30 478
Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de beroepen in het onderwijs onder meer in verband met het aanbrengen van enkele verbeteringen in de regels over de bekwaamheid van onderwijspersoneel zoals deze komen te luiden door de Wet op de beroepen in het onderwijs (aanpassing regels bekwaamheidseisen onderwijspersoneel)

nr. 4
NADER RAPPORT1

Hieronder is opgenomen het nader rapport d.d. 1 maart 2006, aangeboden aan de Koningin door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 28 december 2005, no. 05.004843, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 2 februari 2006, no. W05.05.0587/III, bied ik U hierbij mede namens mijn ambtgenoot van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan.

Het voorstel geeft de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele onjuiste verwijzingen te corrigeren in het voorstel van wet houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de vraagfinanciering voor schoolbegeleiding en de bekostiging van het onderwijs aan zieke leerlingen (Kamerstukken II, 2004/05, 29 875, nrs. 1–3). Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de wijzigingen die de Wet op de beroepen in het onderwijs en enkele andere wetten aanbrengen in artikel 3 van de Wet op de expertisecentra, beter op elkaar af te stemmen en om een leemte in het overgangsrecht in te vullen ten aanzien van de zij-instroom.

Ik moge U, mede namens mijn ambtgenoot van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. J. A. van der Hoeven


XNoot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven