31 300
Monitoring verwerving Joint Strike Fighter

nr. 11
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 31 maart 2009

De vaste commissies voor Defensie1, voor Economische Zaken2, voor Financiën3 en de commissie voor de Rijksuitgaven4 hebben een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Defensie over de brief van 16 maart 2009 inzake de beantwoording van de vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Defensie over het rapport van de Algemene Rekenkamer «Monitoring verwerving Joint Strike Fighter; stand van zaken oktober 2008» (Kamerstuk 31 300, nr. 9).

De staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 31 maart 2009. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,

Van Baalen

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Tichelaar

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Blok

De voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven,

Aptroot

Adjunct-griffier van de vaste commissie voor Defensie,

Van der Bijl

1

Bent u bereid het prijspeil 2009 te berekenen voordat de Kamer besluit over de aanschaf van testvliegtuigen? Zo nee, waarom niet?

Op 16 maart 2009 is de Kamer geïnformeerd over de bijstelling van het projectbudget naar € 6,154 miljard in prijspeil 2008 (Kamerstuk 31 300, nr. 9). De jaarrapportage Vervanging F-16 over 2008, die de Kamer op 27 maart 2009 heeft ontvangen (kenmerk DMO/DB/2 009 008 949), bevat nadere informatie over deze prijspeilaanpassing. De inflatiecijfers over 2009 zijn nog niet bekend. In de defensiebegroting 2010 en de meerjarenraming zal een correctie naar prijspeil 2009 worden verwerkt. In de aanloop naar de definitieve besluitvorming over de vervanging van de F-16 in 2010 zal in het najaar van 2009 de raming van het projectbudget verder worden geactualiseerd op basis van de concrete resultaten van de verwervingsvoorbereiding, voorafgaand aan de D-brief aan de Kamer. Zoals gemeld in de IOT&E-brief van 29 februari 2008 (Kamerstuk 26 488 nr. 65) noopt drie procent inflatie in de Verenigde Staten in algemene zin tot een jaarlijkse aanpassing van het Nederlandse projectbudget met ongeveer € 180 miljoen.

2

Bent u bereid om alsnog vraag 9 te beantwoorden, aangezien deze niet beantwoord is?

De Kamer is met de achtereenvolgende jaarrapportages geïnformeerd over de kosten van het project «Vervanging F-16», onlangs nog met de jaarrapportage over 2008.

3

Bent u (in antwoord op uw antwoord op vraag 7) bereid nu al een exactere schatting te geven, omdat de uitstapkosten ook relevant zijn indien besloten wordt niet mee te doen aan testfase?

Wanneer zal de Kamer de jaarrapportage ontvangen? Wanneer gaat u in op de knelpunten zoals de Algemene Rekenkamer (ARK) die formuleert?

Welke bedragen zullen er in de komende begrotingen per jaar uitgetrokken worden voor het project vervanging F-16? Welke bezuinigingen levert het niet meedoen aan de testfase op?

Op 27 maart jl. heeft de Kamer de jaarrapportage Vervanging F-16 ontvangen, waarin ook een aanvullende toelichting op het rapport van de Algemene Rekenkamer is opgenomen. In de defensiebegroting 2010 en de meerjarenraming zal een correctie naar prijspeil 2009 worden verwerkt voor het project Vervanging F-16. Wat betreft de uitstapkosten heb ik niets toe te voegen aan de antwoorden die de Kamer al heeft ontvangen op desbetreffende vragen.

Afzien van deelneming aan de IOT&E zou voor de jaren 2009 en 2010 leiden tot minder overheidsuitgaven in de orde van grootte van € 67 miljoen1, indien het betaalschema wordt verrekend met de reeds aangegane verplichtingen voor de long lead items en de inkoop- en productiekosten en de geschatte beëindigingskosten (€ 20 miljoen). Daar staat tegenover dat de industrie geen geplande investeringen zal doen van ongeveer € 100 miljoen in diezelfde jaren voor de F-35 productie- en onderhoudsinfrastructuur2. Bovendien zou Defensie op termijn ruim € 200 miljoen duurder uit zijn voor een nationaal te ontwikkelen en uit te voeren IOT&E-variant. Zoals in de brief van 29 februari 2008 (Kamerstuk 26 488 nr. 65) is uiteengezet, is het voor Nederland ondoelmatig en riskant om een volledig nationaal programma te ontwikkelen. Deelneming aan de internationale IOT&E is dermate doelmatig en doeltreffend dat daarmee vergeleken een andere opzet van de IOT&E in een latere fase geen aantrekkelijke optie is. Op grond hiervan is ons land na parlementaire instemming in mei 2008 toegetreden tot het IOT&E MoU en is deelneming aan de internationale IOT&E in de Verenigde Staten een uitgangspunt voor het vervolg van het project Vervanging F-16.

4 en 14

Kunt u de vragen 17 en 41 graag alsnog beantwoorden?

Kunt u vraag 49 graag alsnog beantwoorden?

Ik heb niets toe te voegen aan de antwoorden die de Kamer op desbetreffende vragen heeft ontvangen.

5, 31 en 51

Waarop baseert u de stelling dat consortium buy en dergelijke constructies zullen leiden tot meer prijs- en productiestabiliteit? Wat is de exacte stand van zaken met betrekking tot de consortium buy? Wanneer zijn wie bij elkaar gekomen en wat is er voorgesteld? Wat heeft Nederland voorgesteld?

Welke concrete regeringsdocumenten en concrete voorstellen vanuit het JPO zijn er over de consortium buy? Betekent het hanteren van een «consortium buy prijs» dat er aanvankelijk geen fictieve prijs meer betaald wordt die later, aan het eind van de «lijn» verrekend wordt? Met hoeveel ontwikkelpartners is overeenstemming bereikt om de «consortium buy prijs methodiek» te hanteren? Wanneer valt er wat dit betreft een beslissing? Welke landen staan niet alleen positief tegenover het invoeren van een «consortium buy prijs», maar willen zich er ook voor inzetten? Wat is als dit niet doorgaat het effect op het budget? Heeft doorrekening plaats gevonden van diverse scenario’s?

Acht u het verwonderlijk dat Lockheed Martin, gezien haar positie als producent, een voortrekkersrol speelt in de totstandkoming van een consortium buy? Waarop baseert u dat er in zowel Australië als Nederland politieke steun voor een dergelijke constructie «nadrukkelijk aanwezig» is?

Met diverse antwoorden op Kamervragen, onder andere met kenmerk DMO/DB/2009 009 234, en onlangs nog met de jaarrapportage Vervanging F-16 over 2008 is de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot een Consortium Buy (CB). Uit signalen vanuit de Kamer, alsmede uit overleg met de Kamer is mij gebleken dat de politieke steun voor een CB of soortgelijke constructie nadrukkelijk aanwezig is. Hetzelfde geldt voor Australië, dat zich onder andere in de JESB voorstander betoont van het bevorderen van prijs- en productiestabiliteit.

Als de CB uiteindelijk geen doorgang vindt, heeft dit geen effect op het Nederlandse projectbudget, omdat het budget is gebaseerd op de jaarlijkse bestelling van toestellen volgens de reguliere bestelsystematiek.

Naast de partnerlanden heeft ook de fabrikant baat bij prijsen productiestabiliteit. Tegen die achtergrond acht ik een CB-voorstel van Lockheed Martin niet verwonderlijk. Vanzelfsprekend zal elk concreet voorstel voor een CB of een soortgelijke constructie worden beoordeeld en doorgerekend met het oog op het projectbudget.

6

Klopt het dat er momenteel nog steeds testen gedaan worden met de prototypes om het geluidseffect van de vliegtuigen te meten? Welk effect zal dit hebben op de huidige tijdslijn?

Neen. De Kamer is onlangs geïnformeerd over de beschikbare geluidsinformatie van de F-35, de Gripen Demo en de Advanced F-16, weergegeven in een NLR-rapport (Kamerstuk 26 488 nr. 153).

7

Om hoeveel vacatures gaat het exact in uw antwoord op vraag 25?

Vier. Voor een nadere toelichting verwijs ik naar de jaarrapportage Vervanging F-16 over 2008.

8, 22, 23 en 53

Wanneer is de site survey op de vliegbasis Volkel voorzien? Wat wordt er onderzocht tijdens een dergelijke survey? Is er een verslag van? Kan deze met de Kamer gedeeld worden? Waarom zouden de eerste F-35’s op Leeuwarden gestationeerd worden? Wat is hier de ratio achter?

Wat is het concrete resultaat van de site survey op de vliegbasis Leeuwarden gehouden in het najaar van 2008?

Wat waren de kosten van de site survey? Hadden deze kosten niet bespaard kunnen worden tot na het bekend worden van de definitieve uitkomst van de kandidatenvergelijking?

Is een dergelijke site survey gedaan voor de F-16 Block 60 en Saab Gripen NG? Zo nee, waarom niet? Is het juist dat de aanpassingen voor de 270 volt voorziening alleen noodzakelijk zijn voor de F-35? Is het juist dat de aanpassingen voor de nieuwe onderhoudshangaar alleen noodzakelijk zijn voor de F-35 (en beslist niet voor de F-16 Block 60 en Saab Gripen NG)? Zijn deze overwegingen meegenomen in de kandidatenvergelijking? Waarom zijn de vragen over infrastructuur wel opgenomen in de Request For Iinformation (RFI) van 1999 en waarom niet in de questionnaire? Wie heeft de beslissing genomen deze de vragen over infrastructuur weg te laten uit de questionnaire van mei 2008? Sinds wanneer is bekend dat voor motoronderhoud van de JSF meer ruimte nodig is en dat een 270 volt installatie nodig is?

Kan alsnog de vraag worden beantwoord of er op Nederlandse luchtmachtbases ook site surveys zijn gehouden om te beoordelen of deze bases geschikt zijn voor toestellen anders dan de JSF, wat de reden hiervoor is, en wat dit zegt over de vooringenomenheid bij Defensie? Zo nee, waarom niet?

Als gevolg van de uitkomsten van de kandidatenevaluatie uit 1999–2001, neemt Nederland sinds 2002 deel aan de ontwikkeling van de JSF (SDD) en niet aan de ontwikkeling van de Gripen NG of de Advanced F-16. De kosten van de eerste site survey van ieder partnerland maken deel uit van het SDD-budget. De site survey van september jl. op vliegbasis Leeuwarden past bij een gedegen projectplanning.

Tijdens een site survey wordt de geschiktheid van de vliegbasis voor het nieuwe toestel beoordeeld. Daarbij wordt tevens in kaart gebracht welke maatregelen moeten worden genomen om de vliegbasis geschikt te maken voor het veilig opereren met het nieuwe toestel. In overleg met het Commando luchtstrijdkrachten is in de projectplanning gekozen voor Leeuwarden. Uit de site survey van Leeuwarden is gebleken dat deze basis geen onoverkomelijke belemmeringen kent om te zijner tijd met F-35 vliegtuigen te opereren.

Een site survey voor vliegbasis Volkel is volgens de huidige planning voorzien voor 2012, ongeveer zeven jaar voorafgaand aan de stationering van de nieuwe vliegtuigen. De ervaring met de site survey op Vliegbasis Leeuwarden kan overigens al worden gebruikt ten behoeve van Vliegbasis Volkel.

Omdat bijvoorbeeld de afmetingen van het toestel en de motor al bekend waren was veel informatie al op hoofdlijnen bekend. Uit de site survey is gebleken dat, rekening houdend met de reeds geplande bedrijfsmatige vervanging van infrastructuur, het voor de F-35 opgenomen bedrag in het projectbudget volstaat voor de aanpassingen van de bestaande infrastructuur en voor veiligheidsvoorzieningen. De aanleg van een 270 VDC spanningsvoorziening of aanpassingen in hangaars en vliegtuigshelters zijn daarvan een voorbeeld. Overigens zouden er naar verwachting in het geval van de Gripen NG of de Advanced F-16 evenmin forse belemmeringen zijn voor het opereren vanaf Nederlandse bases.

Uit de antwoorden op de RFI uit 1999 is gebleken dat de toegevoegde waarde van detailvragen over infrastructuur in een RFI of questionnaire beperkt is, onder andere omdat de fabrikanten niet bekend zijn met de infrastructuur op Nederlandse bases. Daarom is in de kandidatenevaluatie bij de Gripen NG en de Advanced F-16 naar analogie van meerdere kostenposten een stelpost voor infrastructurele aanpassingen opgenomen ter grootte van het bedrag van de F-35.

In de bijlage bied ik de Kamer de gerubriceerde presentatie van de site survey vertrouwelijk ter inzage aan.1 Hierin wordt een uitspraak gedaan over de geluidscontouren van Leeuwarden op basis van gegevens van de testvluchten met het prototype (de X-35) van de F-35 in 2001. Het NLR is op dit moment bezig met een onderzoek naar de relatie tussen de F-35 en de geluidscontouren, gebaseerd op de informatie die nu (anno 2009) beschikbaar is.

9

Kunt u vraag 39 graag alsnog beantwoorden, ook met het oog op het commentaar van de Amerikaanse rekenkamer, de Government Accountability Office (GAO)?

Ik verwijs hiervoor naar de jaarrapportage Vervanging F-16 over 2008, waarin een reactie is opgenomen op het rapport van de GAO.

10

Waarom heeft het kabinet geen appreciatie gegeven over het PriceWaterhouseCoopers-rapport inzake de werkgelegenheid door deelname aan de F-35 toen dit rapport aan de Kamer werd gestuurd?

PWC heeft in opdracht van het Kabinet onderzoek gedaan naar de economische betekenis voor Nederland van deelneming door de Nederlandse industrie aan het JSF-ontwikkelingsprogramma. De studie betreft de effecten ten aanzien van spin-off, spill-over en werkgelegenheid die geraamd worden bij een Nederlandse deelneming aan de productiefase van het JSF-programma. Omdat het gaat om een onafhankelijke studie die tot stand is gekomen op basis van een openbare Europese aanbesteding, leek een kabinetsreactie hierop niet gepast. Eenzelfde aanpak is gevolgd bij de aanbieding van het CPB-rapport.

11

Kunt u vraag 40 alsnog beantwoorden in prijspeil 2008? Wanneer is de berekening voor het prijspeil 2009 bekend? Is inmiddels de exacte stuksprijs bekend? Stuurt u die informatie aan de Kamer? Met welk bedrag is de onzekerheidsopslag verhoogd? Wat wordt bedoeld met stijging commonality cv-variant?

In de tabel is op basis van de gemiddelde dollarkoers gedurende het kalenderjaar2 de kale stuksprijs opgenomen in prijspeil 2008, zowel in dollars als euro’s.

JaarPP02PP08USD-koersPP08 in euro
200137,242,51,1247,5
200238,143,51,0646,1
200344,851,20,8845,3
200444,550,80,8040,9
200546,753,40,8042,9
200647,654,40,8043,3
2007–200849,556,60,7039,8
plankoers49,556,60,8346,9

Zodra een nieuwe kale stuksprijs bekend wordt zal ik de Kamer daarover informeren.

De onzekerheidsopslag heeft betrekking op de bereidheid van toeleveranciers om aanzienlijke investeringen te doen in productieverbeteringen. In 2003 is geconstateerd dat deze bereidheid – vanwege de onzekerheden in het productieschema – niet zo groot was als eerder werd aangenomen. Daarop zijn de reeds ingeboekte effecten van doelmatigheidsmaatregelen door de toeleveranciers teruggedraaid.

Met het JSF-programma worden drie vliegtuigvarianten ontwikkeld die uit oogpunt van doelmatigheid een zo groot mogelijke gelijkenis in eigenschappen en te gebruiken materialen hebben. Onlangs is komen vast te staan dat in de CV-variant onderdelen kunnen worden gebruikt die ook in de CTOL-variant worden toegepast. Nu er meer dezelfde onderdelen kunnen worden gebruikt (commonality) ontstaan schaalvoordelen en lagere kosten voor de CTOL. Dit had dus een kostenverlagend effect.

12

Is de motor inbegrepen bij de kale stuksprijs?

Ja.

13

Bent u bereid bij uw Amerikaanse collega bewindspersonen te informeren in hoeverre zij toestemming zouden geven om de NAVO-kernwapentaak met een ander dan een Amerikaans vliegtuig uit te oefenen? Zo nee, waarom niet?

De regering doet zoals gebruikelijk geen mededelingen over nucleaire aangelegenheden.

15

Over welke kosten heeft u het in uw antwoord op vraag 51? Bent u bereid om dan ook in uw antwoord de hoogte van de kosten op te nemen? Welke hoge kosten gaan gepaard met «van de plank kopen»?

Het betreft niet de kosten van het «van de plank» kopen maar de uitstapkosten die ontstaan als de F-35 alsnog «van de plank» wordt gekocht.

Verder heb ik niets toe te voegen aan het antwoord dat de Kamer op de desbetreffende vraag heeft ontvangen.

16

Kunt u aangeven en toelichten waarom het afdrachtpercentage van 10,3% naar 10,1% is gegaan?

In de berekening van het Tekort door de Staat zijn bij de vergelijking met het kopen van de plank alle parameters doorgerekend. In het Tekort werden de organisatiekosten (dit zijn de kosten voor de Foreign Military Sales toeslag die betaald moet worden als de toestellen van de plank worden gekocht) berekend voordat de betalingen van royalties (de opslag die exportklanten moeten betalen als vergoeding voor de ontwikkelingskosten van de JSF) daaraan werden toegevoegd. De luchtvaartindustrie heeft vervolgens gevraagd of ook organisatiekosten worden geheven over de royalties die zouden zijn verschuldigd als vliegtuigen van de plank zouden worden gekocht. Uit navraag bij het Amerikaanse ministerie van Defensie bleek dat inderdaad een«organisatiekostentoeslag» wordt geheven over de te betalen royalties. Deze aanpassing heeft er toe geleid dat het Tekort daalde van $ 308,1 miljoen tot $ 302 miljoen en daarmee het afdrachtpercentage tot 10,09, afgerond 10,1.

17

Kunt u voor de Production & Sustainment Memorandum of Understanding (MoU) die als subset van de Production, Sustainment and Follow-on Development (PSFD) MOU eind 2006 is afgesloten, aangeven wat de concrete status is van Denemarken en Turkije die vooralsnog niet hebben ondertekend? Gaat u de tekst van de subset voorleggen aan de Kamer?

Het Production & Sustainment (P&S) MoU dat is gesloten met Italië en Noorwegen, gaat in op de samenwerkingsmogelijkheden in Europees verband bij de productie en instandhouding van de F-35. Het moet worden beschouwd als een op zich zelf staand MoU, niet rechtstreeks gebaseerd op of gerelateerd aan het PSFD MoU. In het PSFD MoU zijn als deel van het F-35 programma concrete afspraken vastgelegd tussen alle partners over de productie, instandhouding en doorontwikkeling van de F-35.

Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen te melden over de mogelijke deelneming van Denemarken en Turkije aan het P&S MoU. In de bijlage bied ik u het P&S MoU vertrouwelijk ter inzage aan.1

18

Bent u voornemens om zoals het monitoringsrapport stelt «Ook de kosten die buiten de projectdefinitie vallen, maar wel gerelateerd zijn aan de verwerving van de Joint Strike Fighter (JSF)» op eenzelfde wijze eenvormig weer te geven in uw brieven naar de Kamer?

Neen. Gerelateerde projecten worden alleen vanwege een relatie met de vervanging van de F-16 betrokken in de jaarrapportages. Zelfdragende (kosten)informatie over die projecten wordt apart opgesteld en kent een eigen besluitvormingstraject binnen de kaders van het Defensie Materieel Proces. De Kamer wordt daarover dus per project afzonderlijk geïnformeerd.

19 en 20

Wat is u actie op de opmerking: «De Auditdienst Defensie merkt op dat betrouwbaarheid van de gegevens die de projectorganisatie hanteert beperkt is»?

Bent u van mening dat wanneer broninformatie is «gebaseerd op schattingen en veronderstellingen» dit bevestigt hoezeer de JSF-casus onzeker en op drijfzand is gebaseerd, en het wenselijk is eerst zekerheid en meer betrouwbare gegevens te verkrijgen?

Zoals eerder gemeld heb ik geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de gegevens die zijn gebruikt in de actualisering van de kandidatenvergelijking. Uiteraard is het zo dat er bij toekomstige uitgaven, zoals levensduurkosten, per definitie sprake is van onzekerheden. Dit geldt echter voor elk ontwikkelingsproject. In deel 4 van het vertrouwelijke rapport over de kandidatenevaluatie is hier nader op ingegaan (Kamerstuk 26 488, nr. 129). Bovendien concludeert de firma RAND Europe in haar rapport dat de kandidatenvergelijking transparant en objectief is uitgevoerd en dat de zes deelrapporten de uitkomsten van de vergelijking accuraat weergeven.

De auditdiensten concluderen dat het proces wat betreft de aspecten prijs, kwaliteit en levertijd zodanig is uitgevoerd dat op grond daarvan besluitvorming op verantwoorde wijze tot stand kan komen.

21

Hoe ziet u in dit licht de opmerking van de Pentagon materieelchef John Young in een intern memo van 16 januari 2009 (waarin hij o.a. stelt: «Helaas, is de JSF ook het programma dat de lijst aanvoert bij alle kostengroei analyses ... met een totale kostengroei van US$ 69 miljard (boven de oorspronkelijke US$ 229 miljard). De JSF ontwikkelingskosten zijn gegroeid met US$ 16 miljard en 38% hoger dan geschat in 2001»)? Hoe ziet u in dit licht de volgende stelling van John Young over informatie inzake kosten waarop de kandidatenevaluatie uit 2001 is gebaseerd die heeft geleidt tot de beslissing tot deelname aan de ontwikkeling van de JSF: «To be clear, the future of the JSF cost growth was largely written in 2001 when budget an pricing decisions were made in 2001 based on the inadequate knowledge gained from the JSF technology demonstrators»? En hoe beschouwt u het door John Young vastgestelde risico van overlap tussen testen en productie, of zoals Young het stelt: «to spend a little more in the early development, prototype phase to be more knowledgeable buyers and to avoid paying more than expected later because we lacked a mature understanding of the design as we moved to final development and production»?

De heer Young doelt vermoedelijk op het algemene verschijnsel dat gedurende de behoeftestellingsfase een schatting van onder andere de ontwikkelingskosten wordt gemaakt waaraan een te grote betrouwbaarheid wordt toegekend. Voorafgaand aan de werkelijke ontwikkeling en productie moet worden volstaan met ervaringen uit het verleden en voorspellingen over de toekomst. De praktijk is dat gedurende de ontwikkeling en productie actuele prijsinformatie beschikbaar komt en dat verantwoording moet worden afgelegd over de verschillen ten opzichte van de initiële kosteninschatting. De actuele kosten zijn in werkelijkheid het belangrijkst en het project moet niet alleen worden beoordeeld op grond van kostenschattingen uit het verleden en verschillen die in de loop van de tijd zijn ontstaan. Voor een beoordeling van de overlap tussen productie en testen verwijs ik naar de jaarrapportage over 2008. De heer Young doelt overigens met zijn opmerkingen niet op de overlap tussen testen en productie in de SDD-fase.

Hij acht die overlap aanvaardbaar. Ik merk tevens op dat de opmerkingen van de heer Young duiden op een situatie van ongeveer tien jaar geleden toen de Concept Development Phase van de JSF overging in de SDD en niet op de huidige stand van zaken.

24

Bent u nog steeds van mening dat men meer moet uitgaan van de gegevens van het JSF Program Office (JPO) en het Pentagon i.p.v. gegevens van de GAO?

Ja.

25, 33 en 59

Welke orders verwacht u, behoudens de nog onzekere order van Israël, tot 2019, d.w.z. de voor Nederland relevante contractperiode? Welke concrete aanwijzingen zijn daarvoor?

Houdt u, ondanks de overduidelijke aanwijzingen van het tegendeel, nog steeds vast aan de nu al jaren zo overduidelijk onzekere grondslag van 4500 te produceren toestellen? Gaat u de Kamer een overzicht verstrekken per land, verwachte order, tijdsperiode en verwacht aantal van harde uitstaande JSF productieorders en van verwachte orders in de toekomst, inclusief onderbouwing met bronmateriaal?

Gaat u, samen met het Nationaal Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR), nog steeds uit van een totaalproductie van 4500 toestellen van de JSF?

De regering is altijd uitgegaan van de door het Lockheed Martin en JPO verwachte aantal te produceren toestellen. In het meest waarschijnlijke scenario betreft dat 4 500 toestellen met inbegrip van de 3 173 toestellen voor de partnerlanden. Het exportpotentieel is commercieel vertrouwelijk en wordt niet vrijgegeven. Defensie heeft geen aanleiding de schatting in twijfel te trekken en is niet bekend met de «overduidelijke aanwijzingen» en «overduidelijk onzekere grondslag van 4 500 te produceren toestellen» die besloten liggen in de vraag.

26

Bent u van mening dat er eerst goede, gedegen en betrouwbare informatie moet zijn voordat er een beslissing genomen kan worden over verdere deelname aan het JSF-project of de aankoop van testtoestellen, zeker wanneer over het verwervingsbudget in het rapport van de ARK is gesteld dat «de auditdiensten van Defensie en Economische Zaken_ geen uitspraak kunnen doen.»?

Het kabinetsbesluit over de aanschaf van twee F-35 testtoestellen is genomen op grond van de duidelijke resultaten van een zorgvuldig uitgevoerde kandidatenvergelijking, getoetst door zowel de auditdiensten als de firma RAND Europe. Het projectbudget acht ik toereikend, te meer omdat de prijspeilaanpassing naar 2008 onlangs is doorgevoerd. Ik verwijs de Kamer tevens naar hetassurance rapport van de auditdiensten van Defensie en Economische Zaken dat 27 maart jl. is meegezonden met de jaarrapportage over 2008. Ik zal de Kamer informeren over de prijs van het eerste testtoestel zodra die bekend is. De besluitvorming en de aankoop van vliegtuigen zullen overigens gefaseerd geschieden en op momenten dat de benodigde informatie voorhanden is.

27 en 28

Waarom legt u de vinger niet bij de beperkte waarde van de kale kostprijs als maatstaf voor begrotingscalculaties? Waarom geeft u niet aan dat de Amerikaanse begrotingsgegevens een bodem aangeven en dat dit als maatstaf in ieder geval betrouwbaarder is als ondergrens in calculaties en als vergelijkingsmaatstaf?

Wat is uw mening over de berichtgeving in The Jerusalem Post1 dat de prijs rond de US$ 100 miljoen uitkomt, in plaats van de eerder genoemde US$ 50–60 miljoen per toestel?

Defensie is goed op de hoogte van het onderscheid tussen en het gebruik van de vele prijsvormen die van toepassing kunnen zijn op projecten, waaronder het project Vervanging F-16. De Kamer is daarover bij herhaling uitgebreid geïnformeerd. Bij vele andere instanties, waaronder diverse media, ontbreekt het inzicht in de toepasselijke prijzen.

Deze zijn daarom veel minder goed in staat diverse prijzen goed van elkaar te onderscheiden en met elkaar te vergelijken. De relevantie van mediaberichtgeving is daarom betrekkelijk.

29

Waarom gaat u niet in op de problematiek inzake de verlening van de System Development and Demonstration (SDD) fase met zowel gevolgen voor de defensiebegroting (prijs, onzekerheid, enz.) als voor de business case? Waarom gaat u niet in op het risico dat extra kosten gemoeid zijn met het schuiven van kosten van Block 3 naar Block 4? Wat is de invloed van deze verlenging op het totale ontwikkelingsbudget van het JSF project? Wat betekent deze verlenging voor de business case orders? Wat betekent deze verlenging voor de mogelijkheid een «multi year price» te hebben, waar de Amerikaanse wetgeving verbiedt om voorafgaand aan het einde van een SDD-traject multi-year orders te plaatsen en dus multi-year prijzen af te geven? Welke kosten zijn gemoeid met de upgrade, buiten de SDD fase vallend, voor upgrade van Block 3 naar Block 4, 5 en 6? Was dit in 2002 voorzien? Was dit in het voorjaar van 2008 voorzien? Is aan Nederland ook een extra bijdrage gevraagd voor de SDD fase?

Defensie heeft de Kamer bij herhaling geïnformeerd over alle onderwerpen die in de vraag aan de orde komen, zowel bij brief als in jaarrapportages, in antwoorden op schriftelijke vragen en tijdens overleg met de Kamer. Ook de jaarrapportage over 2008 gaat hier nader op in.

30

Hoe kunt u het ontstane gat in de Initial Operational Test & Evaluation (IOT&E) fase van € 100 miljoen uitleggen? Kunt u een detail berekening geven? Is het mogelijk om, alvorens akkoord te gaan met het contract voor het eerste testtoestel, een gegarandeerde «not to exceed» prijs voor het tweede toestel te ontvangen?

Defensie is niet bekend met een gat van € 100 miljoen voor de IOT&E. Over de maximumprijs en de bestelsystematiek verwijs ik naar de eerder gegeven antwoorden (Kamerstuk 26 488 nr. 69).

32 en 40

Wat vindt u van de berekening van de ARK inzake uitstapkosten en bent u bereid om de aanbeveling uit te voeren om deze in het komende be-slissingstraject door te rekenen en mee te nemen in de totale afweging?

Bent u alsnog bereid een exacte berekening van de uitstapkosten, waarin alle door uzelf opgesomde handelingen zijn verwerkt, te maken? Zo nee, waarom niet?

Ik heb niets toe te voegen aan de antwoorden die de Kamer herhaaldelijk, onlangs nog op 16 maart jl. (Kamerstuk 31 300 nr. 9), op vrijwel identieke vragen heeft ontvangen.

34

Staat u nog steeds achter de conclusies in het PriceWaterhouseCoopers rapport inzake de business case? Zo nee en ja, waarom?

Het PWC-rapport wijst op de positieve effecten voor werkgelegenheid en innovatie van deelname aan het JSF-programma. Zoals ik in mijn uitgebreide reactie op de contra-expertise van het CPB zal toelichten, bevestigt deze contra-expertise het beeld dat de Nederlandse deelneming aan de JSF een waardevolle bijdrage levert aan het creëren van hoogwaardige werkgelegenheid en innovatie in de Nederlandse luchtvaartindustrie en aanverwante industrie. Het CPB schat deze wel wat lager in dan PWC, maar hierbij zijn ook enkele kanttekeningen te plaatsen. Al met al valt te concluderen dat er geen reden is om de schatting van de werkgelegenheid gerelateerd aan het JSF-programma door PWC (sterk) neerwaarts bij te stellen.

35

Acht u het aan uzelf of aan de Kamer te oordelen over uitvoerigheid van aan de Kamer gezonden informatie en de toegevoegde waarde van een halfjaarlijkse rapportage over het project Vervanging F-16?

Met de brief van 23 september 1999 heeft de vaste commissie voor Defensie vastgesteld op welke wijze zij de regeling grote projecten voor het project Vervanging F-16 wil hanteren (Kamerstuk 26 488 nr. 2). Met de brief van 18 oktober 1999 (kenmerk DEF99–232) is de Kamer geïnformeerd dat Defensie instemt met het voorstel.

Defensie heeft daaraan de afgelopen tien jaar gevolg gegeven.

De Kamer heeft de sinds 2002 jaarlijks terugkerende aanbeveling van de auditdiensten van Defensie en Economische Zaken in het assurance rapport bij de jaarrapportage om zijn informatiebehoefte te herijken, niet overgenomen. Dat is uiteraard haar goed recht.

Desgevraagd heb ik op 16 maart jl. uiteengezet waarom een halfjaarlijkse rapportage geen toegevoegde waarde heeft. Tot slot staat buiten kijf dat de Kamer over geen enkel project zo uitvoerig is geïnformeerd als over het project «Vervanging F-16».

36

Hoe reëel acht u een projectbudget dat gebaseerd is op niet-bindende informatie?

Elk projectbudget berust per definitie op niet-bindende informatie totdat een bindende prijsopgaaf is ontvangen en een contract is gesloten over de levering van goederen en diensten met een vaste prijs. Voor nadere toelichting verwijs ik naar de brief van 4 maart jl. (Kamerstuk 26 488 nr. 147).

37

Op basis van welke aannames, welk onderzoek of welke gegevens wordt gesteld dat de orders voor de Nederlandse industrie «waarschijnlijk» zouden afnemen wanneer besloten wordt deelname aan de ontwikkeling van de SDD te staken? En zou ditzelfde gelden wanneer deelname aan de SDD wel wordt afgerond, maar verdere deelname aan volgende fasen zal worden gestaakt?

In de Industrial Participation overeenkomsten is opgenomen dat de betrokken leveranciers zich het recht voorbehouden de geïndiceerde omzetvolumes aan te passen als Nederland het geplande aantal vliegtuigen verlaagt. Daarnaast zijn bij herhaling duidelijke signalen ontvangen van de Nederlandse industrie, Lockheed Martin en andere Amerikaanse gesprekspartners, ook op politiek niveau, dat uitstappen zal leiden tot een aanzienlijke afname van de orders voor de Nederlandse industrie. Voortzetting van deelneming aan de SDD zonder de intentie uiteindelijk de F-35 aan te willen schaffen is volkomen zinloos, zowel uit militair-operationeel als financieel oogpunt.

39

Acht u het aan uzelf of aan de Kamer te bepalen wanneer het relevant is de uitstapkosten van het JSF project te weten?

Desgevraagd heeft de Kamer notie kunnen nemen van het kabinetsstandpunt. Zie ook het antwoord op vraag 41. Vanzelfsprekend heeft ook de Kamer recht op een eigen opvatting.

41

Kunt u de stelling onderschrijven dat het voor de Kamer, gezien het feit dat er tot op heden slechts gerekend is met niet-bindende prijsinformatie, relevant is op dit moment al te weten wat de exacte uitstapkosten zullen zijn van beëindiging van Nederlandse deelneming aan zowel de SDD als de PSFD-fase? Zo nee, waarom niet?

Neen. Beëindiging van de Nederlandse deelneming aan de SDD- en PSFD-fase is niet aan de orde. Bovendien staat de deelneming aan deze fasen los van het type prijsinformatie waarmee op enig moment wordt gerekend.

42

Kan alsnog de vraag beantwoord worden of het kabinet de opvatting van de ARK deelt dat in de informatievoorziening naar de Kamer meer aandacht besteed kan worden aan knelpunten in de projectorganisatie?

Het kabinet deelt de opvatting van de Algemene Rekenkamer niet. De jaarrapportage is bij uitstek het moment om over de personele knelpunten en de genomen maatregelen in een jaar te rapporteren. Tussentijdse rapportages op detailniveau hebben geen toegevoegde waarde. Bovendien luidt het oordeel van de auditdiensten dat de projectorganisatie toereikend is.

43 en 46

Kan alsnog, zoals door de Kamer verzocht, in een overzicht worden voorzien van door het kabinet waargenomen knelpunten in de projectorganisatie, zonder hierbij te verwijzen naar de nog te ontvangen jaarrapportage? Zo nee, waarom niet?

Kunt u een nadere specificatie geven van de manier waarop de personele bezetting in het project Vervanging F-16 verbeterd is? Op welke manier heeft dit er in 2008 toe bijgedragen dat projectrisico’s zijn verminderd?

Sinds de jaarrapportage op 27 maart jl. naar uw Kamer is gestuurd hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de projectorganisatie. Zie ook het antwoord op vraag 42.

44

Uit welk concreet door uw ministerie gevoerde beleid, anders dan beleid direct voortkomend uit de afspraken uit het coalitieakkoord zoals de actualisering van de kandidatenvergelijking, blijkt dat door de projectorganisatie Vervanging F-16, in tegenstelling tot de constatering van de ARK, weldegelijk rekening wordt gehouden met mogelijke gevolgen van een uiteindelijke keuze voor een vervanging van de F-16 anders dan door de JSF?

Nederland neemt sinds 2002 deel aan de ontwikkeling van de JSF en sinds 2006 aan de productie, instandhouding en doorontwikkeling van de JSF. Daar zijn aanzienlijke bedragen mee gemoeid. Het overgrote deel van de activiteiten van de projectorganisatie is hierop gericht, zoals dat van een efficiënte organisatie mag worden verwacht. Niettemin heeft het volgen van de andere productalternatieven voor de vervanging van de F-16, waarover de Kamer in de jaarrapportages tot en met 2007 is geïnformeerd, een beperkte capaciteit gevraagd. De Algemene Rekenkamer heeft ervoor gekozen de kandidatenvergelijking niet in haar rapportage te betrekken.

45

Kunt u aangeven wanneer er in februari 2007, na de totstandkoming van het coalitieakkoord waarin is vastgelegd dat er opnieuw een kandidatenvergelijking zal plaatsvinden, voor het eerst contact is opgenomen met de producenten (Eurofighter, Rafale, Saab) van jachtvliegtuigen anders dan de JSF?

Het coalitieakkoord stelt niet dat al in februari 2007 contact had moeten worden opgenomen met de producenten van de mogelijke kandidaten.

Over de contacten met de producenten van de voormalige productenalternatieven voor de JSF bent u uitgebreid geïnformeerd.

47

Hoe is volgens u te verklaren dat, ondanks het gegeven dat het kabinet de mening van de ARK deelt dat het van belang is dat de kosten van het project Vervanging F-16 zo volledig mogelijk, transparant en onderling vergelijkbaar aan de Tweede Kamer worden gepresenteerd, de ARK dit jaar opnieuw constateert dat op dit punt verbeteringen mogelijk zijn?

Verbeteringen zijn altijd mogelijk. Overigens constateer ik dat, getuige de vele aanvullende vragen van de Kamer, het voor alle betrokken instanties moeilijk is kosten zodanig te presenteren dat daarmee aan de wensen van de Kamer wordt voldaan. Dat komt onder andere door de aard van de kosteninformatie, de complexiteit van de materie en het ontbreken van vaste omrekeningssleutels.

48 en 49

In hoeverre is er, na de verschijning van het meest recente rapport van de GAO «Accelerating Procurement before Completing Development Increases the Government’s Financial Risk», reden om het tot op heden begrote budget voor de exploitatie van de mogelijk door Nederland aan te schaffen F-35A toestellen voor de gehele levensduur van de toestellen bij te stellen?

Kan de Kamer uiterlijk vóór 1 april a.s. inzage krijgen in de actualisering van de «levensduurkosten» voor 85 aan te schaffen JSF-toestellen (F-35A) gebaseerd op de prognoses van de laatste GAO-rapportages (waaronder de rapportage met als kenmerk 09–303), uitgaande van een levensduur van 8000 uur over 30 jaar, inclusief de tussentijdse vervangingen van de motoren vanwege de verwachte beperkte levensduur, en afgezet tegen de oorspronkelijke begroting van deze kosten uit 2001, zowel voor de begrote totalen als per vlieguur? Kunt u hier tevens een toelichting op geven?

Kunnen daarbij ter vergelijking ook dezelfde kosten aangegeven worden die de United States Airforce voor deze levensduurkosten van de F-35 A toen hanteerde en nu hanteert?

Welke gevolgen zou dit hebben voor de meerjarenbegroting van Defensie en de nu lopende Verkenningen?

Het GAO-rapport geeft geen aanleiding de raming voor het investeringsbudget of het exploitatiebudget voor de F-35 te herzien. Tevens verwijs ik naar deel 4 van het vertrouwelijk rapport over de kandidatenevaluatie dat de Kamer op 18 december 2008 vertrouwelijk ter inzage heeft ontvangen (Kamerstuk 26 488 nr. 129 of 131).

Defensie heeft geen inzicht in de ramingen die de Amerikaanse luchtmacht voor de F-35 gebruikt. Bovendien worden kosten die zijn gerelateerd aan het gebruik en onderhoud van jachtvliegtuigen voornamelijk bepaald door nationale keuzes voor bijvoorbeeld het trainingsconcept en de inrichting van de onderhoudsorganisatie, en door nationale tarieven voor bijvoorbeeld manuren en brandstof.

50

In hoeverre zal in het nog te verschijnen D-document waarin een analyse wordt gemaakt van de levensduurkosten inclusief exploitatiekosten van de vervanger van de F-16, voor alle onderdelen die hierin worden opgenomen, gebruik worden gemaakt van bindende informatie?

In het te verschijnen D-document zal een levensduurkostenberekening worden opgenomen. Over het gebruik van bindende informatie verwijs ik naar de brief aan de Kamer van 4 maart jl. Het woord «bindend» is per definitie niet van toepassing op de exploitatiekosten voor de komende decennia.

52

Gaat met de inhuur van extern personeel ook een verhoging van het projectbudget gepaard? Zo ja, om welke verhoging gaat het?

Neen. De inhuur van extern personeel wordt geaccommodeerd binnen de reguliere personeels- en inhuurbudgetten.

54

Bent u bereid in de toekomst, in het kader van volledige informatievoor-ziening en transparantie, wanneer u informatie verschaft over kosten behorende bij het project Vervanging F-16 en het project Verwerving JSF, bij deze kosten te vermelden of deze zijn verkregen op basis van bindende, dan wel niet-bindende informatie? Zo nee, waarom niet?

Ja, ik zal – waar mogelijk – melden als informatie bindend is. Zie ook het antwoord op vraag 50.

55

Waarom is, bij de verzending van het PriceWaterhouseCoopers-rapport naar de Kamer, niet door uw ministerie of dat van Economische Zaken opgemerkt dat PriceWaterhouseCoopers er ten onrechte vanuit is gegaan dat Turkije het MoU voor deelname aan de P&S-fase zou hebben ondertekend?

PWC heeft zich gebaseerd op openbare bronnen. Daarbij heeft PWC zich, zoals gemeld in de beantwoording van Kamervragen van 16 maart jl., vermoedelijk gebaseerd op het PSFD MoU. Deze omissie is toentertijd niet opgemerkt. Overigens heeft dit geen gevolgen voor de strekking en inhoud van het rapport.

56

Kunt u het gevonden «evenwicht» tussen de lage totale kosten en projectrisico’s die samenhangen met de overlap tussen testen productiefase nader specificeren?

Het wegnemen van de overlap tussen de test- en productiefase, door de productie met ongeveer vijf jaren uit te stellen, heeft niet alleen een aanzienlijke impact en risico’s op militair-operationeel vlak maar leidt naar verwachting ook tot hogere kosten. Naast hogere kosten als gevolg van het langer operationeel houden van verouderde vliegtuigen ontstaan hogere productiekosten door het verlies aan doelmatigheid en het verlies van inleereffecten.

De kosten die samenhangen met de risico’s van overlap worden door de Amerikaanse overheid lager geschat dan de kosten die ontstaan door het uitstellen van de productie. Daarenboven zorgt de zeer bewust gekozen aanpak ervoor dat de vijfde generatie jachtvliegtuigen tijdig beschikbaar is.

57

Kunt u nader toelichten waarom u de risico’s van de huidige inrichting van de Low Rate Initial Production (LRIP) fase «aanvaardbaar» acht? Op basis van welke argumenten, metingen of gegevens wordt een risico al dan niet «aanvaardbaar» geacht? Door wie?

De Amerikaanse overheid heeft op basis van haar ervaringen met grote materieelprojecten en op basis van alle beschikbare informatie over het F-35 programma een verwervingsstrategie ontwikkeld. Deze strategie is bij de aanvang van de productiefase vastgesteld en naderhand op basis van voortschrijdend inzicht en risico-afwegingen aangepast. De aanpak, in een periode waarin de onzekerheden nog betrekkelijk groot zijn, de verwerving van vliegtuigen fasegewijs te doen spreekt ook het kabinet aan. Ten slotte verwijs ik voor nadere toelichting naar de jaarrapportage over 2008.

58

Kan worden voorzien in een uitputtende lijst van alle wapens welke op de JSF worden geïntegreerd en gecertificeerd? Kan ook worden voorzien in een uitputtende lijst van (onderdelen van) wapens en/of munitie die wel op de F-16 gebruikt kunnen worden en niet op de F-35? Zo nee, waarom niet?

Op de F-35 CTOL block 3 zullen tenminste de volgende wapens worden geïntegreerd en gecertificeerd:

• GBU-12 500 pond laser geleide bom (LGB)

• GBU-31 (V1) 2000 pond INS1 /GPS geleide bom (JDAM2 )

• GBU-31 (V3) 2000 pond INS/GPS geleide penetratie bom (JDAM)

• GBU-39 250 pond INS/GPS geleide bom (JDAM)

• AIM9X Geleide korte afstand lucht-lucht raket

• AIM120C Geleide middellange afstand lucht-lucht raket

• 25 MM boordkanon

Met uitzondering van het boordkanon zijn deze wapens ook geïntegreerd op en gecertificeerd voor de F-16 MLU. In de bijlage bied ik u een uitgebreider overzicht met betrekking tot het ontwikkelingstraject van de bewapening (en andere capaciteiten) van de F-35 versies vertrouwelijk ter inzage aan.3

60

Kunt u het verschil duiden tussen «uiteindelijk afdrachtpercentage», «vastgesteld afdrachtpercentage», «aangepast afdrachtpercentage» en in de business case «herijkt afdrachtpercentage»?

Op 1 juli is de business case herijkt. De Staat heeft toen het afdrachtpercentage opnieuw vastgesteld volgens de MFO op 10,3. De industrie heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen de berekening. Dit bezwaar is gedeeltelijk door de Staat erkend, waarna het percentage is aangepast tot 10,09, afgerond 10,1.De industrie heeft daarna arbitrage aangespannen. Hierdoor is de hoogte van het afdrachtpercentage onzeker totdat arbiters zich hebben uitgesproken. De uitspraak over het uiteindelijke afdrachtpercentage wordt niet eerder dan eind mei 2009 verwacht.

61

Bent u nog steeds van mening dat de volgtijdelijkheid in het coalitieakkoord, waarin is vastgelegd dat een contracttekening voor de aanschaf van testtoestellen pas zal geschieden na de herijking van de business case, losgelaten kan worden? Zo niet, wat heeft u tot een nieuw inzicht gebracht?

Over de volgtijdelijkheid in het coalitieakkoord verwijs ik naar de brief van de minister van Economische Zaken van 12 maart jl (Kamerstuk 26 488 nr. 151).

62

Kan uit uw antwoord op vraag 64 worden geconcludeerd dat u er al vanuit gaat dat in 2010 het kabinet de F-35 als opvolger van de F-16 zal kiezen, aangezien u al rekening houdt met de bestelsystematiek van de F-35?

Sinds 2002 neemt Nederland deel aan de SDD-fase van de JSF, sinds 2006 aan de PSFD-fase van de JSF en sinds mei 2008 is Nederland toegetreden tot het IOT&E MoU met een voorziene deelneming aan de IOT&E met twee F-35 testtoestellen. De Kamer heeft in meerderheid met al deze besluiten ingestemd. De bestelsystematiek maakt deel uit van het PSFD MoU dat van toepassing is op beide testtoestellen. Het past bij een gedegen projectplanning om in de huidige fase van het JSF-programma rekening te houden met deze bestelsystematiek, mede gelet op de uitkomsten van de actualisering van de kandidatenevaluatie.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Poppe (SP), Van Baalen (VVD), Voorzitter, Çörüz (CDA), Ferrier (CDA), Van Velzen (SP), Blom (PvdA), ondervoorzitter, Eijsink (PvdA), Van Dam (PvdA), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Griffith (VVD), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Irrgang (SP), Knops (CDA), Willemse-van der Ploeg (CDA), Jacobi (PvdA), Boekestijn (VVD), Brinkman (PVV), Voordewind (CU), Pechtold (D66), Ten Broeke (VVD), Thieme (PvdD), Bilder (CDA) en Peters (GL).

Plv. leden: Lempens (SP), Van der Vlies (SGP), Polderman (SP), Van Beek (VVD), Haverkamp (CDA), Ormel (CDA), De Wit (SP), Roefs (PvdA), Wolbert (PvdA), Smeets (PvdA), Arib (PvdA), Blok (VVD), Omtzigt (CDA), Roemer (SP), Jonker (CDA), De Nerée tot Babberich (CDA), Samsom (PvdA), Van der Burg (VVD), Wilders (PVV), Wiegman-van Meppelen Scheppink (CU), Van der Ham (D66), Teeven (VVD), Ouwehand (PvdD), Uitslag (CDA) en Vendrik (GL).

XNoot
2

Samenstelling

Leden: Van der Vlies (SGP), Schreijer-Pierik (CDA), Vendrik (GL), Ten Hoopen (CDA), Tichelaar (PvdA), Voorzitter, Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Aptroot (VVD), Smeets (PvdA), Samsom (PvdA), Irrgang (SP), Jansen (SP), Biskop (CDA), Ortega-Martijn (CU), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Van der Burg (VVD), Graus (PVV), Zijlstra (VVD), Besselink (PvdA), Gesthuizen (SP), Ouwehand (PvdD), Vos (PvdA), De Rouwe (CDA), Elias (VVD) en Vacature (CDA). Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Van Dijk (CDA), Sap (GL), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Blom (PvdA), Koşer Kaya (D66), Ulenbelt (SP), Blok (VVD), Boelhouwer (PvdA), Kalma (PvdA), Karabulut (SP), Luijben (SP), De Nerée tot Babberich (CDA), Wiegman-van Meppelen Scheppink (CU), Atsma (CDA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Madlener (PVV), Vacature (VVD), Van Dam (PvdA), Gerkens (SP), Thieme (PvdD), Heerts (PvdA), Uitslag (CDA), Weekers (VVD) en Aasted Madsen-van Stiphout (CDA).

XNoot
3

Samenstelling

Leden: Van der Vlies (SGP), Blok (VVD), Voorzitter, Ten Hoopen (CDA), ondervoorzitter, Weekers (VVD), Van Haersma Buma (CDA), De Nerée tot Babberich (CDA), Haverkamp (CDA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Irrgang (SP), Luijben (SP), Kalma (PvdA), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Cramer (CU), Van der Burg (VVD), Van Dijck (PVV), Spekman (PvdA), Heerts (PvdA), Gesthuizen (SP), Ouwehand (PvdD), Tang (PvdA), Vos (PvdA), Bashir (SP) en Sap (GL).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Remkes (VVD), Jonker (CDA), Aptroot (VVD), De Vries (CDA), Van Hijum (CDA), Mastwijk (CDA), Elias (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Pechtold (D66), Kant (SP), Ulenbelt (SP), Van der Veen (PvdA), Smilde (CDA), Anker (CU), Vacature (VVD), De Roon (PVV), Van Dam (PvdA), Smeets (PvdA), Karabulut (SP), Thieme (PvdD), Heijnen (PvdA), Roefs (PvdA), Van Gerven (SP) en Vendrik (GL).

XNoot
4

Samenstelling

Leden: Van der Vlies (SGP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), Weekers (VVD), Van Haersma Buma (CDA), De Nerée tot Babberich (CDA), Aptroot (VVD), Voorzitter, Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Luijben (SP), Van der Veen (PvdA), Kalma (PvdA), Van Gerven (SP), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Cramer (CU), Van Dijck (PVV), Gesthuizen (SP), Ouwehand (PvdD), Heijnen (PvdA), Tang (PvdA), Vos (PvdA), ondervoorzitter, Bashir (SP), Sap (GL) en Vacature (CDA).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Van der Burg (VVD), Jonker (CDA), Snijder-Hazelhoff (VVD), De Vries (CDA), Van Hijum (CDA), Van Beek (VVD), Boekestijn (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Van der Ham (D66), Gerkens (SP), Vermeij (PvdA), Kuiken (PvdA), Kant (SP), Vacature (CDA), Anker (CU), De Roon (PVV), Irrgang (SP), Thieme (PvdD), Heerts (PvdA), Besselink (PvdA), Depla (PvdA), Roemer (SP), Vendrik (GL) en Mastwijk (CDA).

XNoot
1

Tegen de koers van 31 maart 2009.

XNoot
2

Volgens opgave NIDV/NIFARP.

XNoot
1

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

De broninformatie is afkomstig van De Nederlandsche Bank.

XNoot
1

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

Jerusalem Post, 8-2-2009, blz. 3; «Sky-high price of US fighter jet endangers Israeli purchase»

XNoot
1

Inertial Navigation System/Global Positioning System.

XNoot
2

Joint Direct Attack Munition.

XNoot
3

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven