30 476
Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en enkele verwante wetten op een aantal punten van uiteenlopende aard

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wegenverkeerswet 1994 en enkele verwante wetten op een aantal punten van uiteenlopende aard te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wegenverkeerswet 1994 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel h komt te luiden:

h. kentekenbewijs: kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36 dan wel een kentekenbewijs, afgegeven ter zake van de opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 37, derde lid;.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel r door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

s. goedkeuring van een productieproces: ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, verleende goedkeuring van een productieproces van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken of voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vervanging van de punt aan het slot van het derde lid, onderdeel b, door een puntkomma wordt aan dat lid een onderdeel toegevoegd, luidende:

c. de regeling van positie, inrichting en werkwijze, alsmede het uitoefenen van toezicht op zelfstandige bestuursorganen die taken verrichten op het terrein van deze wet.

2. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

4. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, op het terrein van de typegoedkeuring van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, in verband met de toelating tot het verkeer op de weg of het gebruik buiten de weg.

C

Artikel 4b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na onderdeel a wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

a1. het ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, verlenen van typegoedkeuringen voor voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers,.

2. Onderdeel n komt te luiden:

n. het met inachtneming van het bepaalde in artikel 4q vaststellen van de tarieven, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, 22a, eerste lid, 23, tweede lid, 26, eerste lid, 29, tweede lid, 37, vierde lid, 44, eerste lid, 48, eerste lid, 55, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, eerste lid, 70, tweede lid, 70d, eerste lid, 70e, tweede lid, 75, eerste lid, 80, eerste lid, 84, eerste lid, 86, vijfde lid, 90, vierde lid, 91, vierde lid, 99, eerste lid, 101, eerste lid, 102, tweede lid, 106, eerste lid, artikel 111, vijfde lid, 128, eerste lid, en 144, eerste lid, en 149a, vierde lid, alsmede het vaststellen van de wijze van betaling van deze tarieven.

D

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «aangewezen personen» vervangen door: aangewezen categorieën van personen.

2. Het derde lid komt te luiden:

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het eerste lid, alsmede met betrekking tot:

a. de opleiding en examinering van verkeersregelaars en de afgifte, of weigering daarvan, en geldigheidsduur van examencertificaten en herhalingscertificaten;

b. de erkenning, of de weigering daarvan, door Onze Minister van examencertificaten of herhalingscertificaten, de voorschriften die aan die erkenning kunnen worden verbonden en de intrekking van die erkenning;

c. de opleiding van verkeersbrigadiers;

d. de aanstelling, de verlenging van de aanstelling van verkeersregelaars als mede de intrekking van die aanstelling, alsmede de aanstelling van verkeersbrigadiers;

e. de uitrusting, de verzekering, de wijze en plaats van taakuitoefening, en het toezicht op verkeersregelaars en verkeersbrigadiers.

E

De titel van hoofdstuk III «Toelating tot de weg» komt te luiden:

HOOFDSTUK III. TOELATING TOT DE WEG, GOEDKEURING PRODUCTIEPROCESSEN EN GOEDKEURING GEBRUIK BUITEN DE WEG

F

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt na «De goedkeuring» ingevoegd: , bedoeld in het eerste lid,.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. Bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen productieprocessen van bepaalde categorieën van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers dienen te zijn goedgekeurd alvorens de producten voortkomend uit die productieprocessen worden toegelaten tot het verkeer op de weg.

G

De titel van § 2 van hoofdstuk III komt te luiden:

§ 2. Typegoedkeuring en goedkeuring productieprocessen van voertuigen en voertuigonderdelen

H

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De zinsnede «bij algemene maatregel van bestuur» wordt vervangen door: bij regeling van Onze Minister.

b. De tweede en derde volzin worden vervangen door: Deze eisen kunnen betrekking hebben op de technische staat, de specificaties, de prestaties of de uitrusting van het voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of de voorziening ter bescherming van de weggebruiker of passagier.

2. Het tweede lid komt te luiden:

2. Met een typegoedkeuring wordt gelijkgesteld een typegoedkeuring:

a. die is verleend door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en is verleend overeenkomstig de op het betrokken voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier betrekking hebbende, in het kader van de Europese Unie tot stand gekomen voorschriften;

b. die is verleend door het daartoe bevoegde gezag in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige technische voorschriften die van toepassing zijn op voertuigen op wielen, uitrustingsstukken en onderdelen die in een voertuig op wielen kunnen worden gemonteerd of gebruikt en is verleend overeenkomstig de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van overeenkomstig deze voorschriften verleende goedkeuringen;

c. als bedoeld in artikel 22a, eerste lid.

I

Na artikel 22 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 22a

1. Ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, verleent de Dienst Wegverkeer op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, een typegoedkeuring indien het voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of de voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier, waarvoor de goedkeuring wordt gevraagd, bij een door de dienst verrichte keuring heeft voldaan aan de eisen van het bij regeling van Onze Minister bekendgemaakte besluit.

2. De artikelen 22, derde lid, 23, 24 en 25 zijn van overeenkomstige toepassing.

J

Artikel 24 komt te luiden:

Artikel 24

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wanneer een typegoedkeuring vervalt.

K

In artikel 25, tweede lid, onderdeel a, vervalt de zinsnede «voor toelating tot het verkeer op de weg».

L

Na hoofdstuk III, § 2, wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 2a. Goedkeuring productieprocessen

Artikel 25a

1. Een goedkeuring van een productieproces wordt op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief door deze dienst verleend indien het productieproces van het voertuig, het voertuigonderdeel, het uitrustingsstuk of de voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier, waarvoor de goedkeuring wordt gevraagd, bij een door de dienst verrichte keuring heeft voldaan aan de bij regeling van Onze Minister vastgestelde eisen met betrekking tot de toelating tot het verkeer op de weg. Deze eisen kunnen betrekking hebben op het proces volgens hetwelk de aanvrager zijn werkzaamheden met betrekking tot de productie van het voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of de voorziening ter bescherming van de weggebruiker of passagier verricht.

2. Met een goedkeuring van een productieproces wordt gelijkgesteld een goedkeuring van productieprocessen van voertuigen en voertuigonderdelen:

a. die is verleend door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en is verleend overeenkomstig de op het betrokken voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier betrekking hebbende, in het kader van de Europese Unie tot stand gekomen voorschriften;

b. die is verleend door het daartoe bevoegde gezag in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige technische voorschriften die van toepassing zijn op voertuigen op wielen, uitrustingsstukken en onderdelen die in een voertuig op wielen kunnen worden gemonteerd of gebruikt en is verleend overeenkomstig de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van overeenkomstig deze voorschriften verleende goedkeuringen.

3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld betreffende de organisatie van de aanvrager, het door de aanvrager voor de keuring ter beschikking stellen van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, het door de aanvrager overleggen van bescheiden en verstrekken van inlichtingen ter zake van de keuring alsmede betreffende de wijze waarop de keuring van een productieproces wordt verricht.

4. Onze Minister kan bepalen dat op nader aangeduide soorten voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, die zijn vervaardigd overeenkomstig het goedgekeurde productieproces, overeenkomstig door hem vastgestelde regels een door hem vastgesteld keurmerk of een door hem bekendgemaakte aanduiding moet zijn vermeld dan wel door hem aangewezen gegevens moeten zijn vermeld.

Artikel 25b

1. De Dienst Wegverkeer houdt toezicht op het productieproces van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers waarvoor de goedkeuring is verleend. Tot dit toezicht kan behoren het steekproefsgewijs of periodiek controleren van de organisatie van degene aan wie de goedkeuring is verleend alsmede van het productieproces. Degene aan wie de goedkeuring is verleend, is gehouden aan voor het houden van het toezicht noodzakelijke werkzaamheden medewerking te verlenen.

2. Degene aan wie een goedkeuring is verleend, is gehouden tot betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief.

3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld betreffende de wijze waarop het toezicht wordt gehouden en de verplichting tot medewerking daaraan van degene aan wie een goedkeuring is verleend.

Artikel 25c

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wanneer een goedkeuring van een productieproces vervalt.

Artikel 25d

1. De Dienst Wegverkeer trekt een goedkeuring van een productieproces in, indien degene aan wie de goedkeuring is verleend, daarom verzoekt.

2. De Dienst Wegverkeer kan een goedkeuring van een productieproces intrekken, indien:

a. degene aan wie de goedkeuring is verleend een voertuig, voertuigonderdeel, uitrustingsstuk of voorziening ter bescherming van een weggebruiker of passagier doet of laat doorgaan die niet overeenkomstig het goedgekeurde productieproces zijn vervaardigd,

b. degene aan wie de goedkeuring is verleend, de verplichting, vervat in artikel 22c, tweede lid, niet nakomt,

c. degene aan wie de goedkeuring is verleend, handelt in strijd met een of meer andere uit de goedkeuring voortvloeiende verplichtingen, of

d. blijkt dat de goedkeuring ten onrechte is verleend.

M

Artikel 26, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «bij algemene maatregel van bestuur» wordt vervangen door: bij regeling van Onze Minister.

2. De tweede en derde volzin vervallen.

N

In artikel 28, tweede lid, vervalt de zinsnede «voor toelating tot het verkeer op de weg».

O

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «artikel 22» ingevoegd: , 22b.

2. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

2. Ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, worden de in het eerste lid bedoelde regels vastgesteld bij regeling van Onze Minister.

3. In het nieuwe derde lid wordt «eerste lid» vervangen door: eerste en tweede lid.

P

In artikel 35 vervalt de zinsnede «tot het verkeer op de weg».

Q

Na artikel 35 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 6. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk op de goedkeuring voor het gebruik buiten de weg

Artikel 35a

In de ingevolge de artikelen 21, eerste en derde lid, 22, eerste lid, 25a, eerste lid, 26, eerste lid, en 34, eerste lid, vastgestelde regels kan ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, worden bepaald dat zij mede betrekking hebben op de goedkeuring van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers voor gebruik buiten de weg.

R

Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, wordt «landbouwtrekkers» vervangen door: landbouw- of bosbouwtrekkers.

2. Het derde lid komt te luiden:

3. Voor motorrijtuigen en aanhangwagens, die behoren tot de bedrijfsvoorraad van een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend of die voor herstel of bewerking ter beschikking zijn gesteld van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, geldt het vereiste dat een kenteken voor een bepaald voertuig dient te zijn opgegeven niet, mits overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels gebruik wordt gemaakt van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen, door de Dienst Wegverkeer aan die natuurlijke persoon of rechtspersoon dan wel aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend en die het voertuig ten behoeve van eerstbedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon ten verkoop voorhanden heeft, opgegeven kenteken. De Dienst Wegverkeer kan aan deze opgaven voorschriften verbinden. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen het gebruik van een zodanig kenteken verplicht is.

S

Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «met het oogmerk dat teken te doen doorgaan voor een zodanig kenteken» vervangen door: met het oogmerk dat teken te doen doorgaan voor een zodanig kenteken dan wel met de kennelijke bedoeling dat teken te doen doorgaan voor een overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften opgegeven buitenlands kenteken dan wel een met toepassing van artikel 37, derde lid, opgegeven kenteken.

2. In het eerste lid, onderdeel d, wordt «door kan gaan voor een zodanig kenteken» vervangen door: door kan gaan voor een zodanig kenteken dan wel voor een overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften opgegeven buitenlands kenteken of een met toepassing van artikel 37, derde lid, opgegeven kenteken.

3. Aan het eerste lid worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

e. op een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig of een in het buitenland geregistreerde aanhangwagen een teken, niet zijnde een aldaar voor dat voertuig of aan de eigenaar of houder daarvan opgegeven kenteken, aan te brengen of te doen aanbrengen met het oogmerk dat teken te doen doorgaan voor een zodanig kenteken;

f. een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig op de weg te laten staan of daarmee over de weg te rijden dan wel een in het buitenland geregistreerde aanhangwagen op de weg te laten staan of met een motorrijtuig over de weg voort te bewegen, wanneer op dat motorrijtuig of die aanhangwagen een teken is aangebracht dat, niet zijnde een in het buitenland voor dat voertuig of aan de eigenaar of houder daarvan opgegeven kenteken, door kan gaan voor een zodanig kenteken.

4. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt «onderdelen b en d» vervangen door: onderdelen b, d en f.

b. In de onderdelen a en b wordt «onderdeel d» telkens vervangen door: onderdeel d of f.

T

In artikel 42, derde lid, onderdeel b, wordt na «Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen» ingevoegd: , de Wet bereikbaarheid en mobiliteit.

U

Artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, komt de tweede volzin te luiden: Daartoe legt de aanvrager een bij ministeriële regeling aan te wijzen document over. Bij deze regeling kan worden afgeweken van de Wet op de identificatieplicht.

2. Aan het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij deze regels kan worden afgeweken van de Wet op de identificatieplicht.

V

In artikel 50, eerste lid, onderdeel b, vervalt de zin «Indien bij de aanvraag, bedoeld onder a, gebruik wordt gemaakt van een document als bedoeld in artikel 2 van de Paspoortwet, dient bij de aanvraag tevens een de aanvrager betreffend gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens te worden overgelegd dat niet langer dan drie maanden voor het tijdstip van de aanvraag is verstrekt.».

W

Artikel 55, eerste lid, komt te luiden:

1. Op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, geeft deze dienst overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels vervangende bewijzen af voor:

a. kentekenbewijzen of delen daarvan, die versleten, geheel of ten dele onleesbaar, verloren geraakt of teniet gegaan zijn;

b. kentekenbewijzen in geval van vermissing van de bijbehorende kentekenplaten.

X

Aan artikel 59 wordt, onder plaatsing van de aanduiding «1» voor de tekst, een lid toegevoegd, luidende:

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld omtrent het herleven van een vervallen tenaamstelling in het kentekenregister.

Y

Artikel 71 wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur» wordt vervangen door: Bij regeling van Onze Minister.

2. De laatste volzin vervalt.

Z

In artikel 75, eerste lid, onder a, wordt «voor zover deze eisen niet ingevolge het tweede lid buiten toepassing blijven» vervangen door: voorzover bij deze eisen niet anders is bepaald, dan wel deze eisen niet ingevolge het tweede lid buiten toepassing blijven.

Aa

Artikel 81, eerste lid, komt te luiden:

1. Een keuringsbewijs is geldig voor de duur van een jaar. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welk tijdstip een keuringsbewijs geldigheid verkrijgt en kan tevens voor bepaalde categorieën voertuigen een langere geldigheidsduur worden vastgesteld.

Ab

Artikel 85a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

3. De bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen wordt verleend indien de natuurlijke persoon beschikt over een examencertificaat van een door Onze Minister aangewezen exameninstantie en overigens voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. Daarbij kan aan de Dienst Wegverkeer de bevoegdheid worden verleend voorwaarden vast te stellen ten aanzien van het voldoen aan deze eisen.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

6. Het tarief voor het examen dat de natuurlijke persoon dient af te leggen om het in het derde lid bedoelde certificaat te verkrijgen behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

Ac

In artikel 86 wordt, onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot respectievelijk zesde en zevende lid, een lid ingevoegd, luidende:

5. Met het toezicht op de naleving van de uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen zijn belast de bij besluit van de Dienst Wegverkeer aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Ad

In artikel 87, tweede lid, onderdeel d, wordt «86, vijfde lid» vervangen door: 86, zesde lid.

Ae

In artikel 98 wordt «voor zover zulks bij algemene maatregel van bestuur is bepaald» vervangen door: voorzover zulks bij regeling van Onze Minister is bepaald.

Af

In artikel 108, eerste lid, onderdeel a, wordt «landbouwtrekkers» vervangen door: landbouw- of bosbouwtrekkers.

Ag

In artikel 110, tweede lid, wordt «landbouwtrekkers» vervangen door: landbouw- of bosbouwtrekkers.

Ah

In artikel 146 wordt na «kan» ingevoegd: , met inachtneming van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk,.

Ai

In artikel 147 wordt na «kan» ingevoegd: , met inachtneming van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk,.

Aj

In artikel 149b, derde lid, wordt de zinsnede «met het oog op de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven doeleinden» vervangen door: met het oog op de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven belangen.

Ak

Artikel 158 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de in artikel 159 bedoelde personen en de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen, voor zover bij dat besluit is bepaald. Zij beschikken daartoe over de in artikel 160, vierde lid, genoemde bevoegdheid met betrekking tot het vervoeren van personen.

2. In het derde lid wordt «tweede lid» vervangen door: eerste of tweede lid.

Al

In artikel 176, eerste lid, wordt «41, eerste lid, onderdelen c en d» vervangen door: 41, eerste lid, onderdelen c tot en met f.

Am

Artikel 186 komt te luiden:

Artikel 186

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor een periode van ten hoogste zes jaar ten behoeve van experimenten met:

a. verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg;

b. de eisen ten aanzien van voertuigen waarmee over de weg wordt gereden of voertuigen die op de weg staan;

c. de eisen ten aanzien van rijvaardigheid en rijbevoegdheid.

Daarbij kan worden afgeweken van hoofdstuk II, paragraaf 2, hoofdstuk V, paragraaf 1 en hoofdstuk VI, alsmede van de krachtens die paragrafen of dat hoofdstuk gestelde regels, een en ander met inachtneming van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk.

2. In de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt in elk geval bepaald:

a. van welke van de in het eerste lid bedoelde bepalingen wordt afgeweken;

b. het resultaat dat met een experiment, als bedoeld in het eerste lid, wordt beoogd.

3. Onze Minister zendt uiterlijk zes maanden voor de beëindiging van een experiment, als bedoeld in het eerste lid, een verslag over de doeltreffendheid en de effecten ervan alsmede een standpunt inzake de voortzetting anders dan als experiment, aan de beide kamers der Staten-Generaal.

ARTIKEL II

In artikel 1, onderdeel e, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt «Onze Minister» vervangen door: het CBR.

ARTIKEL III

Artikel I, onderdeel X, van de wet van 18 april 2002 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 met betrekking tot de rijvaardigheid en rijbevoegdheid (Stb. 250), zoals gewijzigd bij de Wet van 9 december 2004 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 met betrekking tot het verlenen van ontheffingen in bepaalde gevallen door de Dienst Wegverkeer en enkele technische wijzigingen (Stb. 2004, 687), wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 117, eerste lid, wordt «de burgemeester van de gemeente waar de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag als ingezetene was ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens» vervangen door: de Dienst Wegverkeer.

B

In artikel 117, derde lid, wordt de punt aan het slot vervangen door: dan wel aan de eisen inzake inrichting en uitvoering, vastgesteld in Bijlage 7 van het op 8 november 1968 te Wenen tot stand gekomen Verdrag inzake het wegverkeer (Trb. 1974, 35).

C

In artikel 117, vierde lid, wordt in de eerste volzin na «de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt» ingevoegd: of, voor zover het betreft motorrijtuigen, al dan niet met aanhangwagen, die zijn ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt.

ARTIKEL IV

De onderdelen Q, R en PP van artikel I van de wet van 18 april 2002 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 met betrekking tot de rijvaardigheid en rijbevoegdheid (Stb. 250) vervallen.

ARTIKEL V

1. Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de bepalingen uit het RVV 1990 die betrekking hebben op verkeersregelaars en verkeersbrigadiers, alsmede de hierop gebaseerde uitvoeringsregelingen, op artikel 12, eerste en derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

2. Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de bepalingen uit het BABW die betrekking hebben op verkeersregelaars en verkeersbrigadiers, alsmede de hierop gebaseerde uitvoeringsregelingen, op artikel 12, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

ARTIKEL VI

Indien het bij koninklijke boodschap van 28 april 2005 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de invoering van een bestuurlijke boete voor overtreding van een aantal voorschriften betreffende het laten stilstaan en parkeren van voertuigen, en voor andere lichte verkeersovertredingen (Wet bestuurlijke boete fout parkeren en andere lichte verkeersovertredingen; Kamerstukken II 2004/05, 30 098) tot wet wordt verheven en in werking treedt voordat deze wet in werking treedt, dan komt artikel I, onderdeel Ak, onder 2, te luiden als volgt:

2. In het vierde lid wordt «tweede lid» vervangen door: eerste of tweede lid.

ARTIKEL VII

Deze wet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

De Minister van Justitie,

Naar boven