31 200 IIB
Vaststelling van de begrotingsstaat van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de Kanselarij der Nederlandse Orden, het kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen en van het kabinet van de Gouverneur van Aruba (IIB) voor het jaar 2008

nr. 3
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 12 oktober 2007

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie,

Leerdam

Adjunct-griffier van de commissie,

Hendrickx

1

Waarom bevat bij uitstek de begroting van de ARK geen kwantificeerbare doelstellingen en wordt er verwezen naar een later te verschijnen werkprogramma? Beperkt dat niet de mogelijkheden van de Kamer tot het uitoefenen van haar begrotingsrecht?

De Algemene Rekenkamer stelt als onafhankelijk controleur van de regering binnen de kaders van de Comptabiliteitswet (CW 2001) en van de begrotingswet zelfstandig vast hoeveel onderzoeken zij in enig begrotingsjaar zal publiceren, welke onderwerpen dat betreffen en wat de kosten daarvan mogen zijn. Zij maakt keuzen aan de hand van de strategie die zij steeds voor een periode van vijf jaar vaststelt1 en op basis van inhoudelijke risico-inschattingen en oriëntaties op de beleidsterreinen van het Rijk en de daaraan verbonden organen. Bedoelde onafhankelijkheid in de aanwending van middelen geldt ook voor de besteding van capaciteit aan haar andere niet direct op onderzoek gerichte activiteiten, zoals projecten voor en met zusterinstellingen binnen het Koninkrijk en in het buitenland, lidmaatschappen van internationale organisaties en voor de interne bedrijfsvoeringsprojecten.

De Algemene Rekenkamer stelt haar werkprogramma vast in december voorafgaand aan het desbetreffende jaar (t). Het moment waarop de Algemene Rekenkamer haar begroting moet opstellen en inhoudelijk moet onderbouwen met gekwantificeerde doelstellingen (periode december t-2 tot april t-1) ligt dan ook ver voor het moment waarop zij haar werkprogramma vaststelt. Dit maakt het niet zinvol maar voor haar ook technisch onmogelijk om in de begroting met de kwantificering verder te gaan dan zoals voorgesteld in de ontwerpbegroting.

Hierbij zij overigens opgemerkt dat het ingevolge artikel 8 van de CW 2001 aan de Hoge Colleges van Staat vanwege hun bijzondere staatsrechtelijke positie is toegestaan om af te zien van de door u bedoelde gekwantificeerde begroting.

Omdat de Algemene Rekenkamer hecht aan transparantie en waar mogelijk wil voldoen aan de zogeheten vbtb-eisen die gesteld worden aan begroting en verantwoording verwijst zij in de ontwerpbegroting 2008 naar haar werkprogramma. Het werkprogramma heeft gewoonlijk een doorlooptijd van twee jaren; zo bevat het werkprogramma 2007 een reeks voorgenomen publicaties in 2007 én in 2008. In het Verslag van werkzaamheden dat zij conform de CW 2001 ieder jaar vóór 1 april over het voorgaande begrotingsjaar uitbrengt, verantwoordt de Algemene Rekenkamer de besteding van de haar ter beschikking gestelde middelen zoveel mogelijk in termen van gekwantificeerde doelstellingen en resultaten.

Naar de mening van de Algemene Rekenkamer doet de hiervoor weergegeven wijze van begroten en verantwoorden recht aan haar onafhankelijke positie zonder dat het budgetrecht van de Tweede Kamer wordt aangetast.

2

Wat wordt bedoeld met het risico van aantasting van de voorcontrole, mede tegen de achtergrond van het voornemen de controlelasten terug te dringen?

Het werk van de Algemene Rekenkamer is mede afhankelijk van de voorcontrole door de departementale auditdiensten (DAD’s). Ingrepen in de voorcontrole hebben dan ook gevolgen voor het werk van de Algemene Rekenkamer. De Algemene Rekenkamer is van mening dat er met de Operatie Comptabel Bestel die in 1986 van start is gegaan, een zorgvuldig systeem van checks and balances is opgebouwd, waarmee de rijksfinanciën beheersbaar en rechtmatig zijn geworden. Met dit systeem kan de Tweede Kamer haar budgetrecht uitoefenen want zij heeft:

• in hoge mate de zekerheid dat de regering zich houdt aan de afspraken en bedoelingen die in de begrotingsgoedkeuring besloten liggen (rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid);

• de mogelijkheid om de regering over de begrotingsuitvoering ter verantwoording te roepen.

In dit systeem beziet de Algemene Rekenkamer conform de Comptabiliteitswet 2001 of zij voor de in de Grondwet voorgeschreven goedkeuring van de Rijksrekening kan steunen op de resultaten van het controlewerk (de «voorcontrole») van de DAD’s.

Uit de inmiddels verschenen nota Vernieuwing Rijksdienst blijkt dat het kabinet de huidige wijze van controleren niet doelmatig vindt. De goedkeuring van begrotingsgelden door de Tweede Kamer en de verantwoording daarover geschiedt op artikelniveau. Dat geldt ook voor de controle daarop door DAD’s en Algemene Rekenkamer. Een en ander gaat naar de mening van het kabinet gepaard met zeer strenge regels en richtlijnen. Deze regels en richtlijnen en de gehanteerde tolerantiegrenzen zouden onevenredig grote aandacht vergen van managers, controllers en accountants. Het kabinet streeft naar verhoging van de tolerantiegrenzen waarmee in de optiek van het kabinet de daadwerkelijk belangrijke risico’s in beeld zouden komen en de controlelast kan worden verminderd. Met de door het kabinet doorgevoerde taakstelling zal daarenboven de formatie van de DAD’s oplopend tot 30% worden verminderd.

De Algemene Rekenkamer is bezorgd over deze taakstelling. Zij is van mening dat het nodig is op korte termijn de diverse discussies die de afgelopen jaren zijn ontstaan over onderwerpen rond publieke verantwoording en controle, te stroomlijnen. Het is volgens de Algemene Rekenkamer tijd om te komen tot een beargumenteerde en gedeelde visie op het comptabel bestel, op basis waarvan een plan van aanpak kan worden ontwikkeld voor de modernisering van het controlebestel.

Over een en ander houdt de Algemene Rekenkamer contact met de commissie uit uw Kamer belast met de contacten met ons, de commissie voor de Rijksuitgaven. Daar is ook bekend dat de Algemene Rekenkamer over het controlebestel in contact is met het ministerie van Financiën.

3

Worden alle kosten van internationale activiteiten van de Algemene Rekenkamer gedekt door declaraties en/of subsidies? Zo ja, kan daarvan een informatief overzicht worden verstrekt? Zo neen, welke kosten komen ten laste van de «algemene middelen» van de ARK?

Neen, niet alle kosten van internationale activiteiten worden uit andere bronnen gefinancierd. Activiteiten van de Algemene Rekenkamer in het kader van actief lidmaatschap van internationale organisaties van rekenkamers worden uit het «normale budget» van de Algemene Rekenkamer gefinancierd. De volgende groepen projecten worden kostendekkend uit andere bronnen gefinancierd:

projecten in Koninkrijksverband, gefinancierd door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

ondersteuningsprojecten bij zusterinstellingen, gefinancierd door diverse instellingen waaronder het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Europese Commissie;

controleprojecten bij grote internationale instellingen, gefinancierd door de desbetreffende instellingen.

Op de pagina’s 47, 48 en 49 van het Verslag 2006, gepubliceerd in maart 2007 en raadpleegbaar op de website, heeft de Algemene Rekenkamer een overzicht gegeven van haar internationale activiteiten. Op pagina 70 van dat Verslag geven wij een overzicht van de mate van kostendekkendheid van in 2006 afgeronde internationale projecten.

4

Hoe wordt de begroting voor dit hoofdstuk ingericht als in de toekomst, ten gevolge van de nieuwe staatsrechtelijke verhoudingen met de Antillen en Aruba, er wellicht drie Gouverneurs zijn in plaats van twee?

Het transitieproces bereidt de staatkundige inrichting voor van de drie openbare lichamen van Nederland (Bonaire, Saba en Sint Eustatius) en de nieuw te vormen Landen (Curaçao en Sint Maarten) in het Koninkrijk. Het aantal Gouverneurs na de statuswijziging staat in dit stadium nog niet vast. Mocht de uitkomst van het transitieproces een wijziging in het aantal Gouverneurs betekenen, dan wordt daar in de Rijksbegroting voor 2009 rekening mee gehouden. Immers, de statuswijziging is pas beoogd vanaf 15 december 2008.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van Beek (VVD), Van der Staaij (SGP), De Pater-van der Meer (CDA), van Bochove (CDA), Duyvendak (GL), Wolfsen (PvdA), Hessels (CDA), Gerkens (SP), Haverkamp (CDA), Leerdam (PvdA), voorzitter, De Krom (VVD), ondervoorzitter, Griffith (VVD), Irrgang (SP), Kalma (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Van der Burg (VVD), Brinkman (PVV), Pechtold (D66), Van Raak (SP), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Heijnen (PvdA), Bilder (CDA) en Anker (CU).

Plv. leden: Teeven (VVD), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Atsma (CDA), Van Gent (GL), Vermeij (PvdA), Knops (CDA), Polderman (SP), Spies (CDA), Wolbert (PvdA), Aptroot (VVD), Zijlstra (VVD), Van Gerven (SP), Van der Veen (PvdA), Çörüz (CDA), Ten Broeke (VVD), De Roon (PVV), Van der Ham (D66), Van Bommel (SP), Ouwehand (PvdD), Bouchibti (PvdA), De Wit (SP), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Van Haersma Buma (CDA) en Cramer (CU).

XNoot
1

De Strategie, het Werkprogramma en het Verslag staan op de website van de Algemene Rekenkamer: www.Rekenkamer.nl

Naar boven