30 371 Evaluatie Wet afbreking zwangerschap

Nr. 60 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 januari 2026

Op 13 januari 2026 heeft de Vrije Keuze Coalitie (VKC) het manifest «Pakket van de Waarheid» aangeboden aan de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De commissie verzocht mij op 15 januari om op dit manifest te reageren. Dat doe ik met deze brief.

De VKC is een verbond van zorgverleners, burgers en maatschappelijke organisaties dat in hun manifest uitleg geeft over abortus en het onderwerp meer zichtbaar en bespreekbaar wil maken. Het manifest geeft informatie over het juridisch kader, abortuscijfers en perspectieven van Nederlanders over abortus. Het manifest refereert aan verschillende rapporten, zoals de studie Aanvullende Vragen Onbedoelde Zwangerschap (AVOZ)1 en de jaarlijkse rapportage van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

De VKC stelt dat abortuszorg in Nederland van hoge kwaliteit is. Deze stelling onderschrijf ik. Dat vrouwen in Nederland zonder drempels toegang hebben tot abortuszorg is een verworvenheid waar we trots op mogen zijn. Ook uit de laatste evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap blijkt dat abortuszorg goed en toegankelijk is.2 Ik hecht veel waarde aan de hoge kwaliteit en toegankelijkheid van de Nederlandse abortuszorg en zal me hiervoor blijven inspannen.

De VKC uit in het manifest echter ook zorgen over actoren die zich verzetten tegen abortus in Nederland. De VKC doet mede daarom een aantal oproepen in het manifest. Zo roept de VKC op om geen termen te gebruiken die taboe en stigma rond abortus in de hand werken. Daarnaast roept het manifest op om abortus uit het strafrecht te halen.

Ik onderschrijf het belang van het tegengaan van stigma rond abortus. Het voeren van een goed gesprek over anticonceptie, kinderwens en onbedoelde zwangerschap draagt hieraan bij. Dit is een belangrijke taak van zorgverleners en van Rutgers en Fiom, de expertisecentra op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid. Ik heb Rutgers en Fiom gevraagd om de komende jaren meer in te zetten op realistische beeldvorming en destigmatisering.3 Ik steun ook de oproep van VKC om zorgvuldig woorden te kiezen in het gesprek over abortus. Zo zal ik niet spreken over «het plegen van» abortus omdat dat ten onrechte de indruk wekt dat het ondergaan van een zwangerschapsafbreking een misdaad is. Wat betreft de discussie over het juridisch kader rond abortus wijs ik erop dat GroenLinks-PvdA hierover een wetsvoorstel in voorbereiding heeft. Het is te zijner tijd aan de Tweede en Eerste Kamer om dit voorstel te beoordelen. Ik wil hier, mede gezien de demissionaire status van het kabinet, niet op vooruitlopen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen


X Noot
1

Dit is mijn verhaal | Rapport | Rijksoverheid.nl

Het manifest stelt dat de AVOZ-studie ingaat op oorzaak en achtergrond van de stijging van het aantal abortussen. Dat klopt niet. De AVOZ-deelstudie «Dit is mijn verhaal» gaat over de omstandigheden die bijdragen aan de keuze tot het uitdragen dan wel afbreken van een onbedoelde zwangerschap. Deelstudie «Het begint met luisteren» gaat over factoren die bijdragen aan een onbedoelde zwangerschap en ervaringen met zorg en ondersteuning. Beide onderzoeken werden opgezet en geïnitieerd voordat de stijging van het aantal abortussen bekend was.

X Noot
3

Kamerstuk 32 279, nr. 268.


X Noot
1

Dit is mijn verhaal | Rapport | Rijksoverheid.nl

Het manifest stelt dat de AVOZ-studie ingaat op oorzaak en achtergrond van de stijging van het aantal abortussen. Dat klopt niet. De AVOZ-deelstudie «Dit is mijn verhaal» gaat over de omstandigheden die bijdragen aan de keuze tot het uitdragen dan wel afbreken van een onbedoelde zwangerschap. Deelstudie «Het begint met luisteren» gaat over factoren die bijdragen aan een onbedoelde zwangerschap en ervaringen met zorg en ondersteuning. Beide onderzoeken werden opgezet en geïnitieerd voordat de stijging van het aantal abortussen bekend was.

X Noot
3

Kamerstuk 32 279, nr. 268.

Naar boven