30 654
Wijziging van de Wet ammoniak en veehouderij

nr. 71
MOTIE VAN HET LID SNIJDER-HAZELHOFF C.S.

Voorgesteld 19 februari 2009

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat verschillende factoren van invloed zijn op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen;

overwegende, dat de kritische depositiewaarde aanzienlijk moet worden genuanceerd en veeleer moet worden beschouwd als een hulpmiddel zoals aanbevolen door de Taskforce Trojan;

overwegende, dat de verlening van vergunningen en het nemen van beheermaatregelen in het kader van de beheerplannen dient plaats te vinden op basis van een integrale gebiedsgerichte beoordeling, waarbij behalve ammoniak ook andere factoren, waaronder de hydrologische situatie en de effecten van mitigerende maatregelen, dienen te worden meegewogen;

overwegende, dat de Habitatrichtlijn aan het realiseren van de instandhoudingsdoelstelling geen termijnen stelt, maar alleen de eis dat er geen verslechtering optreedt;

overwegende, dat daarom bestaand gebruik en ontwikkeling van de veehouderij nabij Natura 2000-gebieden kan worden toegestaan mits dit past in het kader van het samenstel van maatregelen die in het beheerplan worden genomen en waaruit blijkt dat geen verslechtering optreedt van het Natura 2000-gebied;

overwegende, dat de wetenschappelijke onderbouwing van de ecologische doelstelling van essentiële betekenis is voor de juridische borging van de beheerplannen en of het verlenen en/of weigeren van vergunningen houdbaar zijn bij de Raad van State;

verzoekt de regering erop toe te zien dat voornoemde overwegingen uitgangspunt zijn en inzet blijven bij het maken van de beheerplannen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Snijder-Hazelhoff

Van der Vlies

Koopmans

Naar boven