31 206
Wijzigingen van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2008)

nr. 10
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 november 2007

Op 6 november 2007 heeft de Vaste Commissie voor Financiën met mij een algemeen overleg gevoerd over de loonbelasting van een directeur-grootaandeelhouder (dga). Met name aan de orde was de beëindiging van de inhoudingsplicht ten aanzien van de directeur-grootaandeelhouder van een bv zonder ander personeel. Deze maatregel vloeit voort uit een amendement van de leden De Nereé tot Babberich en Dezentjé Hamming-Bluemink (Kamerstukken II 2006–07, 30 804, nr. 12 Herdruk) dat is aangenomen bij de behandeling van het Belastingplan 2007.

De leden van de Commissie hebben hun zorgen overgebracht over de gevolgen van de invoering. In het algemeen overleg heb ik drie mogelijke richtingen geschetst: onverkorte implementatie van het amendement, inrichten van een «work-around» waardoor er een soort «opt-out» uit de loonheffingen zou ontstaan, alsmede het uitstellen met één jaar. De leden van de Commissie achtten het doorgaan op de ingeslagen weg niet wenselijk. In samenhang daarmee hebben zij gevraagd in overleg met de koepelorganisaties van belastingconsulenten en accountants en de werkgeversorganisaties te onderzoeken welke van de twee resterende alternatieven de voorkeur geniet.

De Belastingdienst heeft daartoe met de genoemde koepelorganisaties, VNO-NCW en MKB Nederland afgestemd welke mogelijke aanpak het meest tegemoet komt aan de wensen en de mogelijkheden van de uitvoeringspraktijk. Daarbij is door deze organisaties een zeer breed gedragen voorkeur uitgesproken voor het uitstellen van de implementatie van de DGA-maatregel naar 1 januari 2009. Zij hebben daartoe ook een brief aan mij geschreven met een verzoek om uitstel. Ik kan mij vinden in deze oplossingsrichting, omdat introductie van een vorm van keuze voor de DGA in dit late stadium van voorbereiding nog een aanzienlijke automatiseringstechnische inspanning voor de Belastingdienst zou vergen. Bovendien zou er dan in 2008 een onwenselijk handhavingsregime ontstaan, doordat een deel van de DGA’s in de loonheffingenketen zou blijven en een deel van de DGA’s naar de inkomstenbelasting zou gaan.

Ik heb daarom geconcludeerd dat het de voorkeur heeft om de invoering van de hiervoor genoemde maatregel uit te stellen tot 1 januari 2009. Dit zal worden gerealiseerd door middel van een nota van wijziging op het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2008. Op korte termijn wil ik in goed overleg met de eerder genoemde organisaties onderzoeken op welke wijze, indachtig de bedoeling van de indieners van het amendement, reeds onderkende nadelen van deze maatregel zo goed mogelijk worden ondervangen. Het doel dat ook ik met dit overleg wil bereiken is de beoogde vermindering van de administratieve lasten te realiseren op een wijze die voor alle betrokkenen zo min mogelijk ongewenste neveneffecten heeft. Tijdens het algemeen overleg heb ik voorts een notitie over de fiscale positie van de DGA toegezegd die ik u in de loop van 2008 zal doen toekomen.

De staatssecretaris van Financiën,

J. C. de Jager

Naar boven