30 477
Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de invoering van een bromfietsrijbewijs

nr. 7
VERSLAG

Vastgesteld 20 april 2006

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat1, belast met het voorbereidend onderzoek, brengt als volgt verslag uit van haar bevindingen omtrent dit wetsvoorstel. Onder het voorbehoud dat de regering de in dit verslag opgenomen vragen en opmerkingen afdoende beantwoordt, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

ALGEMEEN

1. Inleiding

Met belangstelling hebben de leden van de CDA-fractie kennis genomen van onderhavig wetsvoorstel. Het idee voor een bromfietsrijbewijs komt voort uit de behoefte het aantal slachtoffers onder jonge bromfietsers met 50% terug te dringen. Deze doelstelling is verwoord in het Actieplan Jonge Bromfietsers. In het wetsvoorstel krijgt het rijbewijs voor de categorie bromfietsers de aanduiding AM en vormt daarmee een eerste module in de rijbewijsmodulen die wij nu kennen. De leden van de CDA-fractie vragen of de regering dit ook zo ziet en het behalen van het bromfietsrijbewijs derhalve in het kader staat van de «permanente verkeerseducatie»?

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van de voorliggende wetswijziging. De PvdA is voorstander van een bromfietsrijbewijs.

Het blijkt dat veel ongelukken te voorkomen zijn als de brommerrijder goed op de hoogte is van de verkeersregels. Deze leden vinden de invoering van het bromfietsrijbewijs daarom een goede zaak. Daarnaast vinden de leden van de PvdA-fractie het belangrijk dat het voorstel breed wordt gedragen door een groot aantal maatschappelijke organisaties.

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de invoering van een bromfietsrijbewijs. De leden van de VVD-fractie hechten grote waarde aan het verbeteren van de veiligheidssituatie op de Nederlandse wegen. Met name de gebruikers van bromfietsen zijn helaas relatief vaak betrokken bij ongevallen. De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat de invoering van een bromfietsrijbewijs naast invoering van een kentekenregistratiesysteem voor bromfietsen een bijdrage kan leveren aan het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers. Wel hebben deze leden nog een aantal vragen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met belangstelling kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij geven aan altijd zeer ingenomen te zijn met voorstellen die bijdragen aan verhoging van de verkeersveiligheid en waarderen het voorstel voor de invoering van het bromfietsrijbewijs dan ook. Over de kern van het voorstel, namelijk de invoering van een bromfietsrijbewijs, is wat hen betreft geen discussie meer nodig. Er wordt al langere tijd gesproken over de invoering van het bromfietsrijbewijs en deze leden zijn blij dat het voorstel nu ook echt besproken kan worden. De leden van de ChristenUnie-fractie hebben echter nog wel wat vragen bij de wijze waarop het rijbewijs wordt ingevoerd, de handhaving en de gevolgen van dit voorstel voor het brommobiel.

De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel waarmee wordt beoogd het bromfietsrijbewijs te introduceren. Deze maatregel zou de verkeersveiligheid in positieve zin moeten dienen. Deze leden waarderen het daarnaast positief dat het hierdoor mede mogelijk wordt gemaakt dat bepaalde justitiële bevoegdheden, die zijn gekoppeld aan het rijbewijs, ook ten aanzien van bromfietsers benut kunnen worden.

2. Achtergronden

De leden van de CDA-fractie kunnen de regering volgen wanneer zij voor de categorie AM nog geen geschiktheidseisen invoert. Is echter overwogen rijbewijshouders die om medische redenen zijn afgekeurd voor de categorie B, maar die nog wel een brommobiel mogen besturen onder categorie AM, een aangepast theoretisch examen af te nemen, nu de (verkeers)regels voor deze categorie nogal afwijken van de categorie B en aannemelijk is dat deze leeftijdsgroep in het recente verleden geen verkeersdeelnemer was als bromfietser?

De argumentatie dat deze groep in hoofdzaak in een dermate goede gezondheid verkeert dat de geschiktheid niet in het geding is, is een plausibele en bovendien is de snelheid van de gemotoriseerde voertuigen waar het hier om gaat veel beperkter dan overige gemotoriseerd verkeer.

De regering verwijst een aantal keren in de Memorie van Toelichting naar ervaringen met het bromfietsrijbewijs in de ons omringende landen. Kan de regering aangeven welke leeftijdsgrenzen er gelden voor het behalen van het bromfietsrijbewijs in deze landen, zo willen de leden van de CDA-fractie weten.

De regering handhaaft de minimumleeftijd voor het behalen van het bromfietsrijbewijs op 16 jaar, zo constateren de leden van de CDA-fractie. Echter voor de categorie B staat de regering binnenkort toe dat al op 17-jarige leeftijd onder begeleiding rijervaring kan worden opgedaan. Wil de regering overwegen ook aankomende bromfietsers in het kader van permanente verkeerseducatie al enkel maanden vóór het bereiken van de leeftijd van 16 jaar theoretische en praktische ervaring op te laten doen? Welke eisen zouden daaraan gesteld moeten worden die het doel – verkeersveiligheid en verkeerseducatie – kunnen bevorderen?

De overgangsbepalingen voor het bromfietscertificaat gelden voor drie jaar, zo merken deze leden op. Deze termijn is gekozen, omdat in de praktijk blijkt dat houders van een bromfietscertificaat voor 80% binnen vijf jaar een rijbewijs in een andere categorie halen, meestal categorie B. Valt te overwegen om de overgangstermijn op vijf jaar te stellen?

Nu het nieuwe rijbewijs op creditcardmodel andere eisen stelt aan de identiteitsvaststelling dan het huidige rijbewijs en bij de omwisseling van het huidige bromfietscertificaat in een bromfietsrijbewijs direct wordt overgegaan op het nieuwe rijbewijs, vragen de leden van de CDA-fractie of dat nog specifieke problemen kan opleveren bij de verstrekking. Kan het zijn dat een derde een bromfietscertificaat gebruikt om een rijbewijs op zijn naam gesteld te krijgen?

De minister wil graag het theoriegedeelte van het bromfietsrijbewijs tegelijkertijd invoeren met de introductie van het nieuwe rijbewijs, zo stellen de leden van de PvdA-fractie vast. De Raad van State ziet liever het bromfietsrijbewijs ingevoerd worden als zowel het theorie-examen als het praktijkexamen kan worden afgenomen. Deze leden nemen de kritiek van de Raad van State serieus.

Deze leden zijn ook benieuwd naar de stand van zaken voor wat betreft de invoering van het nieuwe rijbewijs in creditcardformaat. Zij willen daarbij weten of de geplande invoering van 1 oktober 2006 wordt gehaald. Zij vragen de regering een nadere verklaring voor de gang van zaken en willen een duidelijke onderbouwing waarom het rijbewijs in twee fasen wordt ingevoerd.

De leden van de PvdA-fractie vragen zich voorts af wat er gebeurt als de overgangstermijn van drie jaar – van certificaat naar bromfietsrijbewijs – is verstreken. Stel dat iemand dat vergeet, moet dan na het verloop van drie jaar zowel het theorie- als het praktijkexamen worden behaald alvorens het bromfietscertificaat ingewisseld kan worden voor een bromfietsrijbewijs? Deze leden realiseren zich dat het aantal mensen dat dit kan overkomen vrij klein is, maar willen op dit punt toch graag een reactie van de regering.

Daarnaast zijn de leden van de PvdA-fractie geïnteresseerd hoe het nieuwe AM-rijbewijs in het kader van Europese regelgeving moet worden gezien. Welk document moet een buitenlander overleggen als hij in Nederland een bromfiets wil huren?

De leden van de PvdA-fractie willen graag weten hoe daadwerkelijk kan worden bereikt dat het praktijkgedeelte van het bromfietsrijbewijs een volwaardig karakter krijgt, waarbij het nadrukkelijk ook gaat om gevaarherkenning, risicoperceptie, risico-acceptatie, voertuigbeheersing, voertuigbediening, remtechniek, remafstanden, bochtentechniek en dergelijke. De leden stellen deze vraag, omdat de wetswijziging over het karakter hiervan vooralsnog in alle talen zwijgt. Zij zijn bezorgd over de uiteindelijke «lichtheid» van de praktijkcomponent. De leden willen weten of de rijtaak van bromfietsers niet steeds meer gaat lijken op die van motorrijders, waaraan terecht steeds striktere eisen worden gesteld in termen van opleiding en examen?

De leden van de PvdA-fractie zijn ook benieuwd wat er geleerd kan worden van buitenlandse ervaringen en effecten met de praktijkelementen in opleiding en examen van brom- en snorfietsers, zoals in België, Denemarken, Duitsland en Frankrijk het geval is. Deze leden vragen zich af of het in ons land achterwege laten van bepaalde geschiktheideisen voor brom- en snorfietsers juist geen extra nadeel voor de verkeersveiligheid oplevert?

De leden van de PvdA-fractie vragen in het kader hiervan extra aandacht voor de doelgroep van de brommobielen: ouderen en gehandicapten. Zij vragen zich af of in de opleiding en in het nieuwe praktijkexamen van het nieuwe bromfietsrijbewijs wel voldoende onderscheid kan worden gemaakt tussen alle «brommerachtigen» (snorfietsen en -scooters, bromfietsen- en scooters op twee of meer wielen, brommobielen)?

De derde ontwerprichtlijn biedt niet de mogelijkheid bij het theorie-examen onderscheid te maken tussen de verschillende soorten bromfietsen. Wel is het mogelijk om naast een praktijkexamen voor tweewielige bromfietsen voor brommobielen het praktijkexamen een andere inhoud te geven. De leden van de PvdA-fractie denken hierbij aan zogenaamde «trainingen». Geldt dat ook voor het theorie-examen? Daarnaast zijn de leden van de PvdA-fractie benieuwd of het mogelijk is om de leeftijdsontheffing, zoals we die nu kennen voor brommobielen, intact te laten?

Op 7 oktober 2004 heeft de Europese Raad van Transportministers een gemeenschappelijk standpunt bereikt over de derde rijbewijsrichtlijn, zo stellen de leden van de VVD-fractie vast. In de huidige versie van de ontwerp-richtlijn wordt onder meer voorzien in invoering van een eigen categorie voor de bromfiets op het rijbewijs (categorie AM). Onder bromfietsen worden voor de toepassing van de richtlijn zowel de tweewielige bromfietsen verstaan als de brommobielen. Tevens wordt voorzien in een verplicht theorie-examen als eis voor afgifte van het rijbewijs voor de categorie AM. De ontwerp-richtlijn biedt niet de mogelijkheid om bij dit theorie-examen onderscheid te maken tussen de verschillende soorten bromfietsen (derhalve tussen de bromfietsen op twee of op drie of op vier wielen). Het staat de lidstaten wel vrij het theorie-examen uit te breiden met een praktijkdeel om geschiktheidseisen op te leggen. De leden van de VVD-fractie verzoeken om nadere onderbouwing waarom gekozen wordt voor een verplicht praktijkexamen. Hoewel in de ons omringende landen reeds een praktijkexamen bestaat, zijn de effecten daarvan op de verkeersveiligheid onbekend. Wordt door de invoering van een praktijkexamen en de daarvoor benodigde opleiding de drempel om op een bromfiets ervaring op de te doen in het verkeer niet onnodig groot?

De regering wil geen gebruik maken van de facultatieve mogelijkheid om geschiktheidseisen op te leggen, zoals in de Regeling eisen geschiktheid 2000. Per jaar worden 5000 personen van de gekeurde personen van 70 jaar en ouder afgekeurd. Daarnaast zijn ongeschikt alle personen met instabiele angina pectoris of bijvoorbeeld personen met alle vormen van diabetes mellitus met plotselinge bewustzijnsdaling of bewustzijnsverlies door hypoglycemie. De regering acht het vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid niet bezwaarlijk dat deze groep nog wel op een bromfiets of in een brommobiel aan het verkeer deelneemt. Is de regering het met de leden van de VVD-fractie eens dat een brommobiel met een snelheid van 40 kilometer per uur bij een aanrijding met een voetganger ernstig letsel kan veroorzaken? Geldt de argumentatie dat de meeste ouderen zich bewust zijn van hun beperkingen en daarom hun verkeersdeelname beperken tot voor hen veilige momenten en routes niet evenzeer voor het besturen van een auto?

De regering geeft aan geen reden te hebben dat ongevallen met brommobielen het gevolg zijn van het niet voldoen aan geschiktheidseisen. De leden van de VVD-fractie verzoeken de regering aan te geven op welke feiten deze veronderstelling gebaseerd is. Heeft de regering hier advies over gevraagd?

3. Opzet van de nieuwe regelgeving

De minister stelt voor de invoering in twee fasen te laten verlopen, dit mede in verband met het project Nieuw Rijbewijs Document ( Het project NRD). Op het nieuwe rijbewijs staat de categorie AM al vermeld. Hierdoor is het niet mogelijk om op korte termijn eisen te stellen aan de exameneisen voor het bromfietsrijbewijs. Dat gebeurt in de tweede fase. Kan de regering aangeven of de invoering van het NRD volgens planning verloopt? Zo niet, worden dan specifieke overgangsmaatregelen getroffen of loopt de invoering van het bromfietsrijbewijs dan eveneens vertraging op?

Vooral de invoering in fases roept bij de leden van de fractie van de ChristenUnie vragen op. Aan de ene kant heeft het de voorkeur zo snel mogelijk het bromfietsrijbewijs in te voeren, omdat daarmee een begin kan worden gemaakt met een betere handhaving van bijvoorbeeld de alcohollimiet en verhoging van de verkeersveiligheid. Aan de andere kant betekent nu invoeren slechts een halve maatregel, omdat het bijbehorende praktijkexamen nog niet gereed is. Dat is een behoorlijke beperking. Is de regering het met deze leden eens dat dit de effectiviteit van de invoering van het bromfietsrijbewijs beperkt en onduidelijkheid creëert bij burgers? Deze leden horen dan ook graag een uitgebreidere motivatie waarom, ondanks het advies van de Raad van State, toch wordt gekozen voor de gefaseerde invoering. Hoe ziet de regering in dit verband de invoering van het bromfietsrijbewijs als stok achter de deur om zo snel mogelijk ook het praktijkexamen gereed te hebben? Door de gefaseerde invoering is de druk immers weg om zo snel mogelijk het praktijkexamen in te voeren? En hoe beoordeelt de regering de rechtsongelijkheid die ontstaat door de gefaseerde invoering van het bromfietsrijbewijs, omdat er al vrij snel na de invoering van het bromfietsrijbewijs andere eisen gaan gelden door de komst van het praktijkexamen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie is er voorts veel aan gelegen de mobiliteit van ouderen zoveel mogelijk te waarborgen. Deze leden waarderen de zorg van de minister betreffende de mobiliteit van ouderen, zoals blijkt uit de Memorie van Toelichting en kunnen instemmen met de afweging van de minister om geen geschiktheidseisen op te leggen. Het zijn immers voornamelijk ouderen die hierdoor afgekeurd zullen worden, terwijl juist ouderen zich door gebruik van de brommobiel nog goed kunnen redden. Toch stelt bijvoorbeeld de Vereniging Brommobiel Importeurs (VBI) vraagtekens bij de doorwerking van dit voorstel op de mobiliteit van ouderen. Zo zouden ouderen examenvrees hebben en spelen de hoge leeftijd en het sociaal isolement een belemmerende rol in het verkrijgen van het brommerrijbewijs. Nu kunnen ouderen nog vrijgesteld worden van het doen van examen op grond van de «1 juni 1980 ontheffing», waardoor burgers geboren voor 1 juni 1980 vrijgesteld worden van het doen van examen, maar jongeren wel aan alle verplichtingen dienen te voldoen. Heeft de regering er zicht op hoe het onderhavige voorstel zal doorwerken op de mobiliteit van ouderen en is zij ook bereid te onderzoeken hoe de mobiliteit van ouderen behouden kan blijven ondanks de eis een bromfietsrijbewijs te halen? Is het de bedoeling om het praktijkexamen voor brommobielen in te vullen met een verplichte training voor een veilig gebruik van de brommobiel (pag. 11 MvT), en op deze wijze vorm te geven aan de mogelijkheid voor een gedifferentieerde aanpak van het praktijkexamen?

De leden van de SGP-fractie merken op, dat ieder jaar duizenden bromfietscertificaten worden uitgereikt aan mensen die geboren zijn vóór juni 1980, zonder enige vorm van examen. Door deze bestaande vrijstelling kunnen vooral senioren een bromfiets besturen en blijven zij enigszins mobiel. De leden van de SGP-fractie dringen erop aan, dat deze groep niet de dupe wordt van maatregelen die bij uitstek gericht zijn op de jeugdige «risicogroepen» die een bromfiets bezitten. Is de regering bereid om de bestaande vrijstelling voor oudere bromfietsers te handhaven, zodat hun mobiliteit niet wordt aangetast?

4. Handhaving

De leden van de PvdA-fractie vragen zich af of de maximumsnelheid voor bromfietsen is gebaseerd op de maximum gemeten snelheid tijdens het rijden van het voertuig of op het testen op de zogenaamde rollerbank.

Ook vragen de leden van de PvdA-fractie zich af waarom het in Nederland nog steeds mogelijk is om legale opvoersetjes te verkopen. Welke rol kan de regering spelen om het opvoeren van brom- en snorfietsen beter uit te bannen in afwachting van mogelijk scherpere anti-opvoermaatregelen in Europees verband?

De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over het feit dat door het niet stellen van geschiktheidseisen het rijbewijs AM niet ongeldig kan worden verklaard in geval van alcoholafhankelijkheid juist omdat het alcoholgebruik onder jongeren relatief hoog ligt zoals de regering erkent. Kan worden aangegeven om hoeveel gevallen per jaar dit zou kunnen gaan?

De regering heeft ervoor gekozen om het regime van beginnende bestuurders al te laten aanvangen op het moment van het behalen van het rijbewijs AM. De leden van de VVD-fractie vragen zich af of dit niet zal gaan inhouden dat jongeren calculerend gedrag gaan vertonen en er de voorkeur aan geven een boete te krijgen voor het rijden zonder rijbewijs dan hun rijbewijs te verliezen door het puntensysteem. Heeft de minister hier onderzoek naar laten doen? In hoeveel gevallen per jaar wordt nu reeds bekeurd voor het rijden zonder bromfietscertificaat?

De invoering van het bromfietsrijbewijs is een belangrijk onderdeel in het terugdringen van jonge verkeersslachtoffers en het verhogen van de verkeersveiligheid. Gezien de cijfers draagt alleen de invoering van het rijbewijs niet bij aan een echt forse daling van het aantal slachtoffers. De leden van de ChristenUnie-fractie zijn echter van mening dat de invoering van het bromfietsrijbewijs vooral in combinatie met handhaving van de maximumsnelheid en de alcohollimiet op een belangrijke wijze bij kan dragen aan het verhogen van de veiligheid en daarmee het terugdringen van het aantal slachtoffers. De combinatie van maatregelen, zoals invoering van de kentekening, verlaging van de alcohollimiet voor beginnende bestuurders én het bromfietsrijbewijs, geven handvaten om fors in te zetten op de handhaving. Kan de regering aangeven of en op wat voor wijze zij hieraan vorm gaat geven?

In aanvulling daarop vragen deze leden of de mogelijkheid om het rijbewijs in te vorderen wanneer de maximumsnelheid met 30 kilometer per uur of meer is overschreden niet te beperkt is? Zou het niet beter zijn dit terug te brengen tot bijvoorbeeld een maximumoverschrijding van 15 kilometer per uur, gezien de lagere toegestane snelheid van bromfietsen en de relatief makkelijke opvoerbaarheid?

De leden van de fractie van de ChristenUnie willen waardering uitspreken voor de aandacht die de regering schenkt aan de toegestane alcoholpercentages bij beginnende bestuurders. Het zal bekend zijn dat deze leden liever een algehele invoering van de verlaagde limiet zien, maar dat is een gepasseerd station.

5. Administratieve lasten

In de praktijk blijkt dat er bij het aanvragen van een bromfietskentekenbewijs ook een adreslegitimatie nodig is, zo constateren de leden van de PvdA-fractie. Hierdoor hebben jeugdige rijders een uittreksel uit het gemeenteregister nodig. Dit betekent extra kosten en tijd voor de jeugdige rijders waar eerder geen rekening mee was gehouden. Deze leden zijn benieuwd of in het voorgespiegelde kostenoverzicht van een bromfietsrijbewijs ook een uittreksel uit het gemeenteregister is berekend. Welke andere kosten komen daar eventueel nog bij? Overigens is dit uittreksel niet nodig als iemand al een gewoon rijbewijs heeft. Dit in tegenstelling tot wat vermeld wordt in de voorlichtingsfolder van de RDW. De leden van de PvdA-fractie willen voorts graag weten wat de kosten zullen zijn van een opleiding om een theorie- en praktijk examen af te leggen.

De leden van de ChristenUnie-fractie wijzen op de kosten van het rijbewijs. Zij willen vooral voor jongeren de kosten beperkt houden. Het rijbewijs zelf zal niet veel duurder zijn, maar door de invoering van een theorie- én praktijkexamen zullen de totale kosten wel oplopen. Is de regering bereid hier aandacht aan te schenken en te overwegen maatregelen te treffen om de kosten beperkt houden?

6. Voorlichting

De leden van de CDA-fractie stellen het op prijs geïnformeerd te worden over de mogelijkheid om de voorlichtingscampagne die in dit wetsvoorstel wordt voorgesteld te combineren met de beoogde voorlichtingscampagne voor het nieuwe rijbewijs. Zou dat mogelijk publiciteitswinst en efficiencywinst op kunnen leveren?

De leden van de PvdA-fractie willen ook weten welke inspanningen er nodig zijn om in het kader van de permanente verkeerseducatie een relatie te krijgen tussen het nieuwe bromfietsrijbewijs en de verkeerseducatie in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Deze leden vragen zich in dit licht af hoe de minister denkt over bijvoorbeeld een terugkomsessie voor jonge brom- en snorfietsers enige tijd na het AM-examen?

De leden van de ChristenUnie-fractie willen wijzen op de mogelijke onduidelijkheid die kan ontstaan door de invoer van een 7-jarige termijn voor beginnende bestuurders van wie het eerste rijbewijs een AM-rijbewijs is. Is hiermee rekening gehouden als het gaat om de inrichting van de voorlichtingscampagne? Kan de regering ook toezeggen in haar voorlichtingscampagne veel aandacht te schenken aan de gevolgen van alcoholgebruik in het verkeer door jongeren?

De voorzitter van de commissie,

Atsma

De adjunct-griffier van de commissie,

Kool


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Duivesteijn (PvdA), Dijksma (PvdA), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Atsma (CDA), voorzitter, Van Gent (GL), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Depla (PvdA), Van As (LPF), Mastwijk (CDA), Duyvendak (GL), Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van Lith (CDA), Van der Ham (D66), Haverkamp (CDA), Boelhouwer (PvdA), De Krom (VVD), Verdaas (PvdA), Hermans (LPF), Dezentjé Hamming (VVD), Van Hijum (CDA), Roefs (PvdA), Van der Sande (VVD), Lenards (VVD), Knops (CDA).

Plv. leden: Heemskerk (PvdA), Samsom (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Hessels (CDA), Vos (GL), Smeets (PvdA), Vacature (algemeen), Slob (CU), Waalkens (PvdA), Herben (LPF), Van Winsen (CDA), Halsema (GL), Jager (CDA), Vergeer (SP), Van Haersma Buma (CDA), Bakker (D66), De Pater-van der Meer (CDA), Van Dam (PvdA), Van Beek (VVD), Dubbelboer (PvdA), Van den Brink (LPF), Luchtenveld (VVD), Buijs (CDA), Van Dijken (PvdA), Szabó (VVD), Aptroot (VVD), Ten Hoopen (CDA).

Naar boven