31 731 Integraal wetgevingsbeleid

29 362 Modernisering van de overheid

AA1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 november 2025

Met belangstelling hebben wij uw brief over uitvoerbaarheidstoetsen gelezen. Veel van wat u schrijft komt overeen met de ambities van het kabinet op dit belangrijke onderwerp. U signaleert dat het voor uw Kamer lastig te bepalen is wie precies regie voert en bij welke bewindspersoon u kunt aankloppen om tot standaardisering en kwaliteitsverbetering van de uitvoerbaarheidstoets te komen. Binnen het kabinet werken wij – de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid als verantwoordelijk bewindspersoon voor het algemene wetgevingskwaliteitsbeleid en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als coördinerend bewindspersoon Werk aan Uitvoering (WaU) – in het bijzonder aan het versterken van de aandacht voor uitvoerbaarheid in de beleidsvoorbereiding.2 Een belangrijk traject hierin is de doorontwikkeling van de uitvoeringstoets, waaraan het programma Werk aan Uitvoering momenteel werkt. Voor een verduidelijking van de samenwerking binnen het kabinet verwijzen we u ook graag naar de kabinetsbrede Agenda wetgevingskwaliteit.3

Voor goede kwaliteit van beleid en wetgeving is van essentieel belang dat de behoeften van de samenleving centraal staan en dat praktijkkennis vanuit de uitvoering en de samenleving vanaf het allerprilste begin bij de beleids- en wetsvoorbereiding wordt betrokken. Van beleid uitvoerbaar maken naar uitvoerbaar beleid maken. De toepassing van het Beleidskompas bevordert daarbij een betere verbinding tussen uitvoering en beleid zodat continue feedback plaatsvindt vanuit de uitvoering en het toezicht naar beleid en politiek. Een belangrijk instrument om goed inzicht te krijgen in de gevolgen voor de uitvoerbaarheid van een wetsvoorstel is de uitvoeringstoets, die wordt opgesteld door uitvoeringsorganisaties.

Wij waarderen dat u uitvoerbaarheid onder de aandacht brengt. Uw elf verbetervoorstellen sluiten goed aan bij wat wij zien in de praktijk. In deze brief zullen wij puntsgewijs reageren op uw voorstellen en hierbij telkens ingaan op raakvlakken met het WaU-doorontwikkelingstraject van de uitvoeringstoets.

Aanwezigheid van uitvoerbaarheidstoetsen

U stelt voor dat op elk nieuw wetsvoorstel (een) uitvoerbaarheidstoets(en) wordt (worden) gedaan door de relevante uitvoeringsorganen (1a).

Aandacht voor uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid is sinds 2011 een verplichte kwaliteitseis.4 Wij onderschrijven dat het belangrijk is dat er bij elk nieuw wetsvoorstel een of meer uitvoeringstoetsen(en) wordt (worden) gedaan door de relevante uitvoeringsorganen waar dit aangewezen is.5 De kennis van publieke dienstverleners moet altijd worden meegenomen bij het maken van nieuwe wetten. Daarom is begin 2025 het traject Doorontwikkeling Uitvoeringstoets gestart.6

In dit project werken inmiddels 11 departementen en meer dan 20 publieke dienstverleners samen aan verbeteringen van de uitvoeringstoets. Ook medewerkers van de Raad van State, stafmedewerkers van de Eerste Kamer en fractiemedewerkers van de Tweede Kamer hebben meegedacht. Zo leren we beter van elkaar over de inhoud én over hoe de toets tot stand komt. Een belangrijk aandachtspunt is hoe publieke dienstverleners standaard en op tijd bij nieuw beleid betrokken kunnen worden.

Door de uitvoeringstoets in dit traject steeds onder de aandacht te houden en de resultaten te bespreken in bestuurlijke overleggen, zoals de Ambtelijke Commissie Publieke Dienstverlening, zorgen we dat iedereen zich bewust is dat de toets verplicht is en, waar er relevante documenten zijn, deze moeten worden meegestuurd aan het parlement.

Ook de door u genoemde aandacht van de Algemene Rekenkamer in de verantwoordingsonderzoeken houdt ons scherp. Het traject bouwt zoveel mogelijk voort op de goede voorbeelden en ervaringen die hierin genoemd worden.

Uitvoerbaarheid in de memorie van toelichting

In de verbetervoorstellen 1b, 1c, 2, 3, 4 en 7 vraagt u om aanscherping van de memorie van toelichting.

De Schrijfwijzer memorie van toelichting (Schrijfwijzer) besteedt momenteel al bijzondere aandacht aan uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid met aparte modelparagrafen.7 Ook geeft de Schrijfwijzer handvatten voor het beschrijven van de reikwijdte van het wetsvoorstel (1b) en de gevolgen verderop in de keten (1c).

De Schrijfwijzer gaat niet expliciet in op enkele van de punten bij uitvoeringstoetsen die u noemt, zoals:

  • de datum van uitvoering (2),

  • het moment in het proces (3),

  • de toereikendheid van de beschikbare tijd (4), en

  • een overzicht van alle uitgevoerde toetsen en hun vindbaarheid (7).

Begin 2026 start een interdepartementaal traject voor een nieuwe editie van de Schrijfwijzer. In dit traject zullen de inzichten van het WaU-traject Doorontwikkeling Uitvoeringstoets evenals uw verbetervoorstellen betrokken worden. De vaststelling van de nieuwe Schrijfwijzer volgt naar verwachting rond de zomer.

Voor de volledigheid merken wij op dat bij de rijksbrede wetgevingstoetsing door het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt getoetst of er in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting voldoende recht is gedaan aan de uitkomsten van de uitvoeringstoets.

Beschikbaarheid van uitvoerbaarheidstoetsen

U wenst uitvoerbaarheidstoetsen standaard (5) en met vaste benaming (6) toegezonden te krijgen. Ook stelt u voor dat deze toetsen op een vaste digitale plek te vinden zijn.

Wij merken op dat het kabinet bij brief van 24 februari 2017 al heeft aangekondigd dat rapportages en andere brondocumenten die informatie bevatten over de uitvoerbaarheid van een wetsvoorstel gepubliceerd zullen worden op de voor iedereen toegankelijke Wetgevingskalender.8 Wij zullen deze toezegging opnieuw onder de aandacht van de ministeries brengen.

Toetsing na amendementen

Net als u delen wij de ambitie om amendementen op uitvoerbaarheid te toetsen (8). Wij herkennen de interesse vanuit het parlement naar uitvoeringsoordelen en opties om deze beter te benutten tijdens de parlementaire behandeling.

Er zijn hiervoor al een aantal instrumenten beschikbaar. Zo heeft het Ministerie van Financiën al jaren een goedwerkende amendementenservice, waarvan een snelle toets (quick scan) op de uitvoerbaarheid van amendementen onderdeel is. Werk aan Uitvoering onderzoekt in Q4 van 2025 het draagvlak voor het uitbreiden van dit instrument bij andere departementen en publieke dienstverleners. Bij voldoende draagvlak worden er pilots opgezet in de eerste helft van 2026. Daarin wordt getoetst hoe het instrument breder kan worden toegepast en hoe Kamerleden een sneltoets kunnen aanvragen.

Handreiking met uniforme punten voor uitvoerbaarheidstoetsen

In punt 9 vraagt u om een vast aantal vragen die altijd worden beantwoord in een uitvoerbaarheidstoets, waaronder doenbaarheid (9a) en digitale uitvoerbaarheid (9b).

Omdat uit het traject Doorontwikkeling Uitvoeringstoets blijkt dat de context van beleidsvoorstellen en publieke dienstverleners sterk verschilt, vinden wij een vast format met standaardvragen niet passend. Wel zien wij belang in het van elkaar leren en het, waar mogelijk, beter op elkaar afstemmen van werkwijzen. Die behoefte is duidelijk uit het traject naar voren gekomen.9

Daarom is het traject Doorontwikkeling Uitvoeringstoets in het vierde kwartaal van 2025 gestart met de werkgroep «handreiking en oplegger» die een handreiking met begrippenlijst ontwikkelt. Een duidelijke en zo volledig mogelijke standaard set vragen of onderdelen hoort daar vanzelfsprekend bij. De door u genoemde verbetervoorstellen (9a, doenvermogen, zoals eerder aangekondigd,10 en 9b, digitale uitvoerbaarheid) worden hierin meegenomen. Bij het opstellen van uitvoeringstoetsen is nauwe samenwerking tussen uitvoering en beleid cruciaal. De reeds beschikbare kennis en ervaring wordt benut bij het opstellen van de handreiking. Hierbij wordt gelet op synergie met gerelateerde trajecten, zoals het versterken van de aandacht voor doenvermogen dat ook is genomen in de kabinetsbrede Agenda wetgevingskwaliteit.11 Het is vervolgens aan de betrokken publieke dienstverleners om in hun uitvoeringstoets alle voor hen relevante punten mee te nemen. Er moet daarbij rekening gehouden worden met het feit dat niet elke organisatie dezelfde ontwikkel- en verandercapaciteit heeft.

De eerste versie van deze handreiking wordt in het voorjaar van 2026 opgeleverd. In het tweede kwartaal van 2026 wordt deze getest en aangescherpt. We vinden het, net als u, belangrijk dat alle bij wet- en regelgeving betrokken partijen hier samen aan werken. Om te toetsen of alle relevante onderwerpen zijn meegenomen, betrekken wij tegen die tijd ook graag uw Kamerleden en staf.

Oplegger met dictum

Uit het traject Doorontwikkeling Uitvoeringstoets blijkt dat publieke dienstverleners, net als u, hun expliciet onafhankelijk oordeel (10) helder willen overbrengen aan ministeries en de Kamers.

De bovengenoemde werkgroep «handreiking en oplegger» gaat daarom ook experimenteren met het gebruik van een uniforme oplegger met dictum. De wens om in uitvoerbaarheidstoetsen de relatie tot grote en relevante operationele en uitvoeringsuitdagingen te leggen (11) wordt daarin meegenomen. We onderzoeken of een «rode kaart» voor publieke dienstverleners kan bijdragen aan beter uitvoerbaar beleid.12 Daarbij merken we op dat een negatief advies in een uitvoeringstoets feitelijk al als een «rode kaart» geldt. Een «rode kaart» zal in ieder geval geen bindend karakter hebben.

De eerste versie van de oplegger wordt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 als pilot getest bij een aantal uitvoeringstoetsen.

Tot slot

Wij waarderen het dat u uw inzichten op het onderwerp uitvoeringstoetsen met ons deelt. Het kabinet zet zich met verschillende acties van de Agenda wetgevingskwaliteit, zoals de doorontwikkeling van de uitvoeringstoets en het versterken van de aandacht voor doenvermogen, in voor het versterken van de aandacht voor uitvoerbaarheid. Dat gebeurt nadrukkelijk kabinetsbreed en in samenwerking met het parlement en alle betrokkenen in het wetgevingsproces. We zetten hierover graag het gesprek met uw Kamer voort.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A.C.L. Rutte

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L.J. Paul


X Noot
1

De letters AA hebben alleen betrekking op 31 731.

X Noot
2

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een algemene verantwoordelijkheid voor het wetgevingskwaliteitsbeleid. Hieronder valt onder meer het Beleidskompas, dat verschillende kwaliteitseisen bevat, zoals de uitvoeringstoets. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt als coördinerend bewindspersoon Werk aan Uitvoering aan de doorontwikkeling van de uitvoeringstoets. Het Beleidskompas bevat ook andere kwaliteitseisen voor uitvoerbaarheid, zoals de Uitvoerbaarheidstoets decentrale overheden (UDO), waarover de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uw Kamer laatstelijk heeft geïnformeerd op 31 maart 2025 (Kamerstukken I 2024/25, 29 362, W).

X Noot
3

Kamerstukken I 2024/25, 31 731, U.

X Noot
4

Kamerstukken II 2010/11, 29 515, nr. 330. Daarvoor kwam aandacht voor uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid al voor in toetsen en effectanalyses.

X Noot
5

Er is niet altijd voldoende aanleiding voor een uitvoeringstoets. Denk aan een voorstel met technische aanpassingen waarbij er aantoonbaar geen gevolgen zijn voor publieke dienstverleners.

X Noot
6

Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VI, nr. 151.

X Noot
8

Kamerstukken II 2016/17, 33 009, nr. 39.

X Noot
9

Bijlage bij Kamerstukken I 2025/26, 31 731, W.

X Noot
10

Bijlage bij Kamerstukken II 2021/22, 29 362, nr. 308.

X Noot
11

Zie actiepunt 1g in Kamerstukken I 2024/25, 31 731, U. Er wordt momenteel gewerkt aan verbeteracties naar aanleiding van de WODC-evaluatie «Doendenken. Evaluatie van de Kwaliteitseis Doenvermogen van het Beleidskompas, Kamerstukken I 2025/26, 31 731, W. De beleidsreactie hierover volgt in het voorjaar.

X Noot
12

Bijlage bij Kamerstukken I 2024/25, 29 279, AC.


X Noot
1

De letters AA hebben alleen betrekking op 31 731.

X Noot
2

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een algemene verantwoordelijkheid voor het wetgevingskwaliteitsbeleid. Hieronder valt onder meer het Beleidskompas, dat verschillende kwaliteitseisen bevat, zoals de uitvoeringstoets. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt als coördinerend bewindspersoon Werk aan Uitvoering aan de doorontwikkeling van de uitvoeringstoets. Het Beleidskompas bevat ook andere kwaliteitseisen voor uitvoerbaarheid, zoals de Uitvoerbaarheidstoets decentrale overheden (UDO), waarover de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uw Kamer laatstelijk heeft geïnformeerd op 31 maart 2025 (Kamerstukken I 2024/25, 29 362, W).

X Noot
3

Kamerstukken I 2024/25, 31 731, U.

X Noot
4

Kamerstukken II 2010/11, 29 515, nr. 330. Daarvoor kwam aandacht voor uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid al voor in toetsen en effectanalyses.

X Noot
5

Er is niet altijd voldoende aanleiding voor een uitvoeringstoets. Denk aan een voorstel met technische aanpassingen waarbij er aantoonbaar geen gevolgen zijn voor publieke dienstverleners.

X Noot
6

Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VI, nr. 151.

X Noot
8

Kamerstukken II 2016/17, 33 009, nr. 39.

X Noot
9

Bijlage bij Kamerstukken I 2025/26, 31 731, W.

X Noot
10

Bijlage bij Kamerstukken II 2021/22, 29 362, nr. 308.

X Noot
11

Zie actiepunt 1g in Kamerstukken I 2024/25, 31 731, U. Er wordt momenteel gewerkt aan verbeteracties naar aanleiding van de WODC-evaluatie «Doendenken. Evaluatie van de Kwaliteitseis Doenvermogen van het Beleidskompas, Kamerstukken I 2025/26, 31 731, W. De beleidsreactie hierover volgt in het voorjaar.

X Noot
12

Bijlage bij Kamerstukken I 2024/25, 29 279, AC.

Naar boven