31 136
Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met invoering van de mogelijkheid de jaarrekening van kleine rechtspersonen op te stellen volgens fiscale grondslagen

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het uit een oogpunt van administratievelastenverlichting wenselijk is boek 2 van het Burgerlijk Wetboek te wijzigen met het oog op het daarin neerleggen van de mogelijkheid voor kleine rechtspersonen om de jaarrekening op te stellen op basis van de grondslagen zoals die gelden voor de aangifte vennootschapsbelasting;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 49 lid 1 en 300 lid 1 wordt telkens de zinsnede «396 lid 6, eerste volzin,» vervangen door: 396 lid 7.

B

In de artikelen 58 lid 1, 101 lid 1 en 210 lid 1 wordt telkens de zinsnede «396 lid 6» vervangen door: 396 lid 7.

C

Artikel 396 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «De leden 3 tot en met 8» vervangen door: De leden 3 tot en met 9.

2. Onder vernummering van de leden 6 tot en met 8 tot de leden 7 tot en met 9, wordt een lid ingevoegd, luidende:

6. In afwijking van afdeling 6 van deze titel komen voor de waardering van de activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat ook in aanmerking de grondslagen voor de bepaling van de belastbare winst, bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, mits de rechtspersoon daarbij alle voor hem van toepassing zijnde fiscale grondslagen toepast. Indien de rechtspersoon deze grondslagen toepast, maakt zij daarvan melding in de toelichting. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het gebruik van deze grondslagen en de toelichting die daarbij gegeven wordt.

3. In lid 9 (nieuw), onder a, wordt de zinsnede «de in lid 7 bedoelde stukken» vervangen door: de in lid 8 bedoelde stukken.

D

In artikel 398 lid 2 wordt de zinsnede «Artikel 396 leden 3 tot en met 7» vervangen door: Artikel 396 leden 3 tot en met 8.

ARTIKEL II

1. Deze wet treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

2. De artikelen van deze wet zijn van toepassing op jaarrekeningen en jaarverslagen die worden opgesteld over de boekjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2007.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Justitie,

Naar boven