Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 31421 nr. 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 31421 nr. 3 |
Vastgesteld 4 juni 2008
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 heeft op 20 mei 2008 overleg gevoerd met staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over:
– de brieven van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Van Bijsterveldt-Vliegenthart, d.d. 9 april en 8 mei 2008 inzake de voorhang van het besluit van 31 maart 2008, houdende wijziging van het Eindexamenbesluit vwo-havo-mavo-vbo en enige andere besluiten in verband met het afleggen van centraal examen in een vak op hoger niveau, de vereenvoudiging van aanwijzing van gecommitteerden en enige andere aanpassingen en het verslag van het schriftelijk overleg hierover (31 421, nrs. 1 en 2).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissie
Mevrouw De Rooij (SP) merkt op dat dit overleg precies in de examenperiode plaatsvindt. Zij gaat in op het volgen van een vak op een ander niveau dan de opleiding en de tweede correctie.
Het is goed dat leerlingen vakken kunnen volgen op een hoger niveau, want daarmee wordt maatwerk geboden. Voor een leerling die net te hoog heeft gegrepen en het examen niet haalt, is het echter onmogelijk het herexamen te doen op het oude niveau. Volgens de staatssecretaris is sprake van ernstige uitvoeringsproblemen, maar het lijkt er eerder op dat zij weinig zin heeft om het systeem aan te passen aan de kinderen. Het gaat er toch om dat de leerling meer kansen heeft als hij kan variëren in niveau. Daarom zou het goed zijn om zo’n leerling het vak ook op een lager niveau te laten doen, wat zou kunnen worden gecompenseerd door een vak van dezelfde waarde of uit dezelfde groep vakken op een hoger niveau te doen. Hoe staat de staatssecretaris tegenover het uitgangspunt van de SP voor het onderwijs: «verander het systeem voor het kind» en niet «verander het kind voor het systeem»? Welke van de twee is voor haar het belangrijkste?
De tweede correctie zit in het takenpakket van de docenten en mag wat mevrouw De Rooij betreft een volwaardige tweede correctie blijven. De vergoeding die docenten kregen voor de tweede correctie, zit sinds vorig jaar in de lumpsum. Krijgt de docent deze vergoeding en zo ja, hoe? Is de staatssecretaris bereid te inventariseren op welke scholen docenten wel een vergoeding krijgen en waar niet? Wil zij zich hardmaken voor een verplichting voor alle scholen om deze vergoeding uit te keren?
Mevrouw Kraneveldt-van der Veen (PvdA) zegt dat in de praktijk docenten vaak volstaan met een steekproefsgewijze tweede correctie die intensiever wordt als er zaken mis blijken te zijn bij de eerste correctie. In de schriftelijke ronde gaat de staatssecretaris uit van een «papieren» werkelijkheid dat, omdat die complete correctie nu al moet, er dus geen sprake is van een taakverzwaring als docenten voortaan al het examenwerk opnieuw moeten nakijken. Docenten ervaren een integrale tweede correctie als ondoenlijk in de krap bemeten tijd, terwijl de vergoeding niet in verhouding staat tot het werk en de bestede uren. Bovendien wordt de tweede correctie door hen ervaren als een motie van wantrouwen en twijfel aan hun professionaliteit en integriteit. Het zal best voorkomen dat eigen leerlingen worden bevoordeeld. Klachten daarover moeten serieus worden gecontroleerd en zo nodig moet worden ingegrepen. Maar rechtvaardigt dit het strikte vasthouden aan de bestaande theoretische praktijk? Ziet de staatssecretaris iets in het onderzoek dat door de VO-raad wordt voorgesteld? Wat is het effect van het strikt vasthouden aan een volwaardige tweede correctie? Wat doe je als scholen niet aan de voorwaarden voldoen en het niet goed hebben gedaan?
De tweede correctie is een waardevol instrument om de kwaliteit van de examinering te waarborgen, maar docenten moeten niet langer voor onmogelijke opgaven worden geplaatst. Wanneer de correctie zeer arbeidsintensief is, is het vrijwel ondoenlijk al het werk een tweede keer na te kijken. Er moet dan ook een heldere keuze worden gemaakt. Met een volwaardige tweede correctie bestaat het risico dat docenten haastwerk leveren en dat er meer fouten worden gemaakt. Ziet de staatssecretaris dit risico ook en is zij het ermee eens dat docenten betaald moeten worden voor een volwaardige tweede correctie, beter dan in de huidige situatie?
Wat vindt de staatssecretaris van de suggestie om de eerste correctie door een docent van een andere school te laten uitvoeren en de eigen school van de desbetreffende leerling de tweede correctie te laten doen?
De heer Jan de Vries (CDA) benadrukt dat kwaliteitsborging van examens cruciaal is voor het garanderen van de kwaliteit van onderwijs. Eerder heeft de inspectie in haar jaarverslag geconstateerd dat de uitvoering van de tweede correctie onder druk staat en dat er kan worden getwijfeld aan de kwaliteit. In zijn ogen is die situatie onacceptabel, omdat er niet mag worden getwijfeld aan de kwaliteit. Dit heeft geleid tot een gezamenlijke aanpak met de VO-raad om de kwaliteit te waarborgen. Het besluit is daar een uitvloeisel van en hij steunt dat dan ook van harte. Het is goed dat met deze constructie het bevoegd gezag er extra op wordt gewezen dat daar ook een verantwoordelijkheid ligt en niet alleen bij de docent.
Een tweede correctie komt niet voort uit wantrouwen; het gaat om een objectieve en onafhankelijke kwaliteitsborging. Het centraal examen heeft ten doel te toetsen of de leerlingen de landelijk vastgestelde eindtermen hebben behaald en garandeert ook een diploma waarvan, ongeacht de school, de kwaliteit niet betwijfeld mag worden en die toegang geeft tot alle vervolgopleidingen en alle studies. De leerlingen, het vervolgonderwijs en de werkgevers moeten kunnen vertrouwen op een onafhankelijke en objectieve beoordeling.
Het verbaast hem enigszins dat de VO-raad na het eerdere akkoord met het ministerie nu pleit voor een steekproefsgewijze tweede correctie, terwijl er een discussie wordt gevoerd over de kwaliteitsborging van de schoolexamens waarbij wordt gepleit voor een tweede correctie. Hij vindt het dan ook onverantwoord en onbegrijpelijk om op dit moment te tornen aan de kwaliteitseisen voor de centrale examens.
Het faciliteren van docenten met tijd en geld is een eerste verantwoordelijkheid van de school, zeker nu de vergoeding daarvoor in de lumpsum is opgenomen. Als er te weinig tijd is om een volwaardige tweede correctie uit te voeren, valt te overwegen om de eerste en de tweede correctie gelijktijdig te laten uitvoeren. Dat kan de onafhankelijkheid van de tweede correctie ook ten goede komen. Klopt het dat de staatssecretaris dit overweegt? Heeft de kwaliteitscode van de VO-raad de instemming van de staatssecretaris en heeft die ook betrekking op de tweede correctie?
De heer Van der Vlies (SGP) stelt dat een school die zichzelf respecteert en vertrouwen heeft in het werk dat daar plaatsvindt, erop staat dat er een onafhankelijke en objectieve toets komt op het prestatiebeeld van haar leerlingen. Als er geen onafhankelijke en objectieve toets meer zou zijn, zouden scholen in een onderlinge concurrentieslag terechtkomen binnen een voedingsgebied en zouden docenten binnen secties elkaar keihard beconcurreren. Wat hem betreft, is er geen sprake van wantrouwen in docenten. Hij houdt een pleidooi voor het huidige systeem. Er moet een onafhankelijke en objectieve toetsing blijven met een volwaardige tweede correctie. De school organiseert de tijd die beschikbaar is voor een docent die een tweede correctie moet doen en de vergoeding die daartegenover staat, moet substantieel zijn.
Het idee van maatwerk in het vmbo is op zichzelf een mooie gedachte, maar de vraag is of en zo ja, in hoeverre de school de keuze om hier zelf invulling aan te geven en bijvoorbeeld niet mee te doen om het maatwerk behapbaar te houden.
Antwoord van de staatssecretaris
De staatssecretaris noemt de betrokkenheid van de Kamer bij dit belangrijke thema positief. Zij denkt op dit moment na over de verhouding tussen het centraal examen en het schoolexamen met als invalshoeken de problematiek van de te grote verschillen en de wens om kennis op een goede manier te kunnen toetsen. Zij hoopt de Kamer rond de zomer hierover nader te kunnen informeren. Het voorliggende besluit is voortgekomen uit de wens die ook in het vo en bij de VO-raad leeft om de kwaliteitsborging rondom de examens zo goed mogelijk te regelen en is gecombineerd met het punt van maatwerk in het vmbo.
Zij heeft er begrip voor dat leerlingen vakken in verschillende gradaties willen kunnen volgen. Dit levert evenwel ernstige problemen op met de borging van het civiele effect van een diploma, omdat er moet kunnen worden gerekend op een minimumniveau. Als een vak onder het niveau is gedaan, moet in een vervolgopleiding extra aandacht aan dat vak worden geschonken. Zij kiest niet tussen het systeem en het kind, maar voor een diploma dat qua waarde transparant is. Daar heeft niet alleen de jongere zelf, maar ook zowel het vervolgonderwijs als de arbeidsmarkt belang bij. De keuze om al dan niet maatwerk te leveren, is aan de vmbo-school zelf.
In de praktijk vindt een volwaardige tweede correctie plaats door meer dan 65% van de docenten. Het heeft haar voorkeur dat wordt toegewerkt naar 100%, omdat dit een afspraak is in het taakbeleid en een onderdeel van de cao-afspraken die de afgelopen jaren zijn gemaakt. Het is jammer dat op een aantal scholen geen volwaardige tweede correctie heeft plaatsgevonden. In de lumpsum zit het bedrag dat is bedoeld als tegemoetkoming voor portokosten, telefoonkosten en reiskosten; het is geen tegemoetkoming voor de tijd die men aan het werk besteedt. Volgens haar informatie wordt de tegemoetkoming op de meeste scholen gegeven. Zij heeft dan ook niet de indruk dat het een probleem is. Het hoort bij het taakbeleid en het is aan de school om ervoor te zorgen dat de ruimte wordt geroosterd voor het correctiewerk. Het lijkt haar bezwaarlijk om op nationaal niveau te regelen dat scholen de vergoeding voor de tweede correctie eerlijk en op gelijk niveau uitkeren aan de docenten. De school bepaalt zelf welke vergoeding wordt gegeven voor gemaakte kosten. Is men daar binnen de school niet tevreden over, dan zal men de weg naar de medezeggenschap wel weten te vinden.
De tweede correctie is niet zozeer een kwestie van controle. Wel is de staatssecretaris het ermee eens dat een school niet alleen zelf centrale examens moet willen controleren om recht te doen aan de leerlingen, maar ook zichzelf moet willen laten controleren. Het centraal examen is immers het ijkpunt aan het eind van het voortgezet onderwijs en de behoefte aan kwaliteit is in Nederland alleen maar toegenomen. Ook voor examenkandidaten is de tweede correctie van belang, omdat er altijd fouten kunnen worden gemaakt. Dat is de allerbelangrijkste reden voor de tweede correctie. Ook de objectiviteit speelt een rol.
Het laten uitvoeren van de eerste correctie door een andere school en de tweede correctie door de eigen school leidt niet tot een vermindering van de werklast. Ook speelt mee dat het aantal processen over examenresultaten in de toekomst alleen maar zal toenemen. Als er een goede en professionele correctie heeft plaatsgevonden, heeft de school ook een goede en stevige positie bij de rechter.
De VO-raad en het ministerie hebben steeds in eenstemmigheid overleg gehad. De resultaten daarvan, inclusief een volwaardige tweede correctie, zijn opgenomen in het protocol dat de VO-raad voorlegt aan zijn ledenvergadering. Zij hoopt van harte dat de ledenvergadering met het protocol instemt, maar is voornemens dit proces door te zetten. Gelet op het taakbeleid, staat wat haar betreft het punt van de correctie niet ter discussie. Het besluit heeft terugwerkende kracht, dus zij wil dat het de komende maand wordt gehanteerd bij de correcties. Dat geldt ook voor het examen dat op dit moment door een aantal vmbo’ers al op hoger niveau wordt gedaan en dat ook rechtskracht moet krijgen.
Samenstelling:
Leden: Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), voorzitter, Depla (PvdA), Slob (ChristenUnie), Remkes (VVD), Joldersma (CDA), Jan de Vries (CDA), Jan Jacob van Dijk (CDA), Aptroot (VVD), Leerdam (PvdA), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Roefs (PvdA), ondervoorzitter, Verdonk (Verdonk), Van Leeuwen (SP), Biskop (CDA), Bosma (PVV), Pechtold (D66), Zijlstra (VVD), Jasper van Dijk (SP), Besselink (PvdA), De Rooij (SP), Ouwehand (PvdD) en Dibi (GroenLinks).
Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Ferrier (CDA), Gill’ard (PvdA), Anker (ChristenUnie), Van Miltenburg (VVD), Atsma (CDA), Uitslag (CDA), Schinkelshoek (CDA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Dijken (PvdA), Hamer (PvdA), Vietsch (CDA), Van Dam (PvdA), Van der Burg (VVD), Gesthuizen (SP), Jonker (CDA), Fritsma (PVV), Van der Ham (D66), Ten Broeke (VVD), Leijten (SP), Bouchibti (PvdA), Gerkens (SP), Thieme (PvdD), Peters (GroenLinks) en Van Bommel (SP).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31421-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.