31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

Nr. 549 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juli 2016

Met deze brief reageer ik, mede namens de Minister van Economische Zaken, op het advies van de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie «Durven Delen» over open science (Kamerstuk 31 288, nr. 527). Allereerst ga ik in op de bevindingen van de AWTI in zijn rapport1, daarna op de aanbevelingen van de Adviesraad.

In zijn advies schetst de AWTI de urgentie om open science op de (Europese) agenda te plaatsen. De adviesraad plaatst de ontwikkeling van open science in de bredere context van e-science en big data en verwacht van open science een belangrijke bijdrage aan de wisselwerking tussen wetenschap, samenleving en bedrijfsleven.

De AWTI schetst de ontwikkeling en groei van het wetenschappelijk publiceren in open access. Wereldwijd is inmiddels al tussen een kwart en de helft van de recente wetenschappelijke artikelen op een of andere manier online vrij toegankelijk. Tegelijkertijd constateert de AWTI dat de «beweging van onderop» onvoldoende sterk is om voor een brede systeemverandering richting open access te zorgen en dat er een vorm van stevige regie nodig is.

De Adviesraad is het erover eens dat open access tot wetenschappelijke artikelen van invloed kan zijn op economie en samenleving, maar dan moet wel worden gezorgd voor het ontsluiten van wetenschappelijke kennis. Dat is meer dan alleen het openstellen van publicaties. Publicaties dienen ook voor een breder publiek inhoudelijk meer toegankelijk te worden gemaakt. Ook dient binnen de wetenschappelijke wereld de maatschappelijke impact van onderzoek meer te worden gewaardeerd en beloond.

Ik onderschrijf de noodzaak van een betere waardering van de maatschappelijke impact van onderzoek, ook omdat dit van belang is bij het valoriseren van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Ik zal hierop ingaan in de aan uw Kamer toegezegde brief over de vorderingen en ontwikkelingen op het gebied van valorisatie.

Van het delen van onderzoeksdata verwacht de Adviesraad een aantal positieve effecten. Beter research data management leidt tot beter onderzoek en zorgt voor meer transparantie. Ook ontstaat een nieuw type onderzoek dat dwars door datasets en disciplines heen gaat. Van belang hierbij is dat aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan zoals een goede opslaginfrastructuur, standaarden voor opslag en helderheid over juridische aspecten zoals privacy en eigenaarschap van data.

Het delen van onderzoeksgegevens, aldus de Adviesraad, heeft alleen zin als ze vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar zijn. Deze zogenaamde «FAIR»-principles worden inmiddels algemeen onderschreven.

De AWTI vindt dat de overheid een regierol moet nemen bij de ontwikkeling van open science. De overheid is een belangrijke financier van onderzoek en heeft systeemverantwoordelijkheid voor het wetenschapsbestel. Ook kan een heldere rol van de overheid richting geven aan keuzes van andere actoren. De Adviesraad pleit ervoor open access in te bedden in een bredere strategie gericht op een betere benutting van kennis binnen en buiten de wetenschap. Ook pleit de Adviesraad voor een Europese aanpak. De EU-landen zijn immers met 30 procent van de totale kennisproductie wereldwijd de grootste producent van wetenschappelijke artikelen.

Ik onderschrijf de aanbeveling dat de overheid regie moet nemen in het proces om te komen tot open science. In dit verband zet ik mij sinds mijn aantreden in voor open access van artikelen. Tijdens het EU-Voorzitterschap was open science één van mijn belangrijkste prioriteiten.

Reactie op aanbevelingen

De AWTI doet in zijn advies drie aanbevelingen. De eerste aanbeveling betreft het ontwikkelen van een brede strategie voor de benutting van kennis. De Adviesraad beveelt aan het belang van openheid als kernwaarde in de wetenschap te erkennen en omarmen, in het bijzonder waar het gaat om publiek gefinancierd onderzoek.

In mijn brieven van november 2013 en januari 2015 (Kamerstuk 31 288, nrs. 354 en 414) heb ik aangegeven dat onderzoek dat met publieke middelen is gefinancierd zo veel mogelijk toegankelijk moet zijn. Ik heb daarbij ook streefcijfers opgenomen. Daarmee is het startsein gegeven om open access op de agenda te zetten. Met de universiteiten heb ik afspraken gemaakt over de communicatie met de achterban en de samenleving over open access. De universiteiten en uitgevers hebben gezamenlijk goede resultaten behaald om open access mogelijk te maken. NWO heeft haar subsidievoorwaarden aangepast en stelt open access publiceren verplicht. Ook stelt NWO een datamanagementplan verplicht voor subsidieaanvragen om zo de vrije toegang tot onderzoeksdata te bevorderen.

De tweede aanbeveling van de AWTI betreft de implementatie van de principes van open science in Nederland. Aanbevolen wordt hiervoor een masterplan te ontwikkelen. Dit masterplan zou wat betreft open access van wetenschappelijke artikelen moeten inzetten op mijlpalen, randvoorwaarden en waar nodig infrastructuur. Het zou ervoor moeten zorgen dat wetenschappelijke resultaten beter toegankelijk worden voor de maatschappij en begrijpelijk worden gepresenteerd voor een breder publiek. Tenslotte zou een masterplan moeten zorgen voor een betere toegang van het bedrijfsleven tot wetenschappelijke kennis. Wat open onderzoeksdata betreft, pleit de AWTI onder meer voor goede faciliteiten voor opslag en delen van data waaronder het werken met de FAIR-principles, het bevorderen van goed datamanagement en het goed regelen van juridische issues.

Ik onderschrijf de aanbevelingen die de Adviesraad doet voor de implementatie van open access en open onderzoeksdata. Ik onderschrijf de aanbeveling van de AWTI voor een masterplan en vat dit zo op dat dit samen met betrokken partijen in het veld wordt vormgegeven. Als basis voor een dergelijk masterplan zou de «Amsterdam Call for Action on Open Science» kunnen dienen, die voor dat doel zou moeten worden uitgewerkt voor de Nederlandse situatie.

De derde aanbeveling van de AWTI is om in EU-verband samen te werken aan open science. De Adviesraad vraagt een aantal punten te agenderen, onder andere bij het Nederlands EU-Voorzitterschap. Dit betreft onder meer het economisch, maatschappelijk en wetenschappelijk belang van het delen van onderzoeksdata, van goede randvoorwaarden (maximale embargoperiodes, transparantie over kosten) en de noodzaak van standaardisering. Ik onderschrijf deze aanbevelingen en heb deze aanbeveling onder meer benut als input voor de prioriteit open access bij het Nederlandse EU-Voorzitterschap.

Tot slot

Ik heb dit advies gevraagd speciaal met het oog op het Nederlands EU-Voorzitterschap. Het advies heb ik goed kunnen benutten bij de voorbereiding van de Voorzitterschapsconferentie op 4 en 5 april jongstleden over open science en bij de onderhandelingen over Raadsconclusies in de Raad voor Concurrentievermogen. Gedurende de zomer wordt gewerkt aan een nationale doorvertaling van de resultaten van het Voorzitterschap. Hierover zal ik de Kamer informeren in een brief over open science die u in het najaar ontvangt.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven