31 116
Wijziging van het Wetboek van Strafvordering tot verbetering van de regeling van de positie van de deskundige in het strafproces (Wet deskundige in strafzaken)

nr. 13
MOTIE VAN HET LID DE WIT

Voorgesteld 21 mei 2008

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat er in het strafproces steeds vaker een beroep wordt gedaan op een deskundige en de rechter veelal af zal moeten gaan op de conclusies van de deskundige;

van mening, dat de rechter de verantwoordelijkheid heeft om zich in elk individueel geval expliciet te vergewissen van de kwaliteit van de desbetreffende deskundige op het terrein waarop zijn deskundigheid wordt ingeroepen en diens geschiktheid om de specifieke opdracht te vervullen;

van mening, dat de rechter de specifieke deskundigheid die nodig is voor het vervullen van de verstrekte opdracht moet onderzoeken, maar dat voorkomen moet worden dat deze onderzoeksplicht leidt tot aanhouding en verlenging van de doorlooptijden;

verzoekt de regering met een voorstel te komen voor een procedure, voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting, waarin de rechter in een pro-forma- of regiezitting onderzoek kan doen naar de kwaliteit van de deskundige,

en gaat over tot de orde van de dag.

De Wit

Naar boven