31 756
Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven

nr. 12
VERSLAG OVER HET VERZOEKSCHRIFT1 VAN P. B. TE A.2 BETREFFENDE ARBEIDSCONFLICT EN TRAGE TENUITVOERLEGGING VAN EEN DEEL VAN EEN VONNIS VAN DE RECHTBANK

Vastgesteld 11 december 2008

Klacht

Verzoeker beklaagt zich erover dat de gegrondverklaring van zijn beroep tegen een besluit van 5 juli 2006 van de Belastingdienst en de vernietiging van dit besluit door de rechtbank niet dan wel traag wordt uitgevoerd door de Belastingdienst dan wel het ministerie van Financiën.

Feiten

Verzoeker had een arbeidsconflict met de Belastingdienst. Over dit conflict heeft hij verscheidene gerechtelijke procedures gevoerd. Verzoeker is op grond van dit conflict ontslagen bij wijze van straf. De rechtbank heeft het ontslag bekrachtigd maar heeft een deel van het beroep gegrond verklaard en het desbetreffende besluit vernietigd. Dit betekende dat een gedeelte van de bezoldiging van verzoeker alsnog moest worden uitgekeerd. Het tegen het vonnis ingestelde hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep is niet ontvankelijk verklaard omdat verzoeker het verschuldigde griffierecht niet tijdig had betaald.

Overwegingen

Verzoeker voert aan dat de Belastingdienst een deel van het vonnis van de rechtbank – de vernietiging van een bestreden besluit en opdracht tot een nieuwe beslissing op het bezwaar tegen dat besluit binnen zes weken – niet tijdig ten uitvoer heeft gelegd.

De staatssecretaris zet uiteen dat, nadat het ontslag in rechte vaststond, verschil van mening tussen partijen bestond over de nabetaling van een gedeelte van de bezoldiging en de verrekening van pensioenpremies. Hij erkent dat de afdoening te lang heeft geduurd. Verzoeker is hierdoor echter niet benadeeld omdat hij het bedrag aan afgedragen pensioenpremies gedurende zijn schorsing steeds verschuldigd is geweest.

Oordeel van de commissie1

De Belastingdienst heeft onzorgvuldig gehandeld door een onderdeel van de uitspraak van de rechtbank niet tijdig ten uitvoer te leggen. Juist van (een deel van) de overheid kan worden verwacht dat zij een vonnis binnen de gestelde termijn ten uitvoer legt. Dat laat onverlet dat verzoeker overeenkomstig de bestaande wet- en regelgeving verplicht is de afgedragen pensioenpremies tijdens zijn schorsing terug te betalen.

Verzoeker kan niet ontvankelijk worden verklaard in de overige onderdelen van zijn klacht, zoals het ontslag en manipulaties van gegevens en feiten, omdat het niet tot de bevoegdheid van de commissie behoort te oordelen over een ontslag. Dit behoort tot de bevoegdheden van de onafhankelijke rechter; tegen een vonnis staan de gewone rechtsmiddelen open.

Voorstel aan de Kamer

Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.

De voorzitter van de commissie,

Remkes

De griffier van de commissie,

De Gier


XNoot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

XNoot
2

Naam en adres van verzoeker zijn de commissie bekend.

XNoot
1

De commissie bestaat uit de leden: Remkes (VVD) voorzitter, Van Gent (GL), Depla (PvdA), Jager (CDA) ondervoorzitter, Dezentjé Hamming (VVD), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Luijben (SP) en Anker (CU) en de plaatsvervangende leden Azough (GL), Blok (VVD), Cörüz (CDA), Van Miltenburg (VVD) en Blanksma-van den Heuvel (CDA).

Naar boven