Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 januari 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de bezetting van een universiteitspand (Drift
25) van de Universiteit Utrecht (hierna: UU) op 2 december jl. door de actiegroep
Utrecht Encampment. Na twaalf dagen is deze bezetting beëindigd; de demonstranten
zijn in de nacht van zaterdag 13 op zondag 14 december jl. vrijwillig vertrokken uit
het pand. Ik informeer uw Kamer hierover met deze brief, omdat de UU te maken heeft
gehad met een grootschalige verstoring van het onderwijs waardoor het onderwijs niet
toegankelijk was voor studenten.1
De UU heeft op de eerste dag van de bezetting vastgesteld dat hun huisregels voor
demonstraties, zowel op het gebied van de veiligheid als de mate van verstoring van
onderwijs, zijn overschreden.2 De UU heeft hierover contact opgenomen met de lokale veiligheidsdriehoek. Op dinsdag
9 december heeft de UU aangifte gedaan van lokaalvredebreuk teneinde het bezette pand
te kunnen ontruimen en als eerste stap in een civiele procedure richting de demonstranten.
Hiervoor hebben zij de demonstranten op donderdag 11 december gesommeerd om het pand
uiterlijk zondag 14 december voor 12:00 uur te verlaten. Hier hebben de demonstranten
gehoor aan gegeven. Omdat de demonstranten vertrokken zijn, heeft de universiteit
de aangekondigde civiele procedure niet doorgezet.
Vanwege het belang voor de studenten heeft de UU zich ten volle ingezet om onderwijs
zo goed mogelijk doorgang te laten vinden. Tijdens de bezetting zijn in totaal 529
onderwijsactiviteiten verzet naar een andere locatie of omgezet naar online-onderwijs.
In totaal hebben er tien onderwijsactiviteiten geen doorgang kunnen vinden, wat uiteindelijk
in totaal 470 studenten trof.
De UU heeft aangifte gedaan van vernieling in verband met de schade die is ontstaan
tijdens de bezetting van het pand. Na herstel-, opruim- en schoonmaakwerkzaamheden
is het pand op de Drift 25 op woensdag 17 december jl. weer geopend en was het onderwijs
weer toegankelijk voor studenten en medewerkers.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
G. Moes