nr. 26
VERSLAG OVER HET BURGERINITIATIEF VAN MILIEUDEFENSIE BETREFFENDE EEN
EINDE AAN DE BIO-INDUSTRIE
Vastgesteld 19 april 2007
De commissie1,
overwegende,
dat Milieudefensie bij brief van 13 februari 2007 een burgerinitiatief
heeft ingediend, met de titel «Stop fout vlees», houdende het
voorstel om een einde te maken aan de bio-industrie door een gefaseerde omschakeling
naar uitsluitend grondgebonden veehouderij, door een inkrimping van de veestapel
met ten minste 50 procent en door stimulering van de verbouw van soja-vervangende
veevoeders,
dat het burgerinitiatief voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel
9a van het reglement van de commissie, waaronder de voorwaarde dat ten minste
40 000 personen van 18 jaar of ouder hun steun aan dit burgerinitiatief
hebben laten blijken door overlegging van een handtekening en persoonsgegevens,
daar de brief is vergezeld van 102 726 handtekeningen van personen van
18 jaar of ouder, met de vereiste persoonsgegevens,
dat door dit aantal steunbetuigingen zonder nader onderzoek kan worden
aangenomen dat ten minste 40 000 van de ondertekenaars gerechtigd zijn
om deel te nemen aan de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, zodat
is voldaan aan de voorwaarde genoemd in artikel 10 van het reglement van de
commissie,
dat geen van de bezwaren, genoemd in artikel 132a, tweede lid, van het
Reglement van Orde van de Tweede Kamer tegen het in behandeling nemen van
dit burgerinitiatief kan worden aangevoerd,
dat dit onder andere betekent dat ook is voldaan aan de voorwaarde dat
het burgerinitiatief geen onderwerp betreft waarover de Kamer korter dan twee
jaar vóór de indiening van het burgerinitiatief een besluit
heeft genomen,
dat de commissie heeft vastgesteld dat het burgerinitiatief voldoende
gespecificeerde beleidsdoelstellingen voorstelt, die overigens in de visie van de indienster slechts in samenhang kunnen leiden tot de beoogde
resultaten, te weten een veehouderij zonder dierenleed, zonder milieuschade
en zonder massale import van veevoersoja die ten koste van mensen en natuur
in ontwikkelingslanden is geproduceerd,
dat de commissie heeft vastgesteld dat in de jaren 2005 en 2006, en in
2007 tot aan de indiening van het burgerinitiatief, geen debat is gevoerd
dat expliciet de (toekomst van de) intensieve veehouderij (in de visie van
de indienster oorzaak en onderdeel van de bio-industrie) betrof, zij het dan
in het debat over de nota Kiezen voor landbouw (TK 30 252 nr. 9) op 3 april
2006 impliciet steun is verleend aan de kabinetsvisie dat de intensieve veehouderij
in Nederland een toekomst heeft, aangezien geen moties zijn aangenomen (zelfs
niet ingediend) waaruit het tegendeel zou kunnen worden afgeleid,
dat overigens wel kort na de indiening van het burgerinitiatief, te weten
tijdens debatten op 1 en 14 maart 2007, moties zijn ingediend (TK 30 891
nr. 32 en 20 501–20 nr., 345) en verworpen die een onderzoek naar
de sanering van de intensieve veehouderij betroffen,
dat de commissie voorts heeft vastgesteld dat ook bij de behandeling in
de jaren 2005 en 2006 van de begrotingen van het ministerie van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit voor de jaren 2006 en 2007 geen moties zijn ingediend
die de intensieve veehouderij of bio-industrie betreffen,
dat de commissie voorts heeft vastgesteld dat over een voorstel om de
veestapel met ten minste 50 procent te verminderen, nimmer expliciet is gesproken
of moties zijn aangenomen,
dat de commissie voorts heeft vastgesteld dat wat betreft de sojateelt
uit een op 7 en 8 september 2005 gehouden debat over milieu, duurzaamheid
en rentmeesterschap (TK 25 946) en in algemene overleggen op 13 juni
en 4 oktober 2006 nadien valt af te leiden dat regering en Kamer zorgen
delen over de intensieve en grootschalige sojateelt, maar geen nationale maatregelen
voorstellen ter vervanging van sojateelt;
van oordeel,
dat het onderhavige burgerinitiatief voldoet aan de door de Kamer gestelde
voorwaarden;
stelt de Kamer voor:
a. het onderhavige burgerinitiatief in behandeling te nemen;
b. de brief van initiatiefneemster in handen te stellen van de vaste commissie
voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die commissie te verzoeken om
vóór 1 juni aanstaande een gesprek met haar te voeren,
waarin met name wordt getracht verduidelijking te verkrijgen niet zozeer van
de doelstellingen als wel van de concrete maatregelen die haar voor ogen staan
om die doelen te bereiken, en over dit gesprek een beknopt verslag uit te
brengen aan de Kamer;
c. dit burgerinitiatief na ommekomst van dat verslag te agenderen voor
de plenaire vergadering vóór het begin van het komende zomerreces
van de Kamer en eveneens nog vóór dat reces een besluit te nemen
zoals bedoeld in artikel 132a, vijfde lid, van het Reglement van orde van
de Tweede Kamer, door te stemmen over de voorstellen van de initiatiefneemster
als waren zij één voorstel.
De voorzitter van de commissie,
Remkes
De griffier van de commissie,
Van Dijk