31 371 Kredietcrisis

Nr. 382 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 september 2015

In augustus 2014 heb ik uw kamer geïnformeerd dat de volledige hoofdsom uit hoofde van Icesave is gerecupereerd (Kamerstuk 31 371, nr. 381). Daarbij gaf ik aan dat hierna nog twee kwesties opgelost moesten worden. In de eerste plaats betrof het een vergoeding voor gemaakte uitvoeringskosten en gederfde rente. Het geschil hierover leidde tot de rechtszaak tegen het IJslandse depositogarantiestelsel (DGS), die door De Nederlandsche Bank gezamenlijk met Financial Services Compensation Fund (het depositogarantiestelsel van het Verenigd Koninkrijk) werd gevoerd. Ten tweede stond sinds 2011 nog een bedrag met een tegenwaarde van circa € 12 miljoen aan IJslandse kronen op een geblokkeerde rekening in IJsland die door de geldende kapitaalrestricties niet geconverteerd konden worden. Voor beide kwesties is nu een oplossing gevonden.

Met het IJslandse depositogarantiestelsel is een schikking overeengekomen. De schikking houdt in dat een bedrag van 20 miljard IJslandse kronen als lumpsum ter beschikking wordt gesteld aan Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Omgerekend bedraagt het aandeel van Nederland € 48,6 miljoen. De IJslandse autoriteiten hebben een ontheffing verleend voor de betaling van dit bedrag, wat nodig was door de van toepassing zijnde kapitaalrestricties in IJsland. Tevens is een onderdeel van de schikking dat de kronen die op de geblokkeerde rekening staan kunnen worden geconverteerd en overgeboekt naar een rekening buiten IJsland. Het totaalbedrag dat deze schikking oplevert voor de Nederlandse staat is ongeveer € 61 miljoen. Op deze opbrengst worden de juridische en proceskosten die vanaf 2011 zijn gemaakt in mindering gebracht. Het nettoresultaat bedraagt € 58 miljoen, die niet-relevant is voor het uitgavenkader. De gevolgen voor het EMU-saldo worden in kaart gebracht. Met de schikking is de rechtszaak tegen het IJslandse DGS per direct beëindigd.

In 2008 en 2009 heeft De Nederlandsche Bank een bedrag uitgekeerd van € 1.635 miljoen aan depositohouders van Icesave. Hiervan namen de Nederlandse banken € 208 miljoen voor hun rekening en de Nederlandse Staat € 1.428 miljoen. Ten opzichte van deze € 1.428 miljoen heeft de Staat nu uiteindelijk € 1.492 miljoen gerecupereerd.

In de rechtszaak tegen het IJslandse DGS werd Nederlandse of IJslandse wettelijke rente geclaimd en vergoeding van de uitvoeringskosten van het IJslandse DGS. Uitgaande van Nederlandse wettelijke rente bedroeg de claim circa € 167 miljoen. Omdat de claim werd betwist zou het nog enkele jaren van procederen vergen om een finale uitspraak van de IJslandse rechter te krijgen over de rechtmatigheid van de claim. Inherent aan een dergelijke procedure is dat de uitkomst ongewis is. Bovendien oversteeg de claim, zeker gecombineerd met de claim van het VK, in hoge mate de middelen die het IJslandse DGS beschikbaar heeft. Dit beperkt de mogelijkheden om binnen een afzienbare periode verhaal te halen zelfs als de IJslandse rechter de claim uiteindelijk toe had gewezen.

De schikking stelt zeker dat, nadat de hoofdsom al was teruggekomen, de uitvoeringskosten en een significant deel van de financieringskosten van de Nederlandse Staat zijn vergoed. Bovendien zorgt de schikking ervoor dat het dossier Icesave na zeven jaren gesloten kan worden. De bilaterale relatie met IJsland wordt vanaf heden niet langer belast door Icesave en IJsland kan verder werken aan het financieel-economisch herstel na de crisis dat dit land zo hard heeft getroffen. Alle betrokken partijen hebben met de schikking een bijdrage geleverd aan de oplossing van dit dossier, en dat is te verkiezen boven vele jaren van procederen en onzekerheid.

Het afronden van het IJsland dossier is in lijn met het beleid van het Kabinet om de crisismaatregelen zo snel mogelijk af te handelen.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Naar boven