30 985 Beleidsdoorlichting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Nr. 7 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 mei 2012

In de reeks beleidsdoorlichtingen van mijn departement is dit jaar het onderwerp burgerparticipatiebeleid tussen 2007 en 2011 aan de beurt.

Hierbij bied ik u het rapport van deze beleidsdoorlichting aan1.

Het is een onderwerp dat zich in de periode waarop de beleidsdoorlichting zich richt in een agenderende, en soms welhaast «avontuurlijke» fase van ontwikkeling bevond. Daarvan laat de beschrijving goed de kenmerken zien. Niettemin is er met een beperkte inzet van middelen veel gedaan. Vooral de proactieve benadering en directe contacten met het praktijkveld vallen op. Tegelijkertijd kan niet worden gezegd dat de realisatie van de hooggestemde doelstellingen van het beleid navenant is gevorderd.

Mijn verwachting is echter dat de meest recente ontwikkelingen op het terrein van actief burgerschap en een faciliterende rol van de overheid voor de toekomst veelbelovend zijn.

Het rapport gaat vergezeld van een brief van een externe deskundige, prof. F. Hendriks van de Universiteit van Tilburg, waarin deze zich uitspreekt over het in zijn ogen grote, realiteitsgehalte van het in deze beleidsdoorlichting geschetste beeld1.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. E. Spies


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven