samenwerking bij het tegengaan van onder meer mensensmokkel, illegale wapensmokkel, drugssmokkel, cybercrime en andere vormen van georganiseerde criminaliteit. Er zijn ook afspraken over het tegengaan van corruptie, witwassen en terrorismefinanciering.
Kortom, Nederland blijft zich op diverse manieren inzetten voor het minimaliseren van risico’s die samenhangen met grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit, waaronder drugssmokkel in de LAC-regio. Het EU-Mercosur akkoord is daaraan ondersteunend.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u de impact van dit verdrag op de toekomstbestendigheid van de Nederlandse landbouwsector, waaronder vlees- en zuivelproductie?
Antwoord
De toekomstbestendigheid van deze sectoren wordt door een veelvoud aan factoren bepaald, waaronder ontwikkeling van vraag en aanbod naar landbouwproducten, onderliggende structuur van de betreffende sector, kosten voor land en/of kapitaal en de hoogte van investeringen in een sector. Het EU-Mercosur akkoord speelt hierin geen doorslaggevende rol. De verwachte effecten van het EU-Mercosur akkoord op de vlees- en zuivelproductie zijn in kaart gebracht door Wageningen Social & Economic Research.10 Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandse import van landbouwproducten door het akkoord naar verwachting zal toenemen, bijvoorbeeld van hoge kwaliteit rundvlees en pluimveevlees, met respectievelijk EUR 278 miljoen en EUR 137 miljoen. Tegelijkertijd liggen er exportkansen voor Nederlandse landbouwproducten naar de Mercosur-landen, zoals voor bijvoorbeeld de zuivelsector, met een verwachte exportgroei van EUR 33 miljoen. Het aandeel van export van landbouwproducten naar de Mercosur-landen was in 2023 nog beperkt tot 0,4% van de totale Nederlandse export van landbouwproducten, de verwachting is dat deze export zal toenemen door lagere importheffingen en het wegnemen van barrières. Daarnaast verwacht Wageningen dat het concurrentievermogen en daarmee de productiewaarde van o.a. Nederlandse exporteurs van bewerkt rundvlees, voornamelijk afkomstig van melkkoeien, zal afnemen als gevolg van meer hoge kwaliteit rundvlees uit de Mercosur-landen op de Europese markt (EUR 458 miljoen). Voor andere landbouwsectoren, zoals melk, groente en fruit en varkensvlees, is sprake van een wisselend beeld.
Vraag 9
Past het vergroten van importafhankelijkheid van derde landen in de Europese strategie voor voedselzekerheid en strategische autonomie, zeker in tijden van geopolitieke onzekerheid?
Antwoord
Juist omdat het kabinet het belang en de noodzaak erkent van robuuste en veerkrachtige toeleveringsketens, omdat deze essentieel zijn voor onze welvaart, economische veiligheid en open strategische autonomie, is het niet wenselijk om alle productie in Europa te centraliseren, inclusief voedselproductie. Hiermee wil het kabinet voorkomen dat Nederland te afhankelijk wordt van één land of leverancier. Daarom wordt ingezet op diversificatie van toeleveringsketens, ook op het gebied van voedselproductie. Tegelijk blijft Europa in staat in de eigen voedselbehoefte te voorzien en geldt dat Europa – en overigens ook Nederland – netto exporteur is van voedsel.
Vraag 10
Waarom kiest de EU ervoor om de eigen boer strengere regels op te leggen, terwijl ze gelijktijdig de markt verder opent voor landen die onder veel lagere standaarden produceren?
Antwoord
De wet- en regelgeving zijn in ieder land anders. De verschillen tussen landen komen voort uit de verschillende landbouwkundige, klimatologische, milieukundige, maatschappelijke en geografische omstandigheden. Nederlandse producenten concurreren vaak met producten en producenten uit het buitenland. Dit kan het geval zijn met of zonder een handelsakkoord. Verschillen in productiestandaarden als gevolg van wet- en regelgeving zijn één van de factoren invloed hebben op de concurrentiepositie, naast bijvoorbeeld investeringsklimaat, infrastructuur, geografische ligging, toegang tot goed opgeleide arbeidskrachten, tarieven en (landbouw)subsidies. De EU landbouwsector en ook de Nederlandse landbouwsector zijn mondiaal concurrerend en netto exporteur. Daarnaast laten de jaarlijkse rapportages over de uitvoering en implementatie van het EU handelsbeleid zien dat de totale handel in landbouwgoederen met handelspartners waarmee de EU een handelsakkoord heeft sneller groeit dan partners waarmee de EU geen handelsakkoord heeft.
Tegelijkertijd blijft het kabinet op mondiaal niveau en bilateraal inzetten op het verhogen van productiestandaarden. Ook heeft de Europese Commissie in de Visie voor Landbouw en Voedsel aangegeven ernaar te streven om – in overeenstemming met de internationale regels – de productienormen die worden toegepast op ingevoerde producten, met name wat betreft gewasbeschermingsmiddelen en dierenwelzijn, meer op één lijn te brengen.
Vraag 11
Hoe betrouwbaar acht u de duurzaamheidsbepalingen in het verdrag, gezien de historische problemen met illegale ontbossing in onder andere Brazilië?
Antwoord
De duurzaamheidsbepalingen in het verdrag, ook die met betrekking tot het tegengaan van (illegale) ontbossing, zijn bindend en afdwingbaar. Een blijvende inzet op goede en integrale regelgeving, beleid en handhaving blijft nodig om ontbossing tegen te gaan. In Brazilië is illegale ontbossing de afgelopen jaren volgens officiële cijfers van de Braziliaanse overheid afgenomen. Dit is grotendeels te danken aan de inzet vanuit de regering van President Lula op het handhaven van bosgerelateerde regelgeving.
Vraag 12
Welke sancties zijn er wanneer Mercosur-landen zich niet houden aan afspraken over ontbossing, en hoe realistisch is het dat deze afspraken worden toegepast?
Antwoord
Als één van de Mercosur-landen afspraken uit het duurzaamheidshoofdstuk schendt, waaronder de afspraken over het tegengaan van illegale ontbossing, kan – na een periode van consultaties – over gegaan worden op geschillenbeslechting. Onder het duurzaamheidshoofdstuk houdt dit in dat een expertpanel ingesteld wordt, dat een rapport uitbrengt over het geschil met aanbevelingen voor de verdragspartijen. Verdragspartijen kunnen elkaar aanspreken op de gegeven opvolging aan deze aanbevelingen.
Daarnaast geldt dat het Parijs klimaatakkoord als «essentieel element» is opgenomen in het EU-Mercosur akkoord. Bij schending van een essentieel element door de ene verdragspartij kan de andere verdragspartij overgaan tot opschorting van (een deel van) het verdrag. Onderdeel van de Braziliaanse committeringen onder het Parijs klimaatakkoord is het beëindigen van illegale ontbossing.
Vraag 13
Waarom wordt de Europese boer geconfronteerd met toenemende milieuregels, terwijl er via dit verdrag import mogelijk wordt die de mondiale klimaatdoelen juist onder druk kan zetten?
Antwoord
In het akkoord zijn waarborgen opgenomen voor wat betreft de naleving van internationale afspraken over milieubescherming en klimaatverandering. Daarmee herbevestigen de verdragspartijen in het akkoord dat zij zich aan deze afspraken houden en committeren zij zich aan de effectieve implementatie hiervan. Ook spreken de verdragspartijen af om samen te werken om multilaterale regels met betrekking tot duurzame ontwikkeling te steunen en om het akkoord in te zetten om duurzame ontwikkeling te stimuleren. Het akkoord biedt een platform om productiestandaarden te bespreken en waar mogelijk verder gelijk te trekken.
Vraag 14
Kunt u aangeven welke sectoren in Nederland netto profiteren van het verdrag, en welke sectoren netto verliezen lijden?
Vraag 15
Hoe verhoudt dit verdrag zich tot het verdienvermogen van het Nederlandse platteland, een speerpunt dat de leden van de BBB-fractie stelselmatig naar voren brengen?
Vraag 16
Is er een impactanalyse specifiek gericht op de Nederlandse agrarische sector beschikbaar en kan deze met de Eerste Kamer worden gedeeld?
Vraag 17
Waarom heeft de Kamer geen volledige onderhandelingsdocumenten of effectstudies ontvangen die inzicht geven in de exacte gevolgen voor de Nederlandse landbouw?
Antwoord op vragen 14, 15, 16 en 17
Het onderzoek van Wageningen Social & Economic Research naar de verwachte effecten van het EU-Mercosur akkoord op de Nederlandse economie, en specifiek op de landbouwsector, is op 12 mei 2025 aangeboden aan de Tweede Kamer en gelijktijdig verstuurd aan de Eerste Kamer.11 Dat geldt ook voor het onderzoek door SEO Economisch Onderzoek naar de verwachte effecten van het akkoord op de Nederlandse economie van 10 september 2025.12 Deze onderzoeken zijn gedaan voordat het voorstel van de Europese Commissie van 8 oktober jl. over vrijwaringsmaatregelen bekend werd gemaakt.13
Zoals aangegeven in de kabinetsappreciatie van het EU-Mercosur akkoord, blijkt uit de onderzoeken dat Nederland naar verwachting in bescheiden mate profiteren van het EU-Mercosur akkoord, met een bbp-groei van + 0,02%. De voordelen van betere markttoegang tot de Mercosur-landen zijn volgens de onderzoeken het grootst voor de maakindustrie en de dienstensector. Daartegenover staat dat de rundvlees- en pluimveevleessectoren door de toename van import naar verwachting meer concurrentie zullen ervaren, wat gevolgen heeft voor de productiewaarde en inkomens. Tegelijkertijd liggen er juist exportkansen voor bijvoorbeeld de zuivelsector. Er is dus sprake van een wisselend beeld voor de gevolgen van het akkoord voor het verdienvermogen van de Nederlandse landbouwsector. De onderzoeksresultaten zijn nader uiteengezet en toegelicht in de kabinetsappreciatie.
Vraag 18
Bent u bereid het verdrag niet te ratificeren zolang er geen garanties zijn voor volwaardige parlementaire betrokkenheid in zowel Nederland als op EU-niveau?
Antwoord
Zowel in Nederland als op EU-niveau is er sprake van volwaardige parlementaire betrokkenheid. De Partnerschapsovereenkomst moet door de EU-lidstaten worden geratificeerd om in werking te kunnen treden. Ratificatie namens Nederland kan pas geschieden na goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer. Voor de interim handelsovereenkomst, met daarin dezelfde handelsafspraken als in de Partnerschapsovereenkomst, is geen nationale goedkeuringsprocedure nodig, want de lidstaten worden geen partij bij die overeenkomst (een zogeheten «EU-only» akkoord). Het kabinet heeft verantwoording afgelegd aan de Tweede Kamer over de positie die Nederland inneemt in de Raad van de Europese Unie bij de besluitvorming over beide overeenkomsten. Na mogelijke besluitvorming door de Raad worden beide overeenkomsten ter goedkeuring voorgelegd aan het Europees Parlement.
Vraag 19
Hoe beoordeelt u de grote maatschappelijke weerstand onder boerenorganisaties en voedselveiligheidsinstanties tegen het Mercosur-verdrag?
Antwoord
Het kabinet is zich bewust van de zorgen die leven onder boerenorganisaties, en heeft oog voor de risico’s die aan het akkoord kleven, met name voor sectoren zoals rundvlees- en pluimveevlees. Het akkoord biedt waarborgen om de landbouwsector te beschermen, zoals quota en vrijwaringsmogelijkheden. De afgelopen maanden heeft de Commissie aankondigingen gedaan die extra bescherming bieden, zoals nog strengere vrijwaringsmaatregelen voor gevoelige landbouwproducten, de verhoging van het aantal audits en controles in de Mercosur-landen en het voorstel voor financiële compensatie onder het Meerjarig Financieel Kader. Het kabinet verwelkomt die aanvullende maatregelen en zal de Commissie daaraan houden.
Vraag 20
Waarom zou Nederland instemmen met een verdrag waar een groot deel van de primaire sector, die essentieel is voor voedselzekerheid, grote nadelen van ondervindt?
Antwoord
Het kabinet kijkt in haar beoordeling van het EU-Mercosur akkoord naar het bredere plaatje. Hiernaast geldt dat het kabinet bij de Europese Commissie zal blijven pleiten voor een positieve grondhouding voor het openen van de derogatiegesprekken met Nederland. Bij de beoordeling van het akkoord zijn verschillende factoren zijn meegewogen, zoals de economische gevolgen, bredere geopolitieke belangen en het belang van het diversifiëren van de handelsstromen en het verbeteren van toegang tot kritische grondstoffen. Uit het onderzoek van Wageningen Social & Economic Research blijkt dat er ook voor de primaire sector, zoals de zuivelsector, mogelijkheden zijn om te groeien. Daarnaast worden de voor concurrentie gevoelige landbouwsectoren beschermd door quota en vrijwaringsmaatregelen.
Vraag 21
Kunt u garanderen dat de lasten van het verdrag niet op het bord komen van de Nederlandse boer terwijl de baten bij andere sectoren terechtkomen?
Antwoord
Uit het onderzoek door Wageningen Social & Economic Research blijkt dat Nederland naar verwachting in bescheiden mate zal profiteren van het EU-Mercosur akkoord, met een bbp-groei van + 0,02%. Ook landbouwsectoren zoals de zuivelsector zullen exportmogelijkheden krijgen door het akkoord. Tegelijkertijd heeft het kabinet oog voor de risico’s die aan het akkoord kleven, met name voor sectoren die gevoelig zijn voor concurrentie (zoals de rundvlees- en pluimveevlees sectoren). Het kabinet zal daarom de Commissie houden aan de afspraken in het akkoord en de aanvullende maatregelen ter bescherming van de Europese landbouwsector, waaronder de extra monitoring van goederen aantallen ten behoeve van de versterkte vrijwaring, alsmede de verhoging van het aantal audits in derde landen en de controles van voedselproducten aan de EU-buitengrens.
Vraag 22
De leden van de Volt-fractie stellen de brief aangaande de geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Handel van 24 november 2025 op prijs. De brief geeft echter aanleiding tot een aantal vragen. Hoe wordt de ontbossingsclausule in de tekst van het Mercosur-verdrag effectief gewaarborgd nu de ontbossingsverordening wederom een jaar is uitgesteld?
Antwoord
In het EU-Mercosur akkoord is afgesproken dat de verdragspartijen zich inzetten om ontbossing tegen te gaan en ook illegale houtkap en daaraan gerelateerde handel te voorkomen. De afspraken in het EU-Mercosur akkoord verplichten de Mercosur-landen dus tot actie en vergen een inspanning van de verdragspartijen die handhaafbaar is via de geschillenbeslechting onder het duurzaamheidshoofdstuk van het verdrag. Onder het EU Single Entry Point kunnen klachten ingediend worden door Europese bedrijven of ngo’s in geval van (vermeende) schending door de Mercosur-landen. Deze afspraken zorgen er voor dat Mercosur-landen zich in brede zin moeten inzetten tegen ontbossing. De implementatie van deze afspraken is niet afhankelijk van de toepassing van de EU-ontbossingsverordening. De EU-ontbossingsverordening is enkel gericht op producten die op de Europese interne markt komen. Producten die bijdragen aan ontbossing mogen, wanneer de EU-ontbossingsverordening volledig wordt toegepast, niet meer worden verhandeld op de Europese markt.
Vraag 23
Hoe wordt het mensenrechten- en duurzaamheidsaspect gewaarborgd in de gesplitste structuur van het Mercosur-verdrag, waarbij handel als Europese competentie en het politieke gedeelte gescheiden zijn?
Antwoord
Het EU-Mercosur akkoord bestaat uit een Partnerschapsovereenkomst, met daarin afspraken over politieke samenwerking en handel, en een op zichzelf staande interim handelsovereenkomst, waarin de handelsafspraken uit de Partnerschapsovereenkomst zijn gerepliceerd. De interim handelsovereenkomst vervalt wanneer de Partnerschapsovereenkomst in werking treedt nadat de EU-lidstaten de nationale goedkeuringsprocedures hebben doorlopen.
Samenwerking op het gebied van mensenrechten is onderdeel van de Partnerschapsovereenkomst. De eerbiediging van mensenrechten, fundamentele vrijheden en de rechtsstaat, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere internationale mensenrechteninstrumenten waar deze verdragspartijen zich bij hebben aangesloten, vormt een essentieel element van het EU-Mercosur akkoord. Dit betekent dat de verdragspartijen zich committeren aan de naleving van de bestaande internationale verdragen en verplichtingen in dit kader.
De afspraken over duurzaamheid zijn opgenomen in zowel de Partnerschapsovereenkomst als in de interim handelsovereenkomst. Deze afspraken omvatten milieubescherming en arbeidsstandaarden. De afspraken zien zowel op de naleving van internationale milieuverdragen en het Parijs klimaatakkoord als op het respecteren, bevorderen en effectief implementeren van de fundamentele arbeidsstandaarden van de ILO-verdragen en -principes. De afspraken omtrent het Parijs klimaatakkoord zijn tevens een essentieel element van het EU-Mercosur akkoord.
Vraag 24
Hoeveel ruimte is er na ratificatie van het verdrag om bij te sturen op het mensenrechten- en duurzaamheidsaspect?
Antwoord
De verdragspartijen spreken af de voortgang in de implementatie van de afspraken te monitoren. Zoals in het akkoord vastgelegd, worden de afspraken uit het akkoord door de verdragspartijen periodiek besproken in een politieke dialoog. Zo zullen bijvoorbeeld op reguliere basis gezamenlijke Toppen worden georganiseerd. Ook is in het akkoord afgesproken dat het maatschappelijk middenveld zal worden geconsulteerd. Hieruit kunnen aanbevelingen voortvloeien van onder andere ngo’s, bedrijfs- en werkgeversverenigingen en vakbonden, die actief zijn op economisch en sociaal gebied en op het gebied van ontwikkeling, mensenrechten en milieu. Op basis van voornoemde monitoring en periodieke dialoog, kan de implementatie van de afspraken in het akkoord worden bijgestuurd.
Vraag 25
In de kabinetsappreciatie leest het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers dat het kabinet wil instemmen met het Mercosur-verdrag, ondanks het verzoek van de Tweede Kamer om zich tegen het verdrag te verzetten. Het lid merkt hierbij op dat twee grote bezwaren vanuit de Tweede Kamer zijn:
(1) het verdrag raakt direct de Nederlandse boeren – het werkt oneerlijke concurrentie in de hand en het zorgt voor extra uitdagingen in de transitie naar een gezond landbouwsysteem.
(2) er is veel onduidelijk over of aspecten van het verdrag wel in lijn zijn met Europese verdragen, bijvoorbeeld het toegevoegde «rebalancing mechanism».
Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers heeft naar aanleiding hiervan de volgende vragen. Waarom slaat het kabinet de twee bovengenoemde bezwaren in de wind? Graag een toelichting per bezwaar.
Antwoord
Het kabinet kijkt in haar beoordeling van het EU-Mercosur akkoord naar het bredere plaatje. Hiernaast geldt dat het kabinet bij de Europese Commissie zal blijven pleiten voor een positieve grondhouding voor het openen van de derogatiegesprekken met Nederland. Bij de weging van het akkoord, is het kabinet tot de conclusie gekomen dat het akkoord meer voor- dan nadelen voor Nederland oplevert. Het kabinet is zich ervan bewust het akkoord nadelig kan zijn voor enkele Nederlandse landbouwsectoren, zoals de pluimveevlees- en rundvleessectoren. Het kabinet verwelkomt dan ook de aanvullende maatregelen die door de Commissie zijn aangekondigd ter bescherming van de Europese landbouwsector, zoals nog strengere vrijwaringsmaatregelen voor gevoelige landbouwproducten inclusief extra monitoring van goederenaantallen, de op 9 december jl. aangekondigde verhoging van het aantal audits en de controles van voedselproducten aan de EU-buitengrens en het voorstel voor financiële compensatie onder het Meerjarig Financieel Kader. Deze afspraken komen bovenop de afspraken in het akkoord over quota en vrijwaringsmogelijkheden.
Het rebalancing mechanism is relevant wanneer een van de verdragspartijen een maatregel neemt die de voordelen onder het akkoord teniet doet of substantieel beperkt. Dan kan er via geschillenbeslechting een gepaste oplossing gevonden worden. Daarbij kan gedacht worden aan het opschorten van preferentiële tarieven door de wederpartij tot een niveau dat gelijk staat aan de weggevallen voordelen. Een verdragspartij kan niet gedwongen worden een maatregel in te trekken of aan te passen. Naar verwachting vormt het rebalancing mechanism dus geen obstakel voor verdere EU-wetgeving.
Vraag 26
Waarom oordeelt het kabinet nu toch positief over het verdrag, ondanks meerdere aangenomen moties van de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer die stelling nemen tegen het verdrag?
Antwoord
Het kabinet is zich bewust van de kritische moties die de afgelopen jaren zijn aangenomen door de Tweede Kamer. Echter is het kabinet alles afwegend positief over het EU-Mercosur akkoord, zoals het in september door de Europese Commissie is voorgelegd aan de lidstaten, inclusief de aanvullende afspraken. Doorslaggevend voor dit kabinet is dat het akkoord meer voor- dan nadelen voor Nederland oplevert en economisch en geopolitiek gezien een logische om niet te zeggen noodzakelijke stap is.
Vraag 27
Klopt het dat de Eerste Kamer buiten spel gezet dreigt te worden en zich niet kan uitspreken over een deel van het Mercosur-verdrag? Zo ja, over welk deel van het verdrag kan de Eerste Kamer zich wél uitspreken en over welk deel van het verdrag kan de Eerste Kamer zich niet uitspreken? Zo ja, waarom is de Eerste Kamer over een deel van het verdrag buiten spel gezet?
Antwoord
De ratificatie van de Partnerschapsovereenkomst namens Nederland kan pas geschieden na goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer. Voor de interim handelsovereenkomst is in tegenstelling tot de Partnerschapsovereenkomst geen nationale goedkeuringsprocedure nodig, want de lidstaten worden geen partij bij die overeenkomst (een zogeheten «EU-only» akkoord). Zie ook het antwoord op vraag 18 hierboven.
Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, A. de Vries
Samenstelling:
Aerdts (D66), Van Apeldoorn (SP), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD) (ondervoorzitter), Van Gasteren (BBB), Goossen (BBB), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Huizinga-Heringa (CU) (ondervoorzitter), Karimi (GroenLinks-PvdA), Marquart Scholtz (BBB), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Petersen (VVD) (voorzitter), Prins (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van Strien (PVV), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31985-E.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.