31 031
Financieel jaarverslag van het Rijk 2006

nr. 10
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 juni 2007

Bijgaand ontvangt u de antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden van de vaste Kamercommissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het jaarverslag van LNV, DGF en de bijbehorende Algemene Rekenkamerrapporten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Kamerstuknummers 31 031 XIV, nrs. 1–2 en 31 031 F, nrs. 1–2) voor het jaar 2006 (zie resp. Kamerstukken 31 031 XIV, nrs. 5 en 6 en 31 031 F, nrs. 5 en 6).

Tevens zijn de vragen op LNV-terrein tijdens het Verantwoordingsdebat 2006 van 22 mei jl. (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar 2006–2007, nr. 70, blz. 3757–3812), die via minister Bos aan mij zijn doorgeleid, schriftelijk beantwoord in deze Kamerbrief.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

LNVBij het stellen van doelen springt de realisatie van de ecologische hoofdstructuur in het oog. De realisatie bleef in 2006 achter bij de planning, maar in hoofdlijnen ligt het wel op schema. Wat is de garantie dat alle ehs-functies daadwerkelijk in het jaar 2018 zijn gerealiseerd? Niet voor niets legt de Algemene Rekenkamer de vinger bij de open einden van deze majeure beleidsdecentralisatie.   Ik verwijs u naar mijn antwoord op vraag 26 van de Lijst van vragen en antwoorden op Kamerstuknummer 31 031 XIV-1 (jaarverslag LNV) van deze Kamerbrief.
  
LNVHet ministerie van LNV was het afgelopen jaar de spreekbuis en de sponsor van een wankelende veesector en lijkt dat nog wel even te willen blijven. Dit blijkt uit de sponsoring van reclamespots voor het project Varkens in zicht, een vorm van window dressing, waarbij de burger mag kijken naar een paar zeugen in het stro, terwijl in de donkere schuren erachter, uit het zicht, duizenden vleesvarkens op betonvloeren, zonder staarten, ballen en hoektanden hun leven slijten. Ook minister Verburg uitte vorige week haar zorgen door de sector op te roepen mensen duidelijk te maken dat varkens het nog niet overal zo goed hebben als in de zichtstallen. Vindt de minister het verantwoord dat wij belastinggeld uitgeven aan dergelijke misleidende consumentenvoorlichting?   Het ministerie van LNV heeft subsidie verstrekt voor de publiekscampagne «Stap in de stal» omdat het belangrijk is dat de varkenshouderijsector de dialoog en de discussie aangaat met de samenleving. Dit doel wordt bereikt en daar staat LNV voluit achter. Het is daarbij van groot belang dat er een reëel beeld van de varkenshouderij wordt geschetst. De sector is zich ten volle bewust dat het alleen maar laten zien van positieve elementen juist een averechtse werking zal hebben. Verder verwijs ik naar mijn antwoorden op kamervragen die ik op 11 mei jl. naar de Tweede Kamer heb gestuurd (kamervragen 2006/07, nr. 1575).
  
LNVHet is onverantwoord dat voor de bio-industrie investeringssubsidies van miljoenen euro’s in het leven worden geroepen, terwijl van de 2,4 mld. van de LNV-begroting nog geen 0,1% wordt uitgetrokken om iets te veranderen aan de situatie van productiedieren. Nu zijn dit jaar de uitgaven voor dierenwelzijn wel iets gestegen, maar toch ligt dit bedrag nog steeds onder de 0,1% van de totale begroting en op nog geen eurocent per gehouden dier. Waaraan wordt het geld voor dierenwelzijn precies uitgegeven? Ik kan daarover niets terugvinden in de jaarverslagen. Kunnen de dierenwelzijnsuitgaven voor de periode 2003/2006 nader gespecificeerd worden in een notitie, ook met het oog op de op handen zijnde dierenwelzijnsnota? In 2003 is er voor dierenwelzijn 7 mln. uitgegeven, in 2004 13 mln., in 2005 1,4 mln. en in 2006 was er 1,2 mln. begroot, maar blijkens het verslag is er 2,5 mln. uitgegeven. Kan de minister deze fluctuaties verklaren?   Ik verwijs u naar mijn antwoord op de vragen 1 en 2 van de Lijst van vragen en antwoorden op Kamerstuknummer 31 031 XIV-1 (jaarverslag LNV) van deze Kamerbrief.
  
LNVIn 2006 zijn er 610 000 proefdieren gebruikt. Een schamel budgetje van slechts 0,9 mln. is uitgegeven aan onderzoek naar en toepassing van alternatieven voor dierproeven en dat terwijl de wetgever dierproeven in beginsel verbiedt. Vermindering van dierproeven en stimulering van alternatieven is een opdracht die in de Wet op de dierproeven is geformuleerd. Van deze doelstellingen komt niets terecht. Uit het streefcijfer blijkt dat het aantal van 600 000 proefdieren ook in de toekomst nog door de regering acceptabel wordt gevonden. Dat staat haaks op de wettelijke doelstelling van vermindering en vervanging. Hoe kan de minister dat verantwoorden?   De verantwoordelijkheid voor regel- en wetgeving op het terrein van dierproeven ligt bij mijn collega minister Klink van VWS. Ik zal uw vraag doorgeleiden naar VWS.   Overigens is tijdens de begrotingsbehandeling 2007 van LNV € 0,9 mln. extra bestemd voor onderzoek naar alternatieven voor dierproeven. Bovendien besteed LNV structureel € 0,3 mln. aan onderzoek bij het RIKILT voor het ontwikkelen van in vitro systemen.
  
LNVHet gaat goed in Nederland. In 2006 zette het economisch herstel definitief door. De koopkracht steeg, en de werkgelegenheid steeg mee. Er is dus alle reden om ook de dieren te laten meeprofiteren van de stijgende welvaart en het overschot op de rijksbegroting. Heeft dit kabinet dan ook de ambitie om de uitgaven voor het dierenwelzijnsbeleid een vast percentage te laten uitmaken van de begroting van LNV, te beginnen met minimaal 1%, in plaats van 0,1%?   Ik zal dit jaar nog een nota Dierenwelzijn naar de Kamer sturen waarin ik mijn ambities en de daarbijbehorende middelen kenbaar zal maken.
Naar boven