30 800 XIV
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) voor het jaar 2007

nr. 102
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 mei 2007

Hierbij informeer ik u over de komende jaarvergadering van de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) in mei en de Nederlandse inzet daarbij. De jaarvergadering wordt gehouden in Anchorage, Alaska van 28 tot en met 31 mei 2007. Daar aan voorafgaand vinden vanaf 7 mei de vergaderingen plaats van de wetenschappelijk comités en zijn van 22 tot en met 26 mei diverse werkgroepvergaderingen van de IWC gepland.

Agenda IWC

De belangrijkste agendapunten voor de vergadering zijn de toekomst van de IWC, de verdere besprekingen over een herzien beheerregime (revised management scheme, RMS), de wetenschappelijke walvisvaart, de autochtone walvisvaart (aboriginal subsistence whaling), de kleinschalige walvisvaart (small type coastal whaling), het voortbestaan van het beschermingscomité en de instelling van walvisreservaten.

Hoofdlijnen van de Nederlandse inzet

De inzet van Nederland is erop gericht de walvisjacht onder internationale controle te brengen en waar mogelijk verder te beperken. Ik zou graag de walvisvaart in het geheel willen stoppen, maar het verleden heeft geleerd dat een dergelijke positie alleen maar tot een patstelling leidt en de walvis uiteindelijk in het geheel niet helpt. Alleen door afspraken op internationaal niveau te maken kan de walvis duurzaam worden beheerd en het voortbestaan van soorten worden gegarandeerd. Het is daarbij belangrijk om te weten op welke populaties wordt gejaagd en om hoeveel walvissen het gaat.

De volgende uitgangspunten zijn leidend voor de Nederlandse inzet tijdens de komende jaarvergadering.

– Nederland wil een dialoog aangaan met alle partijen om tot een duurzaam beheerregime te komen.

– Nederland wil goede schattingen van de omvang van de verschillende populaties.

– Nederland is van mening dat alle noodzakelijke onderzoeksgegevens te verkrijgen zijn zonder walvissen te hoeven doden.

– Nederland blijft zich inzetten voor diervriendelijke dodingmethoden.

– Nederland ondersteunt het werk van het beschermingscomité.

– Nederland steunt de instelling van walvisreservaten.

– Nederland is voor vrijheid van meningsuiting en benadrukt de rechten van NGO’s.

– Nederland blijft inzetten op een ministeriële conferentie.

Verhoudingen in de IWC

De IWC is sterk verdeeld: de walvisvarende en de beschermingsgezinde landen staan recht tegenover elkaar. De stemverhoudingen in de IWC veranderen in het voordeel van de walvisvarende landen. Het betreft een enkelvoudige meerderheid en heeft vooralsnog geen consequenties voor ingrijpende besluiten. Een besluit over bijvoorbeeld het moratorium vereist een drievierde meerderheid. Beide groepen hebben dit jaar een bijeenkomst georganiseerd om nieuwe wegen te vinden voor de toekomst voor de IWC. De uitkomsten hiervan vormen het uitgangspunt voor de discussie in de jaarvergadering.

Omdat de trend zich doorzet in het voordeel van de walvisvarende landen zien de extreem beschermingsgezinde landen zich genoodzaakt een nieuwe positie in te nemen. De extreem beschermingsgezinde landen kiezen voor de dialoog en steunen hiermee feitelijk de eerder door Nederland ingezette lijn. De positie van Nederland als bruggenbouwer is daarmee versterkt.

Nederland wil een betere balans binnen de IWC en een beter uitgangspunt voor de onderhandelingen. Dit kunnen we bereiken door uit te gaan van overeenkomsten in de standpunten van partijen. Het doel daarbij is een akkoord over een duurzaam herzien beheerregime. Duurzame oplossingen en een hernieuwd beheerregime moeten in gezamenlijkheid worden gezocht en gevonden.

Net als afgelopen jaren zal Nederland blijven aandringen op een ministeriële conferentie om op politiek niveau een doorbraak te bereiken, ondanks dat de voorzitter van deze conferentie dit Nederlandse voorstel niet heeft overgenomen.

Toelichting Nederlandse inzet per agendapunt

Herzien beheerregime

Een moratorium blijkt op zichzelf niet afdoende te zijn om de walvis te beschermen. De wetenschappelijke walvisvangsten door Japan worden niet door het moratorium gedekt en Noorwegen en IJsland achten zich niet door het moratorium gebonden. Hierdoor worden er jaarlijks meer walvissen gedood dan vóór het moratorium werd ingesteld. Daarom zijn aanvullende maatregelen nodig.

De Nederlandse inzet is gericht op een gedegen herzien beheerregime met harde afspraken over de walvisvangst onder direct toezicht van de IWC als dé beherende organisatie voor walvissen. Tegelijkertijd zal een herzien beheerregime vergezeld moeten gaan van een aanzienlijke beperking van de wetenschappelijke walvisvaart. Dit zijn minimale voorwaarden om eventuele besluiten te kunnen nemen over de start van door de IWC gecontroleerde vangsten (in aanvulling op het moratorium voor de commerciële walvisvangst) als mogelijk alternatief voor de sterk groeiende ongecontroleerde vangsten.

Het strikte nalevingmechanisme omvat onder andere internationale controle, onafhankelijke waarnemers op schepen en dna-registraties, zodat producten traceerbaar zijn. Daarnaast wil Nederland dat de walvisvarende landen zelf de kosten voor de waarneming en controle op vangsten gaan dragen.

Wetenschappelijke walvisvangst

Het verdrag geeft ruimte aan landen om zelf vergunningen af te geven voor de vangst van walvissen voor wetenschappelijke doeleinden zonder voorafgaande goedkeuring van de IWC. Japan en IJsland maken hiervan gebruik en hebben in 2007 vergunningen verleend voor de vangst van grote aantallen walvissen.

Vorig jaar heeft mijn voorganger in een gesprek met de Japanse ambassadeur in Nederland zijn zorgen hierover overgebracht. Nederland is van mening dat alle noodzakelijke onderzoeksgegevens te verkrijgen zijn via methodes waarbij walvissen niet hoeven te worden gedood. Daarom pleit Nederland voor sterke inperking van het onderzoek (zeker wat betreft de meer bedreigde soorten) en bindende afspraken en controle hierover onder verantwoordelijkheid van het IWC.

Autochtone en kleinschalige walvisvaart

De bestaande vijfjarige vangstquota voor de autochtone walvisvaart lopen af in 2007. Daarom zal de IWC nieuwe vangstquota moeten vaststellen op basis van advies van het wetenschappelijk comité. Het is de verwachting dat Japan dit onderhandelingsproces gaat gebruiken om quota te krijgen voor de kleinschalige walvisvaart van vier Japanse kustgemeenten. Japan zal nieuwe quota voor autochtone walvisjacht blokkeren zolang Japan niet wordt toegestaan kleinschalige walvisvaart ook als zodanig te beschouwen.

De discussie bij de kleinschalige walvisvaart gaat over duurzaam gebruik van walvisachtigen en de bijdrage daarvan aan kustgemeenschappen, zoals duurzaam levensonderhoud, voedselzekerheid en armoedebestrijding en het behoud van lokale cultuur. Japan beargumenteert dat Japanse kustgemeenschappen al duizenden jaren leven van kleinschalige walvisjacht en dat deze gelijk is aan de autochtone walvisjacht die voor onder andere de Inuit is toegestaan voor lokaal levensonderhoud. Japan dient hiertoe een voorstel in om de bestaande afspraken hierover te wijzigen met het doel kleinschalige lokale walvisvangst toe te staan van dwergvinvissen in het gebied van Okhotsk Sea-west Pacific.1 Een dergelijk voorstel werd reeds meerdere malen afgewezen. Om deze keer meer kans te maken, zal Japan het aantal walvissen dat hiervoor goedgekeurd wordt in mindering brengen op het eigen wetenschappelijk programma.

Nederland is niet tegen de autochtone walvisvaart en steunt de voorgestelde nieuwe quota. Nederland is echter van mening dat kleinschalige walvisvaart een vorm van commerciële jacht is en daarom onder een herzien beheerregime moet vallen. De vergelijking die Japan wil maken met autochtone walvisvaart is wat Nederland betreft niet aan de orde omdat Japan niet voldoet aan de daarvoor gestelde criteria.

Beschermingscomité van de IWC

Het Beschermingscomité van de IWC richt zich op de bescherming van walvissen en heeft momenteel twee onderwerpen: onderzoek naar verontreinigde walvissen die zijn aangetroffen bij de walvisjacht door Russische inheemse bevolkingsgroepen (autochtone walvisjacht) en scheepsbotsingen met walvissen.

Anders dan voorgaande jaren zal Japan het Beschermingscomité niet in twijfel trekken. Japan gebruikt dit gebaar als wisselgeld om hun quota voor kleinschalige walvisvaart te krijgen. Voorheen was een aantal walvisvarende landen van mening dat dit comité te eenzijdig op de bescherming van walvissen is gericht en niet op duurzaam beheer en benutting van deze dieren, conform de dubbele doelstelling van het verdrag.

Nederland ondersteunt het werk van het comité maar wil ook toenadering zoeken met onder andere Japan om het werk van het comité te verbreden door meer landen te betrekken. Als voldoende bereidheid bestaat om over de doelstelling van dit comité te praten, dan zal dit bijdragen aan haar bestaansrecht.

Reservaten

Anders dan voorgaande jaren zal Japan waarschijnlijk dit jaar niet proberen het huidige reservaat in de Zuidelijke Oceaan (alle wateren ten zuiden van de 60ste zuiderbreedtegraad) op te heffen. Japan gebruikt ook dit gebaar als wisselgeld om vangstquota voor de kleinschalige walvisvaart te verkrijgen.

Nederland is voorstander van het instellen van walvisreservaten. Reservaten kunnen bijdragen aan het herstel van walvispopulaties die in de afgelopen decennia sterk achteruit zijn gegaan. In het algemeen streeft Nederland naar een overeenkomst over afbakening van reservaten. Specifiek verkent Nederland de mogelijkheden tot het instellen van een walvisreservaat in de Caribische wateren van het Nederlandse Koninkrijk. Nederland zoekt hierbij de samenwerking met Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg


XNoot
1

Deze afspraken zijn in 1946 opgesteld door de «International Convention for the Regulation of Whaling». Een wijziging kan gerealiseerd worden met een meerderheid van de stemmen.

Naar boven