31 540
Wijziging van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten in verband met uitsluiting van huisaansluitingen

nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING

§ 1. Aanleiding en strekking van het wetsvoorstel

De recent bekendgemaakte Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (verder: WION) kent een ruim netbegrip vanuit de gedachte dat het ter preventie van graafschade wenselijk is dat liggingsgegevens van netten zo volledig mogelijk beschikbaar zijn. De wet zorgt daardoor voor een verplichting voor beheerders tot het uitwisselen van liggingsgegevens die in beginsel ook de gegevens met betrekking tot zogenoemde huisaansluitingen betreft. Deze huisaansluitingen zorgen voor de aansluiting van eindgebruikers op het net ten behoeve van het gebruik van gas, water en elektriciteit, het lozen van afvalwater op het riool, en de verzending en ontvangst van telefoon- en internetsignalen. Huisaansluitingen zijn als het ware de haarvaten van de ondergrondse netten in de vorm van bijvoorbeeld een aftakking van een elektriciteitskabel die onder de straat of het trottoir is gelegen, naar de meterkast van een woonhuis, flatgebouw of kantoor. De wet voorziet voor de verplichting om informatie over huisaansluitingen uit te wisselen in een overgangsregime van acht jaar.

Bij de behandeling van het voorstel voor de WION in de Eerste Kamer bleken twijfels te bestaan over de vraag of de verplichting om te zijner tijd ook over huisaansluitingen gegevens uit te wisselen proportioneel is met de bestaande problematiek van graafschades. Vermoedens dat deze kosten zeer substantieel zouden zijn konden niet worden getoetst wegens afwezigheid van betrouwbare en gedetailleerde gegevens. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel vervolgens aanvaard na de toezegging van de Minister van Economische Zaken dat zij de indiening van een wetsvoorstel zal bevorderen waarin de verplichting tot het uitwisselen van informatie over huisaansluitingen wordt geschrapt (Handelingen I 2007/2008, blz. 833–835). Dit wetsvoorstel strekt daartoe. In dit wetsvoorstel worden huisaansluitingen van het algemene netbegrip uitgezonderd waardoor beheerders ter zake geen gegevens behoeven uit te wisselen. Ook andere wettelijke verplichtingen inzake informatie-uitwisseling gelden niet voor zover het gaat om huisaansluitingen.

Voorzien wordt alsnog de nodige gegevens in te winnen over de kosten voor beheerders van een eventuele toepassing van het regime van de WION op huisaansluitingen. In het kader van de evaluatie van de WION over vijf jaar zal dan kunnen worden bezien of het wenselijk is huisaansluitingen alsnog onder het bereik van de WION te brengen.

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt/uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State)

§ 2. De omschrijving van huisaansluiting

In dit wetsvoorstel is voor de omschrijving van het begrip huisaansluiting primair aangesloten bij artikel 45, tweede lid, van de WION, dat voorziet in de uitgestelde inwerkingtreding van de wet voor huisaansluitingen. Wel is de omschrijving van huisaansluiting nog verduidelijkt in die zin dat is geëxpliciteerd dat het net waarmee de huisaansluiting de verbinding vormt, een net moet zijn dat naar zijn aard bestemd is voor aansluiting van huishoudens. Het gaat daarbij om netten die bedoeld zijn voor reguliere levering of afname die – onverminderd eventuele wettelijke of contractuele voorwaarden en beperkingen – doorgaans beschikbaar zijn voor de huishoudens in het desbetreffende gebied. Of het feitelijk gaat om een verbinding met een huishouden is niet relevant. Aansluitingen van ondernemingen en andere organisaties op gas, water en elektra zijn derhalve eveneens huisaansluitingen in de zin van dit wetsvoorstel, zo lang het net waarop wordt aangesloten naar zijn aard maar óók open staat voor aansluiting van een huishouden. Geen huisaansluiting daarentegen is de aansluiting van een bedrijf op een net dat een specifieke functie heeft en dat niet is bestemd voor algemene openstelling voor huishoudens. Het gaat dan bijvoorbeeld om een situatie waarin de aansluiting van het net op huishoudens technisch onmogelijk of moeilijk realiseerbaar is, of waarbij aansluiting op een huishouden niet in de rede ligt vanwege de functie van het net. Denkbaar is dat bij wijze van uitzondering een verbinding is gelegd tussen een net en een huishouden. Het enkele feit dat er een verbinding is tussen een net en een huishouden, maakt deze en andere verbindingen met dat net nog niet tot een huisaansluiting. Bepalend is of dit net naar zijn aard open wordt gesteld voor aansluiting van huishoudens.

Ongewijzigd ten opzichte van artikel 45, tweede lid, van de WION is het vereiste dat sprake moet zijn van een verbinding met één onroerende zaak in de zin van de Wet waardering onroerende zaken. Dit is van belang omdat de huisaansluiting pas de laatste vertakking in het netwerk is. Indien nog meer aftakkingen nodig zijn om andere onroerende zaken aan te sluiten, is de laatste vertakking nog niet bereikt en is derhalve nog niet sprake van een huisaansluiting. Bij de verbinding met een appartementencomplex, bestaand uit verscheidene onroerende zaken doet zich wat dit betreft een specifieke situatie voor. Uit het in de WION gebruikte netbegrip volgt dat het alleen om ondergrondse kabels en leidingen gaat. Zodra de kabel of leiding bovengronds komt is er geen sprake meer van een net in de zin van de wet – het wettelijke regime van informatie-uitwisseling is dan ook niet van toepassing. Een (ondergrondse) verbinding van een net dat naar zijn aard wordt opengesteld voor huishoudens, met een onroerende zaak die deel uitmaakt van een appartementencomplex is derhalve een huisaansluiting, ook als deze verbinding bovengronds een aansluiting heeft met andere onroerende zaken in de zin van de Wet waardering onroerende zaken.

Verder wordt rekening gehouden met het bestaan van zogenoemde stervormig aangelegde aansluitnetwerken. Het betreft in het bijzonder aansluitnetwerken voor kabelnetten. Bij stervormige aansluitnetwerken loopt vanaf een centraal punt in een wijk een groot aantal, bijv. ca 60, kabels naar verschillende huishoudens, althans onroerende zaken. Deze kabels lopen in een bundel in de ondergrond van een straat en na elke aansluiting ligt er een kabel minder in de grond. Het is niet gewenst dat een dergelijke bundel van kabels die elk een verbinding met één onroerende zaak buiten de reikwijdte van de WION worden gebracht. Daarom is een uitzondering gemaakt voor samengebonden delen van kabels en leidingen. Bij stervormig aangelegde netwerken geldt derhalve als huisaansluiting het deel van de kabel vanaf de aftakking van de samengebonden kabels tot aan de onroerende zaak.

§ 3. Effecten en lasten van dit wetsvoorstel

Dit wetsvoorstel leidt tot lagere lasten voor het bedrijfsleven. Het betreft in het bijzonder de kosten die beheerders ingevolge de WION moeten maken om de eigen liggingsgegevens van netten geschikt te maken voor de elektronische informatie-uitwisseling. Ingevolge het wetsvoorstel is dit niet langer noodzakelijk voor huisaansluitingen. In zoverre leidt het wetsvoorstel tot een substantiële besparing van eenmalige kosten in de komende acht jaar. De structurele administratieve lasten veranderen nauwelijks door het uitzonderen van huisaansluitingen van de reikwijdte van de WION. Beheerders zijn en blijven gehouden hun informatiesystemen zodanig in te richten dat volledig elektronische informatie-uitwisseling mogelijk is. Het maakt voor hun administratieve lasten weinig uit dat de informatie-uitwisseling niet langer betrekking heeft op huisaansluitingen. Voor grondroerders blijft de meldingsplicht onverminderd bestaan. Bij hun graafwerkzaamheden zullen zij echter niet meer over krachtens de WION verstrekte liggingsgegevens over huisaansluitingen kunnen beschikken. Grondroerders blijven verplicht de graafwerkzaamheden zorgvuldig te verrichten en daarom is ook voor deze doelgroep niet sprake van significante effecten.

Bij de voorbereiding van de WION zijn de effecten en lasten van dat wetsvoorstel beoordeeld. De desbetreffende ramingen hadden alleen betrekking op de effecten en lasten die bij de (gefaseerde) inwerkingtreding van de wet voor het bedrijfsleven zouden ontstaan en niet op de effecten en lasten ten aanzien van huisaansluitingen, gelet op het feit dat deze eerst na acht jaar onder het bereik van de wettelijke informatie-uitwisseling zouden gaan vallen. Bijgevolg leidt dit wetsvoorstel er niet toe dat de in deze ramingen vermelde effecten en lasten voor het bedrijfsleven achterhaald zijn.

Het Adviescollege toetsing administratieve lasten heeft besloten geen advies over dit wetsvoorstel uit te brengen.

De minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven

Naar boven