31 031 V
Jaarverslag en slotwet ministerie van Buitenlandse Zaken 2006

nr. 14
MOTIE VAN DE LEDEN PETERS EN GILL’ARD

Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 14 juni 2007

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat uit de verantwoording over de uitgaven voor buitenlandbeleid moeilijk is op te maken wat de effecten zijn van de uitgaven op vrouwen en meisjes in vergelijking tot mannen en jongens;

overwegende, dat verbetering van de positie van vrouwen en meisjes cruciaal is voor realisatie van nagenoeg alle doelstellingen van het buitenlandbeleid;

overwegende, dat onder meer het Beijing Platform voor Actie, de VN en de Raad van Europa aansporen tot «gender-budgeting»;

overwegende, dat «gender-budgeting» een nuttig instrument is voor versterking van beleid ter verbetering van de positie van vrouwen en meisjes;

verzoekt de regering om de jaarlijkse beleidsverantwoording over het buitenlandbeleid voortaan «gender-responsief» te maken door de effecten van de uitgaven voor vrouwen en meisjes inzichtelijk te maken en toe te lichten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Peters

Gill’ard

Naar boven