31 325
Wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het door de scholen om niet ter beschikking stellen van lesmateriaal aan de leerlingen in het voortgezet onderwijs

nr. 12
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 11 maart 2008

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel VI wordt een lid toegevoegd, luidend:

5. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing voor het schooljaar 2009–2010, met dien verstande dat voor de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van de teldatum 1 oktober 2009 en voor de toepassing van het derde lid, onder a, van het derde kwartaal van 2009.

B

In artikel VIA worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Voor de bestaande tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:

2. In het koninklijk besluit, bedoeld in artikel VII, eerste lid, onder c, kan worden bepaald dat in het eerste lid «2011» wordt vervangen door: 2012.

C

Artikel VII komt te luiden:

ARTIKEL VII. INWERKINGTREDING

1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus 2008 met dien verstande dat artikel 86 van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals gewijzigd door artikel I, onderdeel B, en artikel 2.2.1, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals gewijzigd door artikel II, voor het eerst van toepassing zijn ten aanzien van de bekostiging voor het kalenderjaar 2009 en met uitzondering van:

a. artikel I, onderdeel A, artikel III, onderdeel C, en artikel IV, die in werking treden met ingang van 1 augustus 2009,

b. artikel V, tweede lid, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, en

c. artikel VI, vijfde lid, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

2. Indien in het koninklijk besluit, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt bepaald dat artikel VI, vijfde lid, in werking treedt met ingang van 1 augustus 2009, wordt in het eerste lid «2009» telkens vervangen door: 2010.

Toelichting

Deze nota van wijziging waarvan de strekking is beschreven in mijn brief van 11 maart 2008, dien ik in mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Algemeen

Indien op grond van artikel VII, eerste lid, onder c, zou worden besloten tot het tot stand brengen van een koninklijk besluit waardoor de invoeringsperiode zou worden verlengd, zijn er enkele technische voorzieningen nodig. Deze nota van wijziging strekt hiertoe.

Ook als gebruik gemaakt zou worden van de mogelijkheid om bij koninklijk besluit de invoeringsperiode te verlengen, wordt gewaarborgd dat de tegemoetkoming niet wordt belast.

Zodra de voorziene invoeringsperiode voorbij is, zullen deze wijzigingen ook weer ongedaan worden gemaakt, bijvoorbeeld door middel van een Veegwet of een technische reparatiewet.

Onderdeel A

Indien een koninklijk besluit om de invoeringsperiode te verlengen tot stand komt, regelt artikel VI dat de eenmalige tegemoetkoming met een jaar wordt verlengd. Daartoe wordt aan artikel VI een lid toegevoegd (vijfde lid) waarin is geregeld dat hetgeen in de voorgaande leden (leden 1 tot en met 4) is geregeld van overeenkomstige toepassing is op het schooljaar 2009–2010. Voor de uitvoering over dat jaar zijn dan van belang de teldatum en het derde kwartaal van het jaar 2009.

Onderdeel B

Ook de evaluatiebepaling (artikel VI.A) wordt overeenkomstig technisch aangepast.

Onderdeel C

Aan de inwerkingtredingsbepaling in het wetsvoorstel (artikel VII) wordt een tweede lid toegevoegd waarin wordt bepaald dat indien het koninklijk besluit tot verlenging wordt geslagen in het eerste lid van de inwerkingtredingsbepaling «2009» wordt vervangen door «2010». Door de koppeling van de inwerkingtreding van artikel VII, eerste lid, onder c, en het tweede lid in één koninklijk besluit, is verzekerd dat dit besluit alleen kan regelen dat de structurele regeling in werking treedt op 1 augustus 2010.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

Naar boven