30 381 (R 1804)
Wijziging van de Paspoortwet in verband met de dualisering van medebewindsbevoegdheden en de verstrekking van een verklaring van toestemming van de rechter bij de aanvraag van een reisdocument ten behoeve van onder toezicht gestelde minderjarigen jonger dan zestien jaar

nr. 5
VERSLAG

Vastgesteld 24 januari 2006

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

ALGEMEEN

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van dit wetsvoorstel. Zij zijn tevreden dat er nu wettelijk wordt geregeld dat vervangende toestemming kan worden gegeven voor het uitgeven van een reisdocument aan een onder toezicht gestelde minderjarige tot 16 jaar. In het bijzonder artikel 37 waarbij de rechter het reisdocument kan binden aan een bepaalde geldigheidsduur of territoriale geldigheid heeft hun instemming.

De leden van de PvdA-fractie hebben met instemming kennisgenomen van de wijziging van de Paspoortwet in verband met de dualisering van medebewindsbevoegdheden en de verstrekking van een verklaring van toestemming van de rechter bij de aanvraag van een reisdocument ten behoeve van onder toezicht gestelde minderjarigen jonger dan 16 jaar. Zij hebben geen inhoudelijke opmerkingen over deze wetswijziging. Wel hebben deze leden bij de artikelen een opmerking van tekstuele aard.  

ARTIKELEN

Artikel I

E

De leden van de PvdA-fractie missen bij het gewijzigde artikel 48 tweede lid, onderdeel a het woord indien. Zij vragen of het artikel aldus niet als volgt moet luiden: a. Indien de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger niet binnen vier weken...is gedaan;.

Artikel III

De leden van de CDA-fractie vragen of de horizonbepaling van artikel III alleen geldt voor artikel II. Uit de memorie van toelichting blijkt van wel, in de wettekst komt dat minder duidelijk naarvoren.

De voorzitter van de commissie,

Noorman-den Uyl

De griffier van de commissie,

De Gier


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Kalsbeek (PvdA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Voorzitter, Vos (GL), Van Beek (VVD), Ondervoorzitter, Van der Staaij (SGP), Luchtenveld (VVD), Wilders (Groep Wilders), De Pater-van der Meer (CDA), Duyvendak (GL), Spies (CDA), Eerdmans (LPF), Sterk (CDA), Van der Ham (D66), Algra (CDA), Haverkamp (CDA), Van Fessem (CDA), Smilde (CDA), Straub (PvdA), Nawijn (Groep Nawijn), Boelhouwer (PvdA), Dubbelboer (PvdA), Van Schijndel (VVD), Irrgang (SP), Vacature (algemeen), Vacature (algemeen) en Vacature (SP).

Plv. leden: De Vries (PvdA), Dijsselbloem (PvdA), Fierens (PvdA), Halsema (GL), Weekers (VVD), Slob (CU), Hirsi Ali (VVD), Szabó (VVD), Rambocus (CDA), Van Gent (GL), Çörüz (CDA), Van As (LPF), Van Haersma Buma (CDA), Koşer Kaya (D66), Eski (CDA), Knops (CDA), Van Bochove (CDA), Van Hijum (CDA), Hamer (PvdA), Hermans (LPF), Leerdam, MFA (PvdA), Wolfsen (PvdA), Van der Sande (VVD), Kant (SP), Balemans (VVD), Vacature (PvdA) en De Wit (SP).

Naar boven