31 248
Herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het ministerie van Justitie (Reparatiewet III Justitie)

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in diverse wetsbepalingen op het terrein van het ministerie van Justitie wijzigingen van wetstechnische of anderszins ondergeschikte aard aan te brengen in verband met geconstateerde wetstechnische gebreken en leemten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In de Advocatenwet wordt aan artikel 2, eerste lid, en aan artikel 62, eerste lid, een volzin toegevoegd, luidende: Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van onderdeel a, gelijk worden gesteld aan de in dat onderdeel bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht.

ARTIKEL II

De Auteurswet 1912 wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 16b, vijfde lid, 16h, derde lid, 16i, tweede lid, en 43b wordt «regels» vervangen door: regelen.

B

In artikel 16g wordt «de artikelen 15i, tweede lid, 16b en 16c» vervangen door: de artikelen 15i, 16, 16b, 16c en 16h.

C

Artikel 17a wordt gewijzigd als volgt:

1. Na «kunnen» wordt ingevoegd: in het algemeen belang.

2. De zinsnede «de op 2 mei 1992 te Oporto tot stand gekomen Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132)» wordt vervangen door: de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

D

In artikel 30a, derde lid, wordt «choregrafische» vervangen door: choreografische.

E

In artikel 52 wordt «Auteurswet 1912» vervangen door: Auteurswet.

ARTIKEL III

In artikel 62, derde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen wordt «de artikelen 222 en 225 van de Invoeringswet van het Wetboek van Strafvordering» vervangen door: de artikelen 62, 62a en 76 van het Wetboek van Strafvordering.

ARTIKEL IV

Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt gewijzigd als volgt:

A

Indien het bij koninklijke boodschap van 27 september 2006 ingediende voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Advocatenwet en andere wetten in verband met het afschaffen van het procuraat in burgerlijke zaken en de invoering van elektronisch berichtenverkeer (Wet afschaffing procuraat en invoering elektronisch berichtenverkeer) (Kamerstukken 30 815) tot wet is of wordt verheven en in werking is getreden of treedt, vervalt in artikel 243, vierde lid: procureur of.

B

In artikel 281, eerste lid, onderdeel c, vervalt: of 302 lid 4.

C

Na artikel 282b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 283

De verzoeken die de stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg, dan wel de rechtspersoon, bedoeld in artikel 302, tweede lid, in verband met de uitoefening van de voogdij tot de rechter richt, kunnen worden ingediend zonder procureur en worden kosteloos behandeld. De grossen, afschriften, en uittreksels, die zij tot dit doel aanvragen, worden hun door de griffiers vrij van alle kosten uitgereikt.

D

Indien het bij koninklijke boodschap van 27 september 2006 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Advocatenwet en andere wetten in verband met het afschaffen van het procuraat in burgerlijke zaken en de invoering van elektronisch berichtenverkeer (Wet afschaffing procuraat en invoering elektronisch berichtenverkeer (Kamerstukken 30 185) tot wet is of wordt verheven en in werking is getreden of treedt, wordt in artikel 283 «procureur» vervangen door: advocaat.

E

Aan artikel 378 wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. De rechter bij wie een verzoek tot het verlenen van een voorlopige of voorwaardelijke machtiging, een observatiemachtiging of een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, dan wel een machtiging als bedoeld in artikel 33, eerste lid van die wet aanhangig is, is tevens bevoegd tot de kennisneming van een verzoek tot ondercuratelestelling.

F

Aan artikel 385, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. de curator die rekening en verantwoording, bedoeld in artikel 374, aflegt ten overstaan van de bij het einde van zijn bewind ter zake bevoegde kantonrechter.

G

In artikel 421 wordt «de beëindiging van een deelgenootschap» vervangen door: de afrekening uit hoofde van een verrekenbeding.

H

In artikel 431, eerste lid, komt de tweede volzin te luiden:

Onder aan de meerderjarige toebehorende goederen zijn in deze titel begrepen goederen die behoren tot zijn huwelijksgemeenschap of gemeenschap van geregistreerd partnerschap en die niet uitsluitend onder het bestuur van zijn echtgenoot dan wel geregistreerd partner staan.

ARTIKEL V

Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen 78a, 88, derde lid, 89, derde lid, 89a, eerste lid, 94, tweede lid, 94c, eerste lid, 96, eerste lid, 96a, zesde lid, 98, vierde lid, 98a, vijfde lid, 99, eerste lid en 101, zesde lid wordt «algemene vergadering van aandeelhouders» telkens vervangen door: algemene vergadering.

B

Het opschrift van afdeling 4 van Titel 4 komt te luiden: AFDELING 4. DE ALGEMENE VERGADERING

C

In de artikelen 107, eerste lid, 108a, 119, eerste lid, 132, eerste lid, 135, tweede en vierde lid, 142, eerste en tweede lid, 153, eerste lid, 158, derde, vierde en tiende lid, 159, eerste en tweede lid, 161, eerste en tweede lid, en 162 wordt «algemene vergadering van aandeelhouders» telkens vervangen door: algemene vergadering.

D

In de artikelen 204, tweede lid, 206, eerste lid, 206a, eerste lid, 210, zesde lid, 263, eerste lid, 268, derde, vierde, vijfde en tiende lid, 269, eerste lid, 271, eerste en tweede lid, en 272 wordt «algemene vergadering van aandeelhouders» telkens vervangen door: algemene vergadering.

E

In artikel 224, derde lid, wordt «de oproepingsbrieven» vervangen door: de oproeping.

F

In artikel 403, vierde lid, worden de woorden «vermeld de winsten verliesrekening» vervangen door: vermeldt de winst- en verliesrekening.

ARTIKEL VI

In artikel 97 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek wordt «Auteurswet 1912» vervangen door: Auteurswet.

ARTIKEL VII

In artikel 112, tweede lid, onderdeel a, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek wordt aan het slot ingevoegd: of de grond.

ARTIKEL VIII

In artikel 274, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt «de Wet educatie en beroepsopleidingen» vervangen door: de Wet educatie en beroepsonderwijs.

ARTIKEL IX

De Databankenwet wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel I, artikel 1, eerste lid, onderdeel e, wordt na «bereikt;» ingevoegd: en.

B

In de artikelen I, artikel 1, derde lid, en III wordt «Auteurswet 1912» telkens vervangen door: Auteurswet.

ARTIKEL X

De Faillissementswet wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen 294, vierde lid, 294a, eerste lid, en 294b wordt «bestuursorgaan» telkens vervangen door: orgaan.

B

Indien de wet van 24 mei 2007 tot wijziging van de Faillissementswet in verband met herziening van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Stb. 2007, 192) in werking treedt of is getreden, wordt in artikel 303, derde lid, «een hypotheek» vervangen door «een vordering waarvoor een hypotheek tot zekerheid strekt» en wordt «het huis» vervangen door: het registergoed.

C

Indien de wet van 24 mei 2007 tot wijziging van de Faillissementswet in verband met herziening van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Stb. 2007, 192) in werking treedt of is getreden, wordt in artikel 356, eerste en tweede lid, telkens «artikel 354, derde lid» vervangen door: artikel 354a.

D

Indien de wet van 24 mei 2007 tot wijziging van de Faillissementswet in verband met herziening van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Stb. 2007, 192) in werking treedt of is getreden, komt artikel 358, vijfde lid, als volgt te luiden:

5. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een vordering waarvoor een hypotheek tot zekerheid strekt, die is gevestigd op het registergoed waarin de schuldenaar woonachtig is, indien op de rente van deze vordering artikel 303, derde lid, van toepassing is.

E

Indien de wet van 24 mei 2007 tot wijziging van de Faillissementswet in verband met herziening van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Stb. 2007, 192) in werking treedt of is getreden, komt artikel 359, eerste lid, aanhef, als volgt te luiden:

1. Indien de faillietverklaring van de schuldenaar tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken of indien de schuldenaar ingevolge artikel 350, vijfde lid, in staat van faillissement komt te verkeren, gelden de volgende regelen:

ARTIKEL XI

De Luchtvaartwet wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 37ab wordt na «ingevolge de artikelen 37ada» een komma ingevoegd.

B

In artikel 37ada, tweede lid, wordt «worden regels gesteld» vervangen door: worden nadere regels gesteld.

ARTIKEL XII

In artikel 58, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet wordt «de artikelen 222 en 225 van de Invoeringswet van het Wetboek van Strafvordering» vervangen door: de artikelen 62, 62a en 76 van het Wetboek van Strafvordering.

ARTIKEL XIII

De Politiewet 1993 wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 8a, tweede lid, vervalt de zinsnede «opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en».

B

Artikel 11, tweede lid, komt te luiden:

2. Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, kunnen regels worden gegeven over de samenwerking van de politie met de buitengewone opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering.

C

In de bijlage wordt in het gestelde onder «Twente» de zinsnede «Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede,» vervangen door: Enschede, Almelo, Borne, Dinkelland,.

ARTIKEL XIV

In artikel 51a, tweede lid, van de Uitleveringswet wordt «Auteurswet 1912» vervangen door: Auteurswet.

ARTIKEL XV

Aan artikel 13 van de Uitvoeringswet verordening Europese coöperatieve vennootschap wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. Voor de toepassing van artikel 46, eerste lid, van de Verordening geldt dat de leden van het bestuursorgaan die overeenkomstig een onderlinge taakverdeling niet belast zijn met het uitvoerend bestuur, natuurlijke personen moeten zijn.

ARTIKEL XVI

De Vreemdelingenwet 2000 wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1, onderdeel i, wordt «Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie» vervangen door: Onze Minister van Justitie.

B

Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het vierde lid komt te luiden:

4. De commissie heeft tot taak Onze Minister te adviseren over het vreemdelingenrecht en het beleid ter zake, waaronder begrepen wijzigingen van deze wet.

2. Het zesde lid komt te vervallen.

3. Het zevende lid wordt vernummerd tot zesde lid.

C

In artikel 47, derde lid, 48, eerste, tweede en derde lid, onderdeel b, en artikel 50, vierde lid, wordt «bevelhebber van de Koninklijke marechaussee» telkens vervangen door: Commandant der Koninklijke marechaussee.

ARTIKEL XVII

Artikel 27, vijfde lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften komt te luiden:

5. Indien verhaal is genomen op vordering van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, zijn de artikelen 475a tot en met 475g, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL XVIII

Indien het bij koninklijke boodschap van 14 december 2004 ingediende voorstel van wet houdende Regels inzake de beëdiging van tolken en vertalers en de kwaliteit en de integriteit van beëdigde tolken en vertalers (Wet beëdigde tolken en vertalers) (Kamerstukken 29 936) tot wet is of wordt verheven en in werking treedt of is getreden, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 13, eerste lid, en 14, eerste lid, vervalt telkens: goed.

B

In artikel 35 wordt «voor die taalrichting» vervangen door: voor die brontaal.

ARTIKEL XIX

In artikel 25 van de Wet bescherming oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten wordt «Auteurswet 1912» vervangen door: Auteurswet.

ARTIKEL XX

In artikel 39, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens wordt «f 10» vervangen door: € 5.

ARTIKEL XXI

De Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1, onderdeel a, wordt «Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie» vervangen door: Onze Minister van Justitie.

B

In artikel 18, vijfde lid, wordt «artikel 16, eerste lid» gewijzigd in: artikel 17, eerste lid.

ARTIKEL XXII

De Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens wordt gewijzigd als volgt:

1. In de artikelen 39a, tweede lid, en 39q, tweede lid, wordt na «het landelijk parket» telkens ingevoegd: , het functioneel parket.

2. Artikel 39e, eerste lid, onderdeel e, komt te luiden:

e. ambtenaren als bedoeld in artikel 141, onderdeel c en d, van het Wetboek van Strafvordering.

ARTIKEL XXIII

De Wet Justitie-subsidies wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 48r wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

2. In het derde lid wordt «De artikelen 11 en 13 tot en met 15» vervangen door: De artikelen 3 tot en met 5, 13 en 15.

B

Artikel 48s wordt gewijzigd als volgt:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid (nieuw) wordt «Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie» vervangen door: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. De artikelen 3 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL XXIV

In artikel 11a van de Wet openbaarheid van bestuur wordt «Auteurswet 1912» vervangen door: Auteurswet.

ARTIKEL XXV

De Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 5, vierde lid, wordt in de tweede zin «inzake» vervangen door: inzage.

B

In artikel 25, eerste lid, wordt «de Inspectie jeugdhulpverlening» vervangen door: de Inspectie jeugdzorg.

ARTIKEL XXVI

De Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1a, derde lid, wordt na de zinsnede «artikel 137, zesde lid,» ingevoegd: artikel 137a, zesde lid,.

B

In artikel 1d wordt na het eerste lid een tweede lid ingevoegd, luidende:

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het eerste lid, onder a, gelijk worden gesteld aan de in dat lid bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht.

ARTIKEL XXVII

In de artikelen 1 en 5 van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten wordt «Auteurswet 1912» telkens vervangen door: Auteurswet.

ARTIKEL XXVIII

Artikel 4 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 komt te luiden:

Artikel 4

1. De geldboete bedraagt ten minste € 3 en ten hoogste een bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

2. Indien de waarde van de goederen, met betrekking tot welke een overtreding is begaan, of de waarde van het wederrechtelijk genoten voordeel dat geheel of gedeeltelijk door middel van de overtreding is verkregen, hoger is dan een kwart van de geldboete van de derde categorie, kan een geldboete worden opgelegd van ten hoogste de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

3. De geldboete kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd.

ARTIKEL XXIX

In artikel 45, eerste lid, van de Wet wapens en munitie wordt onder vernummering van de onderdelen 2e en 3e tot 3e en 4e, een nieuw onderdeel 2e ingevoegd luidende:

2e. de bij of krachtens artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren;

ARTIKEL XXX

In de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten wordt na artikel 6 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6a

De opsporingsambtenaar is bevoegd tot het vorderen van inzage in een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van personen, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taak.

ARTIKEL XXXI

Artikel 47 van de Wet op de jeugdzorg wordt gewijzigd als volgt:

1. Het vierde lid, tweede volzin, komt te luiden: Bij de vervulling van de taken, bedoeld in het eerste lid, onder c en d, nemen zij de aanwijzingen van Onze Minister van Justitie in acht.

2. In het vijfde lid, tweede volzin, wordt «Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie» vervangen door: Onze Minister van Justitie.

ARTIKEL XXXII

De Wet op de naburige rechten wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1, onderdeel a, wordt na «kunst» ingevoegd: «of een uiting van folklore» en wordt «werk van letterkunde of kunst» vervangen door: werk van letterkunde, wetenschap of kunst.

B

In de artikelen 4, 10, 11 en 19 wordt «Auteurswet 1912» telkens vervangen door: Auteurswet.

C

Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt:

1. In artikel 7, eerste lid, wordt na «worden uitgezonden» ingevoegd:, heruitgezonden.

2. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, wordt een tweede lid ingevoegd, luidende:

2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram mede begrepen een fonogram dat beschikbaar wordt gesteld voor het publiek.

D

Aan artikel 8, eerste lid, onderdeel e, wordt een zin toegevoegd, luidende: Artikel 2, zevende tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing.

E

Artikel 10, onderdeel g, komt te luiden:

g. de tijdelijke vastlegging door een omroeporganisatie die bevoegd is tot de openbaarmaking door uitzending van een radioof televisieprogramma via radio of televisie, of een ander medium dat eenzelfde functie vervult, met haar eigen middelen en uitsluitend voor uitzending van haar eigen programma’s; ten aanzien van een uitvoering dient artikel 5 in acht te worden genomen; artikel 17d, eerste en derde lid, van de Auteurswet is van overeenkomstige toepassing;

F

Artikel 22 komt te luiden:

Artikel 22

Hij, die opzettelijk een voorwerp waarin met inbreuk op de rechten als bedoeld in de artikelen 2, 6, 7a en 8 van deze wet een opname van een uitvoering, fonogram, eerste vastlegging van een film of een opname van een programma, of een reproductie daarvan, is vervat,

a. openlijk ter verspreiding aanbiedt,

b. ter reproductie of ter verspreiding voorhanden heeft,

c. invoert, doorvoert of uitvoert, of

d. bewaart uit winstbejag,

wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van de vijfde categorie.

G

Artikel 24 komt te luiden:

Artikel 24

Hij, die een voorwerp waarvan hij redelijkerwijs kan vermoeden dat daarin met inbreuk op de rechten als bedoeld in de artikelen 2, 6, 7a en 8 van deze wet een opname van een uitvoering, fonogram, eerste vastlegging van een film of een opname van een programma, of een reproductie daarvan, is vervat,

a. openlijk ter verspreiding aanbiedt,

b. ter reproductie of ter verspreiding voorhanden heeft,

c. invoert, doorvoert of uitvoert of

d. bewaart uit winstbejag,

wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.

H

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «verklaarde» ingevoegd: opnamen en.

2. In het tweede lid wordt na «eigendom van de» ingevoegd: opnamen en.

I

Artikel 31 vervalt.

ARTIKEL XXXIII

In artikel 5, onderdeel 4, van de Wet op de rechterlijke indeling wordt «Steenwijkerwold» vervangen door: Steenwijkerland.

ARTIKEL XXXIV

De Wet op de rechterlijke organisatie wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 137, vijfde lid, komt te luiden:

5. De officieren van justitie en de officieren enkelvoudige zittingen bij het landelijk parket zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie, onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten en het functioneel parket.

B

Artikel 137a, vijfde lid, komt te luiden:

5. De officieren van justitie en de officieren enkelvoudige zittingen bij het functioneel parket zijn van rechtswege plaatsvervangend officier van justitie, onderscheidenlijk plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen bij de arrondissementsparketten en het landelijk parket.

ARTIKEL XXXV

De Wet op de rechtsbijstand wordt gewijzigd als volgt:

A

Indien het bij koninklijke boodschap van 24 januari 2006 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende herijking van de verlening van rechtsbijstand door de raden voor rechtsbijstand en de invoering van een lichte adviestoevoeging, alsmede de regeling van de vergoeding van mediation (Kamerstukken 30 436) tot wet is of wordt verheven en in werking is getreden of treedt, wordt in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, aan het einde van de zin de punt vervangen door een puntkomma.

B

Indien het bij koninklijke boodschap van 24 januari 2006 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende herijking van de verlening van rechtsbijstand door de raden voor rechtsbijstand en de invoering van een lichte adviestoevoeging, alsmede de regeling van de vergoeding van mediation (Kamerstukken 30 436) tot wet is of wordt verheven en in werking is getreden of treedt, wordt in artikel 7a, vijfde lid, «eerste en derde lid» vervangen door: eerste en derde lid,.

C

In artikel 25, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand wordt «de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie» vervangen door: Onze Minister.

D

Indien het bij koninklijke boodschap van 24 januari 2006 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende herijking van de verlening van rechtsbijstand door de raden voor rechtsbijstand en de invoering van een lichte adviestoevoeging, alsmede de regeling van de vergoeding van mediation (Kamerstukken 30 436) tot wet is of wordt verheven en in werking is getreden of treedt, wordt in artikel 33c, onderdeel g, de puntkomma vervangen door een punt.

ARTIKEL XXXVI

De Wet op het notarisambt wordt gewijzigd als volgt:

A

Aan artikel 6 wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, gelijk worden gesteld aan de in dat lid bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht.

B

Indien het bij koninklijke boodschap van 20 september 2006 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op het notarisambt en enige andere wetten in verband met de invoering van de mogelijkheid het ambt van notaris in dienstbetrekking uit te oefenen en het aanbrengen van enkele wijzigingen van technische aard (Wet notaris in dienstbetrekking) (Kamerstukken 30 350), tot wet is of wordt verheven en in werking is getreden of treedt, komt artikel 13a, vierde lid, als volgt te luiden:

4. De werkgever geeft in de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid, onverwijld kennis daarvan aan de kamer van toezicht. De kamer van toezicht vermeldt de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de opschorting van de bevoegdheid van de betrokken notaris in het register bedoeld in artikel 5, eerste lid. De kamer van toezicht brengt deze vermelding ter kennis van de KNB.

ARTIKEL XXXVII

In artikel 1019 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt «Auteurswet 1912» vervangen door: Auteurswet.

ARTIKEL XXXVIII

In artikel 23, achtste lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt de zinsnede «of doelvermogen» vervangen door: , rederij of doelvermogen.

ARTIKEL XXXIX

Het Wetboek van Strafvordering wordt gewijzigd als volgt:

A

Indien de wet van 7 juli 2006 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten (Wet OM-afdoening) (Stb. 2006, 330) in werking treedt of is getreden wordt in artikel 90, derde lid, de zinsnede «en die nog niet door hem zijn voldaan» vervangen door: of tot betaling waartoe de verzoeker op grond van een jegens hem uitgevaardigde, onherroepelijk geworden strafbeschikking verplicht is, een en ander voor zover die nog niet door hem zijn voldaan.

B

In het vierde lid, onderdeel b, van de artikelen 126h, 126j, 126p en 126qa wordt «artikel 141, onderdeel c,» telkens vervangen door: artikel 141, onderdelen c en d,.

C

In artikel 126zm, eerste lid, wordt na «artikel 126zl, eerste lid,» ingevoegd: van degene die anders dan ten behoeve van persoonlijk gebruik gegevens verwerkt,.

D

In artikel 177, eerste lid, wordt «artikel 141 onder b en c» vervangen door: artikel 141 onder b, c en d.

E

Indien de wet van 7 juli 2006 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten (Wet OM-afdoening) (Stb. 2006, 330) in werking treedt of is getreden vervalt onderdeel c van artikel 370a, tweede lid, onder verlettering van onderdeel d tot onderdeel c.

F

In artikel 552qa, eerste lid, wordt na «Voorzover een verdrag daarin voorziet» ingevoegd: of ter uitvoering van een kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie.

G

Indien de wet van 24 mei 2007 tot wijziging van de Faillissementswet in verband met herziening van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Stb. 2007, 192) in werking treedt of is getreden, wordt in artikel 561, vijfde lid, de zinsnede «een schuldregeling als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet» vervangen door: een buitengerechtelijke schuldregeling.

ARTIKEL XL

In de artikelen III tot en met V van de Wet van 21 december 1995 tot wijziging van de Auteurswet 1912 en de Wet op de naburige rechten in verband met de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 november 1992, PbEG 1992, L 346/61 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom (Stb. 653) wordt «Auteurswet 1912» telkens vervangen door: Auteurswet.

ARTIKEL XLI

In artikel III van de Wet van 20 juni 1996 tot wijziging van de Auteurswet 1912 en de Wet op de naburige rechten in verband met richtlijn nr. 93/83/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 september 1993 tot coördinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel (PbEG L 248) wordt «Auteurswet 1912» vervangen door: Auteurswet.

ARTIKEL XLII

In artikel V van de Wet van 6 juli 2004 tot aanpassing van de Auteurswet 1912, de Wet op de naburige rechten en de Databankenwet ter uitvoering van richtlijn nr. 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PbEG L 167) (Uitvoering richtlijn auteursrecht en naburige rechten in de informatiemaatschappij) (Stb. 336) wordt«Auteurswet 1912» vervangen door: Auteurswet.

ARTIKEL XLIII

In strafzaken waarin voor de inwerkingtreding van artikel II, onderdelen O tot en met R, artikel III, artikel IV en artikel VI van de Wet OM-afdoening voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging zijn gesteld overeenkomstig de artikelen 74 en 74c van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 36 en 37 van de Wet op de economische delicten, artikel 76 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen respectievelijk artikel 85 van de Waterschapswet, blijft artikel 370a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering van toepassing zoals dit luidt op de dag voor inwerkingtreding van artikel XXXIX, onderdeel E, van deze wet.

ARTIKEL XLIV

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat de artikelen I, XXVI, onderdeel B, en XXXVI, onderdeel A, terugwerken tot en met 1 maart 2007 en artikel XIII, onderdeel C, terugwerkt tot en met 1 februari 2006.

ARTIKEL XLV

Deze wet wordt aangehaald als: Reparatiewet III Justitie.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Justitie,

Naar boven