30 478
Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de beroepen in het onderwijs onder meer in verband met het aanbrengen van enkele verbeteringen in de regels over de bekwaamheid van onderwijspersoneel zoals deze komen te luiden door de Wet op de beroepen in het onderwijs (aanpassing regels bekwaamheidseisen onderwijspersoneel)

nr. 14
AMENDEMENT VAN HET LID JAN DE VRIES C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 131

Ontvangen 24 mei 2006

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel A, wordt gewijzigd als volgt:

1. De aanhef komt te luiden:

In artikel 3 worden na het eerste lid twee nieuwe leden ingevoegd, luidend:.

2. Na het nieuwe tweede lid wordt toegevoegd:

2a. Degene die wel voldoet aan de eis van het tweede lid, onderdeel a, maar niet aan de eis van onderdeel b van dat lid, mag niettemin met het in dat lid bedoelde onderwijs worden belast, voor een periode van ten hoogste twee jaren. Aan de eerste volzin wordt uitsluitend toepassing gegeven indien het bevoegd gezag en betrokkene in ieder geval schriftelijk hebben verklaard dat betrokkene verplicht is zich in te spannen om binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de eis van onderdeel b. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de eerste volzin.

II

Artikel II, onderdeel A, onderdeel 2, wordt gewijzigd als volgt:

1. De aanhef komt te luiden:

Na het eerste lid worden twee nieuwe leden ingevoegd, luidend:.

2. Na het nieuwe tweede lid wordt toegevoegd:

2a. Degene die wel voldoet aan de eis van het tweede lid, onderdeel a, maar niet aan de eis van onderdeel b van dat lid, mag niettemin met hetin dat lid bedoelde onderwijs worden belast, voor een periode van ten hoogste twee jaren. Aan de eerste volzin wordt uitsluitend toepassing gegeven indien het bevoegd gezag en betrokkene in ieder geval schriftelijk hebben verklaard dat betrokkene verplicht is zich in te spannen om binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de eis van onderdeel b. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de eerste volzin.

Toelichting

Eerder is bepaald dat een groepsleraar met alleen een pabo-diploma alleen in groep 1 en 2 het vak (zintuigelijke) en lichamelijke oefening mag verzorgen. Alleen daarvoor bevoegde leraren mogen dit vak verzorgen. Er is een overgangsregeling getroffen voor zittende leraren. Voor nieuwe leraren bestaat de mogelijkheid om via een postinitiële opleiding alsnog de bevoegdheid te verwerven voor het onderwijs in de lichamelijke oefening aan alle leeftijdsgroepen. De regering maakt het ook mogelijk dat (een deel van) deze opleiding ook reeds in de initiële opleiding wordt gevolgd.

De praktijk wijst uit dat deze regeling tot uitvoeringsproblemen leidt. Recent afgestudeerden zijn om meerdere redenen niet altijd in staat of bereid de postinitiële opleiding te volgen. Het gevolg is dat vooral kleine basisscholen met een of meerdere recent afgestudeerden in hun team grote moeite hebben om het vak lichamelijke opvoeding aan te bieden. Of zij kunnen dat alleen via veel kunst en vliegwerk doen, hetgeen de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede komt.

De indieners willen enerzijds vasthouden aan het bevoegdheidsvereiste maar anderzijds het mogelijk maken dat deze uitvoeringsproblemen kunnen worden ondervangen. Dat kan door de schoolbesturen de mogelijkheid te geven voor een periode van maximaal twee jaar een leraar in te zetten zonder de vereiste bekwaamheid voor het vak lichamelijke opvoeding. Voorwaarde is wel dat het bevoegd gezag en de desbetreffende leraar schriftelijk hebben verklaard zich in te spannen om alsnog te voldoen aan de vereisten. Die schriftelijke verklaring biedt ook de Onderwijsinspectie de mogelijkheid om dit te toetsen.

Met dit amendement wordt aangesloten bij de systematiek die ook al voor het aanstellen van nog onbevoegde leraren in het voortgezet onderwijs geldt. Een vergelijkbare systematiek is er ook reeds in de Wet BIO voor het onderwijsondersteunend personeel in het basisonderwijs (artikel 3a WPO en artikel 3a WEC). De indieners wensen dat dit amendement met de Wet BIO, op grond van artikel XIX van diezelfde wet, wordt geëvalueerd.

Jan de Vries

Van der Vlies

Balemans


XNoot
1

Vervanging in verband met wijziging van de ondertekening.

Naar boven