31 867
Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met regels over elektronisch verkeer met de bestuursrechter (Wet elektronisch verkeer met de bestuursrechter)

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in de Algemene wet bestuursrecht regels op te nemen over het elektronisch verkeer met de bestuursrechter;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2:17, eerste lid, wordt «waarover het bestuursorgaan geen controle heeft» vervangen door: waarvoor het bestuursorgaan geen verantwoordelijkheid draagt.

B

Na artikel 8:40 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8:40a

1. Afdeling 2.3 is van overeenkomstige toepassing op het verkeer met de bestuursrechter.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het elektronisch verkeer met de bestuursrechter.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van videoconferentie.

ARTIKEL II

In artikel 29 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt «8:31 tot en met 8:40» vervangen door: 8:31 tot en met 8:40a.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL IV

Deze wet wordt aangehaald als: Wet elektronisch verkeer met de bestuursrechter.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Justitie,

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Naar boven