30 943
Wijziging van belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale onderhoudswet 2007)

nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 5 juni 2007

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

Aan artikel VI wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

F. Artikel 44b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt «artikel 19b, vierde lid» vervangen door: artikel 19b, vijfde lid.

2. In het vijfde lid wordt «artikel 19b, vijfde lid» vervangen door: artikel 19b, zesde lid.

2

Artikel IX, onderdeel H, wordt vervangen door:

H. Artikel 7.7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «met uitzondering van de in artikel 5.1 genoemde persoonsgebonden aftrek» vervangen door: met uitzondering van de in artikel 5.1 genoemde persoonsgebonden aftrek en artikel 5.3, vijfde lid.

2. Het vierde lid komt te luiden:

4. Indien de belastingplichtige na het begin van het kalenderjaar buitenlands belastingplichtig wordt, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk de rendementsgrondslag op de begindatum gesteld op nihil. Indien de belastingplichtige voor het einde van het kalenderjaar ophoudt buitenlands belastingplichtig te zijn, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk de rendementsgrondslag op de einddatum gesteld op nihil.

3

In artikel IX wordt na onderdeel I een onderdeel ingevoegd, luidende:

IA. In artikel 10.7, zesde lid, wordt «artikel 9, vierde lid, van de Algemene Ouderdomswet» vervangen door: artikel 9, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet.

4

Artikel XII wordt vervangen door:

ARTIKEL XII

De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, wordt «artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet» vervangen door: artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en zesde lid, van de Algemene Ouderdomswet.

B. In artikel 18d, derde lid, wordt «artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet» vervangen door: artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en zesde lid, van de Algemene Ouderdomswet.

C. In artikel 18e, vijfde lid, wordt «artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet» vervangen door: artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en zesde lid, van de Algemene Ouderdomswet.

D. In artikel 18g, tweede lid, onderdeel c, vervalt «in deeltijd gaat werken dan wel».

E. In artikel 19a, eerste lid, onderdeel a, wordt «artikel 5, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969» vervangen door: artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

F. Artikel 27da komt te luiden:

Artikel 27da

Voorzover de belasting en de premie voor de volksverzekeringen, de premies voor de werknemersverzekeringen of de ingevolge de Zorgverzekeringswet verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage gelijktijdig worden geheven en artikel 28b van deze wet of artikel 67b, 67c of 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen toepassing vindt, wordt dat artikel slechts eenmaal toegepast, met dien verstande dat alsdan voor de toepassing van artikel 67f, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt uitgegaan van het gezamenlijk gelijktijdig geheven bedrag.

G. In artikel 28a, achtste lid, wordt «20 en 67f» vervangen door: 20, 67c en 67f.

H. In artikel 32a, eerste lid, wordt «artikel 9, vierde lid, van de Algemene Ouderdomswet» vervangen door: artikel 9, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet.

5

In artikel XIII wordt na onderdeel C een onderdeel ingevoegd, luidende:

CA. In artikel 31, derde lid, wordt «artikel 9, vierde lid, van de Algemene Ouderdomswet» vervangen door: artikel 9, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet.

6

Artikel XV wordt vervangen door:

ARTIKEL XV

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2008, met dien verstande dat:

a. artikel XII, onderdeel E, terugwerkt tot en met 1 januari 2004;

b. artikel VI, onderdeel F, eerste lid, terugwerkt tot en met 1 maart 2005;

c. artikel V, onderdeel A, terugwerkt tot en met 29 december 2005;

d. artikel VI, onderdeel F, tweede lid, artikel IX, onderdeel IA, artikel XII, onderdelen A, B, C, F en H, en artikel XIII, onderdeel Ca, terugwerken tot en met 1 januari 2006;

e. artikel IX, onderdeel C, artikel X en artikel XII, onderdeel D, terugwerken tot en met 1 januari 2007.

I. ALGEMEEN

Deze nota van wijziging bevat ten eerste een onderdeel dat samenhangt met de afschaffing van de tijdsgelange herrekening van het voordeel uit sparen en beleggen (box 3). De in het voorstel van wet opgenomen wijzigingen met betrekking tot de afschaffing van de tijdsgelange herrekening van het voordeel uit sparen en beleggen (box 3) bij aanvang dan wel beëindiging van de binnenlandse belastingplicht gedurende het kalenderjaar blijkt namelijk onbedoelde gevolgen te hebben in situaties waarin in een kalenderjaar zowel sprake is van binnenlandse belastingplicht als van buitenlandse belastingplicht. In deze nota van wijziging wordt de wettekst op dit punt zodanig aangepast dat deze onbedoelde gevolgen worden weggenomen.

Daarnaast bevat deze nota het herstel van een aantal verwijzingen die als gevolg van gewijzigde wetgeving niet meer juist zijn.

II. ONDERDEELSGEWIJS

Onderdeel 1

Artikel VI, onderdeel F (nieuw) (artikel 44b van de Invorderingswet 1990)

In de periode van 1 maart 2005 tot en met 31 december 2005 werd in artikel 44b, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990 (hierna: IW 1990) abusievelijk nog verwezen naar artikel 19b, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964) in plaats van naar artikel 19b, vijfde lid, van de Wet LB 1964. Met ingang van 1 maart 2005 was het tot die datum als artikel 19b, vierde lid, van de Wet LB 1964 aangeduide lid ingevolge artikel III, onderdeel E, van de Fiscale onderhoudswet 2004 (Stb. 657) echter vernummerd tot artikel 19b, vijfde lid, van de Wet LB 1964. Met de in artikel VI, onderdeel F, eerste lid, voorgestelde aanpassing wordt deze onjuiste verwijzing met terugwerkende kracht tot en met 1 maart 2005 gecorrigeerd.

Ingevolge artikel II, onderdeel C, van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Stb. 2005, 115), zoals dat onderdeel ingevolge artikel XXVIII, onderdeel B, van het Belastingplan 2006 (Stb. 2005, 683) met ingang van 31 december 2005 is komen te luiden, is met ingang van 1 januari 2006 in artikel 19b van de Wet LB 1964 een nieuw vijfde lid ingevoegd onder vernummering van de tot die datum als vijfde, zesde en zevende lid aangeduide leden tot zesde, zevende en achtste lid. De als gevolg van deze wijziging noodzakelijke aanpassing van art. 44b, vijfde lid, van de IW 1990 was abusievelijk nog niet aangebracht. Met de in artikel VI, onderdeel F, tweede lid, voorgestelde aanpassing wordt deze onjuiste verwijzing met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2006 hersteld.

Onderdeel 2

Artikel IX, onderdeel H (artikel 7.7, eerste en vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001)

Er is geconstateerd dat de in het voorstel van wet opgenomen wijzigingen met betrekking tot de afschaffing van de tijdsgelange herrekening van het voordeel uit sparen en beleggen (box 3) bij aanvang dan wel beëindiging van de binnenlandse belastingplicht gedurende het kalenderjaar onbedoelde gevolgen heeft in situaties waarin in een kalenderjaar zowel sprake is van binnenlandse belastingplicht als van buitenlandse belastingplicht. Dit kan met de volgende twee voorbeelden worden toegelicht.

Voorbeeld 1 (emigratie)

X (alleenstaand en woonachtig in Nederland) bezit een vakantiewoning in Nederland. X emigreert op 1 augustus van het jaar A. De waarde in het economische verkeer bedraagt op 1 januari van het jaar A € 100 000 en op 31 december van het jaar A € 110 000.

Uitwerking op basis van het eerdere voorstel

Voor de periode dat X binnenlands belastingplichtige is (1 januari tot 1 augustus) wordt de rendementsgrondslag ingevolge het voorgestelde artikel 5.3, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) gesteld op (€ 100 000 + € 0)/2 = 50 000. Voor de periode dat X buitenlands belastingplichtige is (1 augustus tot en met 31 december) wordt de rendementsgrondslag ingevolge het voorgestelde artikel 5.3, vijfde lid, juncto artikel 7.7, eerste lid, van de Wet IB 2001 eveneens gesteld op (€ 100 000 + € 0)/2 = € 50 000. Dus: De grondslag voor box 3 ten tijde van de periode van binnenlandse belastingplicht bedraagt (€ 100 000 + € 0)/2 * 4% = € 2 000. De grondslag voor box 3 ten tijde van de buitenlandse belastingplicht bedraagt eveneens (€ 100 000 + € 0)/2 * 4% = € 2 000. In dat geval zou X 30% over € 4 000 zijn verschuldigd. Dit is niet beoogd.

Uitwerking zoals bedoeld

De grondslag voor box 3 ten tijde van de periode van binnenlandse belastingplicht bedraagt (€ 100 000 + € 0)/2 * 4% = € 2 000. De grondslag voor box 3 ten tijde van de periode van buitenlandse belastingplicht bedraagt (€ 0 + € 110 000)/2 * 4% = € 2 200. X is derhalve 30% over € 4 200 verschuldigd.

Voorbeeld 2 (immigratie)

X (alleenstaand en woonachtig in het buitenland) bezit een vakantiewoning in Nederland. X immigreert op 1 augustus van het jaar A. De waarde in het economische verkeer bedraagt op 1 januari van het jaar A € 100 000 en op 31 december van het jaar A € 110 000.

Uitwerking op basis van het eerdere voorstel

Voor de periode dat X buitenlands belastingplichtige is (1 januari tot 1 augustus) wordt de rendementsgrondslag ingevolge het voorgestelde artikel 5.3, vijfde lid, juncto artikel 7.7, eerste lid, van de Wet IB 2001 gesteld op (€ 0+ € 110 000)/2 = € 55 000. Voor de periode dat X binnenlands belastingplichtige is (1 augustus tot en met 31 december) wordt de rendementsgrondslag ingevolge het voorgestelde artikel 5.3, vijfde lid, van de Wet IB 2001 eveneens gesteld op (€ 0+ € 110 000)/2 = € 55 000. Dus: De grondslag voor box 3 ten tijde van de periode van buitenlandse belastingplicht bedraagt (€ 0 + € 110 000)/2 * 4% = € 2 200. De grondslag voor box 3 ten tijde van de binnenlandse belastingplicht bedraagt (€ 0 +€ 110 000)/2 * 4% = € 2 200. In dat geval zou X 30% over€ 4 400 zijn verschuldigd. Dit is niet beoogd.

Uitwerking zoals bedoeld

De grondslag voor box 3 ten tijde van de periode van buitenlandse belastingplicht bedraagt (€ 100 000 + € 0)/2 * 4% = € 2 000. De grondslag voor box 3 ten tijde van de periode van binnenlandse belastingplicht bedraagt (€ 0 + € 110 000)/2 * 4% = € 2 200. X is derhalve 30% over € 4 200 verschuldigd.

Met voorgestelde wijziging wordt het voorstel van wet in overeenstemming gebracht met de beoogde uitwerking. Hiertoe wordt voorgesteld artikel 7.7 van de Wet IB 2001 in die zin te wijzigen, dat artikel 5.3, vijfde lid, van de Wet IB 2001 niet doorwerkt in de vaststelling van de rendementsgrondslag over de periode van buitenlandse belastingplicht. Hiertoe strekt de voorgestelde wijziging van artikel 7.7, eerste lid, van de Wet IB 2001. Tevens wordt voorgesteld in artikel 7.7, vierde lid, van de Wet IB 2001 een met artikel 5.3, vijfde lid, van de Wet IB 2001 vergelijkbare – en uitsluitend voor hoofdstuk 7 (belastingheffing van buitenlandse belastingplichten) van de Wet IB 2001 geldende – bepaling op te nemen voor de situatie dat de buitenlandse belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt of eindigt.

Onderdeel 3

Artikel IX, onderdeel IA (Artikel 10.7 van de Wet IB 2001)

Deze voorgestelde wijziging wordt toegelicht in onderdeel 4.

Onderdeel 4

Artikel IX, onderdeel IA (artikel 10.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001), artikel XII, onderdelen A, B, C en H (artikel 18a, 18d, 18e en 32a Wet op de loonbelasting 1964) en artikel XIII, onderdeel Ca (artikel 31 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen)

De voorgestelde wijzigingen van artikel 10.7 van de Wet IB 2001, de artikelen 18a, 18d, 18e en 32a van de Wet LB 1964 en artikel 31 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, hangen samen met de per 1 januari 2006 gewijzigde nummering van een aantal leden van artikel 9 van de Algemene Ouderdomswet. Als gevolg van die vernummering klopt de in de eerstgenoemde artikelen opgenomen verwijzing naar het laatstgenoemde artikel niet meer. Met de thans voorgestelde aanpassing van deze artikelen wordt de verwijzing aangepast. Een inhoudelijke wijziging is niet beoogd. Omdat de vernummering in artikel 9 van de Algemene Ouderdomswet per 1 januari 2006 heeft plaatsgevonden, wordt voorgesteld de wijziging van genoemde artikelen terug te laten werken tot en met die datum.

Artikel XII, onderdeel D (artikel 18g van de Wet op de loonbelasting 1964)

Met de voorgestelde wijziging van artikel 18g, tweede lid, onderdeel c,van de Wet LB 1964, wordt het deel van die bepaling dat ziet op het aanvaarden van een deeltijdfunctie geschrapt. Voor dat deel is de bepaling overbodig, omdat de delegatiebepaling inzake deeltijdfuncties reeds valt onder het eerste lid van dat artikel. Bij Besluit van 19 december 2006, Stb. 2006, 684, tot wijziging van enige fiscale Uitvoeringsbesluiten, zijn de artikelen 10a en 10b van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 per 1 januari 2007 reeds dienovereenkomstig aangepast. In de toelichting bij die wijzigingen is aangekondigd dat bij gelegenheid ook de delegatiebepaling in artikel 18g, tweede lid, onderdeel c, van de Wet LB 1964 zal worden aangepast. Een inhoudelijke wijziging is met deze aanpassing, die ingevolge dit voorstel terugwerkt tot en met 1 januari 2007, niet beoogd.

Artikel XII, onderdeel E (artikel 19a van de Wet op de loonbelasting 1964)

De voorgestelde wijziging van artikel 19a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet LB 1964, hangt samen met een redactionele aanpassing die bij het Belastingplan 2004 per 1 januari 2004 is aangebracht in artikel 5 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Daarbij is abusievelijk niet tevens de verwijzing naar het relevante onderdeel van de laatstgenoemde bepaling in artikel 19a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet LB 1964 aangepast. Met de voorgestelde wijziging, die ingevolge dit voorstel terugwerkt tot en met 1 januari 2004, gebeurt dit alsnog.

Artikel XII, onderdelen F en G (artikel 27da en artikel 28a van de Wet op loonbelasting 1964)

De wijzigingen in deze artikelen waren al onderdeel van het oorspronkelijke wetsvoorstel. Deze wijzigingen zijn dan ook al toegelicht in de memorie van toelichting bij het oorspronkelijke wetsvoorstel.

Onderdeel 5

Artikel XIII, onderdeel Ca (artikel 31 van de Wet vermindering afdracht afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen)

Deze voorgestelde wijziging is reeds toegelicht in onderdeel 4.

Onderdeel 6

Artikel XV (inwerkingtreding)

Voorgesteld wordt om artikel XV in die zin aan te passen, dat deze wet in werking treedt op 1 januari 2008, met dien verstande dat een aantal onderdelen terugwerken tot en met de in dit artikel genoemde eerdere tijdstippen. De inwerkingtreding van de desbetreffende onderdelen is toegelicht bij de desbetreffende onderdelen.

De Staatssecretaris van Financiën,

J. C. de Jager

Naar boven