30 614
Wijziging van een aantal wetten op het terrein van de arbeidsverhoudingen en de arbeidsmarkt (Verzamelwet arbeidsverhoudingen en arbeidsmarkt 2006)

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat technische verbeteringen en enige andere wijzigingen in wetgeving op het terrein van de arbeidsverhoudingen en de arbeidsmarkt aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet kinderopvang wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid vervalt onderdeel m.

2. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

2. Een ouder die in een berekeningsjaar, na tegenwoordige arbeid te hebben verricht als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, werkloos wordt, en

a. recht heeft op algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand, b recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk IIA of IIB van de Werkloosheidswet, of

c. als niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekende is geregistreerd bij de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,

behoudt gedurende zes maanden na de dag waarop de arbeidsverhouding of het verrichten van arbeid in de onderneming van de partner is geëindigd, zijn aanspraak op een kinderopvangtoeslag als bedoeld in het eerste lid.

3. In het nieuwe vierde lid, eerste zin, wordt «eerste lid» vervangen door: eerste of tweede lid.

B

Aan artikel 57 wordt een zin toegevoegd, luidende: Op ouders, bedoeld in de eerste zin, is artikel 50, tweede, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

C

Na artikel 57 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 57a

1. Onze Minister kan beleidsregels stellen omtrent de toepassing van de artikelen 49, 50, 51 en 56.

2. De bekendmaking van de beleidsregels geschiedt door plaatsing in de Staatscourant.

D

In artikel 94 wordt onder vernummering van het derde lid tot vierde lid een lid ingevoegd, luidende:

3. Een ouder en, indien hij een partner heeft, zijn partner, die na tegenwoordige arbeid te hebben verricht als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a of b, werkloos worden, en die:

a. recht hebben op algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand,

b. recht hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk IIA of IIB van de Werkloosheidswet, of

c. als niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden zijn geregistreerd bij de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,

hebben gedurende zes maanden na de dag waarop de arbeidsverhouding of het verrichten van arbeid in de onderneming van de partner is geëindigd, aanspraak op een extra kinderopvangtoeslag als bedoeld in het eerste en tweede lid.

E

Artikel 114 vervalt.

ARTIKEL II

De Pensioen- en spaarfondsenwet wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt:

1. Aan het slot van het eerste lid, onderdeel d, wordt de puntkomma vervangen door een punt.

2. Het derde lid, onderdeel c, onder 1°, komt te luiden:

1°. of houder is van aandelen die ten minste een tiende deel van het geplaatste kapitaal van de vennootschap van de werkgever vertegenwoordigen, of indirect houder is van aandelen die ten minste een tiende deel van het geplaatste kapitaal van de vennootschap van de werkgever vertegenwoordigen, of houder is van certificaten van aandelen, uitgegeven door tussenkomst van een administratiekantoor waarvan hij voor ten minste een tiende deel in het bestuur vertegenwoordigd is, welke ten minste een tiende deel van het geplaatste kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen, en.

B

In artikel 23b, eerste lid, wordt «10b, 17b, 11, eerste en tweede lid» vervangen door: 10b, 11, eerste en tweede lid, 17b.

ARTIKEL III

De Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 wordt gewijzigd als volgt:

A

Na artikel 12, zevende lid, wordt een lid toegevoegd, luidende:

8. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.

B

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 16, eerste lid, onderdeel g, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

h. het niet verder in behandeling nemen van een aanvraag.

ARTIKEL IV

De Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 22a vervalt de aanduiding «1.» voor de bestaande tekst.

B

In artikel 42, eerste lid, onderdeel b, vervalt «gebruik te maken».

C

In artikel 64 wordt «deze wet» vervangen door: de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

D

Artikel 65, eerste lid, komt te luiden:

1. Begunstigde(n) in de verzekeringsovereenkomsten zijn:

a. voor de ouderdoms- en invaliditeitsvoorzieningen: de deelnemer;

b. voor de toegezegde weduwen-, weduwnaars- of partnervoorziening al naar gelang van de aard van de voorziening: de deelnemer dan wel diens echtgenoot of partner;

c. voor de toegezegde wezenvoorziening: de pensioengerechtigde kinderen, een en ander behoudens de artikelen 34 en 42.

E

Artikel 71, tweede lid, komt te luiden:

2. De Nederlandsche Bank N.V. organiseert ten minste een keer per jaar een overleg met belanghebbenden aangaande pensioenen.

F

In artikel 71e, eerste lid, «wordt na «tenzij» ingevoegd: het beroepspensioenfonds niet beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 22a, onderdeel a, of.

G

In artikel 76, eerste lid, wordt «aanwijzig» vervangen door: aanwijzing.

H

In artikel 82, eerste lid, wordt «aanwijzingen deze» vervangen door: aanwijzingen van deze.

I

Artikel 116 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het vierde lid wordt «zijn verplichtgesteld» vervangen door: is verplichtgesteld.

2. Het achttiende lid vervalt.

ARTIKEL V

De Arbeidstijdenwet wordt gewijzigd als volgt:

A

Aan artikel 7:2 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

3. Een beschikking op grond van deze wet van een ambtenaar als bedoeld in de artikelen 8:1, tweede, en 10:5, tweede lid, voor zover het betreft de arbeid, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt genomen namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

B

In artikel 10:2, tweede lid, onder 2°, wordt «de gedraging» vervangen door: een handelen of nalaten.

ARTIKEL VI

Artikel V van de Wet bestuurlijke boete Arbeidstijdenwet vervalt.

ARTIKEL VII

De Wet arbeid vreemdelingen wordt gewijzigd als volgt:

A

Onder het plaatsen van het cijfer «1.» voor de bestaande tekst, wordt aan artikel 18 een nieuw lid toegevoegd, luidende:

2. Als beboetbaar feit wordt tevens aangemerkt het door de werkgever niet naleven van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover het betreft het door de toezichthouder uitoefenen van bevoegdheden ter vaststelling van de identiteit van degene die voor de werkgever arbeid verricht of heeft verricht.

B

In artikel 18a, tweede lid, onder 2°, wordt «de gedraging» vervangen door: een handelen of nalaten.

ARTIKEL VIII

Artikel 12c, vijfde lid, van de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen komt te luiden:

5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het tweede en vierde lid.

ARTIKEL IX

Titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 648 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt in de tweede zin na «een beroep heeft gedaan op het bepaalde in de vorige zin» ingevoegd: of terzake bijstand heeft verleend.

b. Een nieuw lid wordt toegevoegd, luidende:

5. De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in lid 1 of terzake bijstand heeft verleend.

B

Artikel 649 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het tweede lid wordt in de eerste zin na «een beroep heeft gedaan op het bepaalde in lid 1» ingevoegd: of terzake bijstand heeft verleend.

b. Onder vernummering van lid 5 tot lid 6, wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt:

5. De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in lid 1 of terzake bijstand heeft verleend.

c. In het nieuwe zesde lid wordt «leden 1 tot en met 4» vervangen door: leden 1 tot en met 5.

ARTIKEL X

De Ambtenarenwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 125g wordt als volgt gewijzigd:

a. In het tweede lid wordt na «een beroep heeft gedaan op het eerste lid» ingevoegd: of terzake bijstand heeft verleend.

b. Toegevoegd wordt een nieuw lid, dat luidt:

4. Het bevoegd gezag mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in het eerste lid of terzake bijstand heeft verleend.

B

Artikel 125h wordt als volgt gewijzigd:

a. In het derde lid wordt na «een beroep heeft gedaan op het eerste lid» ingevoegd: of terzake bijstand heeft verleend.

b. Toegevoegd wordt een nieuw lid, dat luidt:

5. Het bevoegd gezag mag de ambtenaar niet benadelen wegens de omstandigheid dat de ambtenaar in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in het eerste lid of terzake bijstand heeft verleend.

ARTIKEL XI

In artikel XVI, tweede lid, van de Wet van 14 mei 1998, houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 en van enige andere wetten, Stb. 300, wordt «de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie» vervangen door: de Centrale organisatie werk en inkomen, bedoeld in artikel 2 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

ARTIKEL XII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Naar boven