31 311 Zelfstandig ondernemerschap

Nr. 140 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 oktober 2014

Naar aanleiding van mijn toezegging in het VAO Franchise op 25 juni jl. (Handelingen II 2013/14, nr. 98, item 4) informeer ik uw Kamer over de stand van zaken rond de versterking van zelfregulering in de franchisesector.

Over de problematiek in de franchisesector heeft de afgelopen tijd intensief overleg plaatsgevonden met een groot aantal partijen die actief zijn op het gebied van franchise; zowel franchisenemers als franchisegevers. Op basis van twee rondes van gesprekken en een tweetal grotere bijeenkomsten met sectorvertegenwoordigers, is een helder beeld ontstaan van de door de sector gewenste oplossingsrichtingen. In deze brief ga ik in op de uitkomsten van deze gesprekken.

1. Conclusies van de sector over de problematiek

Door de sector is aangegeven dat problemen in de samenwerking tussen franchisenemers en franchisegevers ontstaan door tegenstrijdige belangen. Dit betreft aspecten die niet of niet voldoende in de franchiseovereenkomst zijn vastgelegd en handelingen in strijd met de gesloten overeenkomst. Met enige regelmaat ontstaan geschillen die niet op bevredigende wijze worden opgelost.

Geschillenbeslechting via de rechter is voor partijen vaak geen optie. Dit past niet goed in de realiteit van franchise, waarbij de partijen door een meerjarig contract niet, of alleen tegen prohibitieve kosten, afstand van elkaar kunnen nemen. De wettelijke regels zoals de rechter ze toepast zijn gericht op vergoeding van schade en niet op behoud van de onderlinge relatie, zodat rechtszaken vaak pas gevoerd worden als de franchiserelatie al is verbroken. Daarom is rechtspraak niet het beste middel om de constructieve en wederzijds voordelige samenwerking te bevorderen waar in de praktijk behoefte aan is. Bovendien wordt in de rechtspraak weinig waarde gehecht aan de bestaande Europese Erecode inzake Franchising, die juist wél ingaat op gedragsaspecten binnen de samenwerking.

Kortom, uit de gesprekken is een duidelijk beeld ontstaan van de verschillende problemen die zich in de sector voordoen. Dit beeld is getoetst bij de sector en wordt breed herkend.

Door beide zijden van de sector is daarbij aangegeven dat er geen behoefte is aan aanvullend onderzoek, omdat dit het proces naar versterking van zelfregulering vertraagt. Ik acht het om deze reden niet nodig om verder onderzoek te doen.

2. Noodzakelijke elementen zelfregulering: gedragscode en zelfregulering

Uit gesprekken met de sector is verder gebleken dat men behoefte heeft aan versterking van de volgende elementen van zelfregulering:

Ten eerste willen partijen een gedragscode die de feitelijke gedragingen van de partijen bij het opstellen van een franchiseovereenkomst en gedurende de looptijd van de overeenkomst normeert. De nieuwe nationale gedragscode dient de rechten en plichten van beide partijen duidelijk en evenwichtig te beschrijven en moet breed gedragen worden. Een nieuwe code zou duidelijkheid moeten bieden omtrent bijvoorbeeld transparantie en informatieplichten, termijnen bij beëindiging van de franchiseovereenkomst, e-commerce en concurrentiebedingen. Complicerende factoren zoals het in de franchise betrokken onroerend goed moeten besproken worden. De gedragscode moet ook handreikingen bevatten voor het gedurende de looptijd aanpassen van overeenkomsten aan veranderende omstandigheden.

De Nederlandse Franchise Vereniging (belangenvereniging van franchisegevers) wijst erop dat de bestaande erecode een in Europees verband afgestemd kader biedt en als zodanig voor internationaal opererende formules relevant zal blijven. Ook het proces van opstellen van een nieuwe code is belangrijk omdat het dwingt tot dialoog en bijdraagt aan wederzijds begrip.

Ten tweede vragen partijen om een werkbare, snelle, kosteneffectieve vorm van geschillenbeslechting, waarin de zoektocht naar een oplossing de onderlinge relatie niet verder beschadigt. Partijen onderkennen dat mediation aan deze voorwaarden voldoet, maar uiten tevens de verwachting dat er geschillen over zullen blijven die moeten worden voorgelegd aan een geschillencommissie of rechter. De Nederlandse Franchise Vereniging (NFV) biedt ook nu al mediation en arbitrage diensten aan. In principe zijn dit de juiste instrumenten, omdat partijen die met elkaar verder willen tijdens mediation en arbitrage minder van elkaar vervreemd raken dan in een gang naar de rechter. Echter door de betrokkenheid van de NFV wordt dit aanbod door franchisenemers niet ervaren als onafhankelijk en onpartijdig. Daarom zal de sector in overleg tot een breed gedragen vorm van geschilbeslechting moeten komen, die men als neutraal en onpartijdig ervaart, om de naleving van de nieuw op te stellen gedragscode te borgen.

Tenslotte bestaat de behoefte aan een zodanige koppeling van de gedragscode aan de franchiseovereenkomsten dat het normenkader van de code ook een rol zal spelen bij de beoordeling van geschillen over de overeenkomst door een rechter of geschillencommissie. In de huidige rechtspraak wordt de bestaande Erecode niet betrokken bij de beoordeling van het geschil.

Partijen zouden dit graag anders zien. Een manier waarop dit zou kunnen worden gerealiseerd is het benoemen van de code in de individuele overeenkomsten vergelijkbaar met een stelsel van «algemene voorwaarden» waaraan partijen ook gehouden mogen worden.

3. Overige maatregelen

Naast de versterking van zelfregulering is er behoefte aan enkele flankerende maatregelen op het gebied van voorlichting en fraudebestrijding. Uit gesprekken met vertegenwoordigers van franchisenemers en franchisegevers blijkt dat franchisenemers soms onvoldoende voorbereid aan de start verschijnen. Unaniem wordt aangegeven dat de voorlichting aan aspirant franchisenemers van groot belang is om hen goed voor te bereiden. Dit geldt in het bijzonder voor de startende ondernemers en «eerste keer franchisenemers». Voorlichting draagt bij aan een goed begrip van de te sluiten overeenkomst en de belangrijkste aandachtspunten daarin en helpt om de gewenste positief-kritische houding te cultiveren. Daartoe zijn inmiddels de nodige stappen gezet. Zo is de informatie op Ondernemersplein onlangs geactualiseerd. In de tekst wordt wordt nu nadrukkelijk ingegaan op de voor- en nadelen van franchising als ondernemersvorm, en de aandachtspunten waarin de franchisenemer zich moet verdiepen alvorens een overeenkomst aan te gaan. Daarnaast zal de Kamer van Koophandel op het jaarlijkse evenement «de Startersdag»1 het thema franchise aan de orde laten komen. Er worden 12.500 deelnemers verwacht op de fysieke locaties. Ook wordt gebouwd aan een digitale omgeving voor de Startersdag, met onder andere een «webinar» over het starten van een franchiseonderneming2. Online worden 20.000 bezoekers verwacht. En tenslotte wordt onderzocht of brancheorganisaties een sterkere rol kunnen spelen in de voorlichting van hun leden. Bijvoorbeeld door informatie te verstrekken over veelvoorkomende contractuele valkuilen in franchiseovereenkomsten en de ondernemersrisico’s.

Er zijn signalen ontvangen dat er contracten worden afgesloten waarin het falen van de franchisenemer een belangrijk onderdeel lijkt te zijn van het verdienmodel van de franchisegever. Deze signalen verdienen nadere aandacht. In deze situaties wordt ook regelmatig melding gemaakt van sterk wisselende taxaties van de (winkel)inboedel. Bij de opsporing van fraude en bij de afwikkeling van eventuele faillissementen zou daarop gelet moeten worden. Deze problematiek is bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het OM onder de aandacht gebracht. Om over kunnen gaan tot concrete actie zijn aangiftes nodig. De sector is hierop gewezen.

4. Vervolgproces

Versterking van zelfregulering in combinatie met een aantal flankerende maatregelen is mijns inziens een kansrijke route om de problematiek in de sector te verminderen. Om de noodzakelijke vertrouwensbasis te kunnen ontwikkelen tussen de partijen is het van belang om hen de ruimte te geven dit traject gedegen te doorlopen. Mijn inzet is erop gericht voortgang te bevorderen en de sector in staat te stellen om samen te komen tot een gedragen en werkbare gedragscode en geschilbeslechting. Op mijn initiatief wordt momenteel een kleine schrijfwerkgroep geformeerd die begin 2015 een tekst voor de nieuwe franchisecode moet opleveren zodat deze voor openbare consultatie kan worden uitgezet. Tevens zal deze groep een voorstel doen voor een effectieve vorm van geschilbeslechting. De uitkomsten van dit proces verwacht ik begin 2015. Ik zal u daarom in het eerste kwartaal van 2015 opnieuw informeren.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Dit jaar op 1 november.

X Noot
2

Qua opzet vergelijkbaar met de webinar «Starten met een webwinkel», zie: «https://www.ondernemersplein.nl/artikel/starten-met-een-webwinkel/»

Naar boven