30 365
Vaststelling en invoering titel 8.18 (overeenkomst van goederenvervoer over spoorwegen) van het Burgerlijk Wetboek

nr. 5
VERSLAG

Vastgesteld 23 januari 2006

De vaste commissie voor Justitie1 belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen tijdig zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

1. Algemeen

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. Zij constateren dat opnieuw een titel van boek 8 wordt toegevoegd aan het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat brengt deze leden wel tot de vraag of de versnipperde voorbereiding en implementatie van de titels betreffende vervoer niet tot gebrek aan samenhang en transparantie leidt. Die vraag is in de ogen van deze leden mogelijk ook relevant gezien het feit dat de regering er voor heeft gekozen de voorgestelde titel 8.18 nauw aan te laten sluiten bij het Protocol houdende de Uniforme Regelen betreffende de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen (CIM). Zij vragen de regering deze zorg weg te nemen.

Anderzijds onderschrijven de leden van de CDA-fractie het belang van aansluiting bij het CIM. Zo ontstaat er in beginsel één regime (nationaal en internationaal) voor het vervoer van zaken over spoorwegen. De regering geeft in de memorie van toelichting enkele voorbeelden waar de regels van het CIM niet zijn overgenomen. Is deze opsomming uitputtend, zo vragen zij. Zo niet, is de regering bereid een uitputtend overzicht te verstrekken?

De leden van de CDA-fractie zijn tevreden met de verbeteringen ten opzichte van het Algemeen Reglement Vervoer. De daaruit voortvloeiende modernisering heeft in de ogen van de leden zeker een positief effect op de concurrentiepositie van het bedrijfsleven en de bruikbaarheid en toegankelijkheid van de regelgeving.

De leden van de CDA-fractie ondersteunen de keuze van de regering om de toegangsovereenkomst en de regels voor de aansprakelijkheid tussen vervoerder en beheerder niet op te nemen in titel 8.18 maar onderdeel te laten zijn van de Spoorwegwet. Wanneer verwacht de regering een voorstel tot het nader regelen van de aansprakelijkheid in de Spoorwegwet aan de Kamer voor te leggen? Ware het niet wenselijker geweest, dit in samenhang met het onderhavige wetsvoorstel in te dienen of in dit wetsvoorstel te regelen?

Voor wat betreft het personenvervoer over spoorwegen worden slechts enkele noodzakelijke aanpassingen voorgesteld. De leden van de CDA-fractie vragen wel of en hoe dan het gemengd vervoer van personen en goederen is geregeld. Is voor partijen voldoende helder welke regeling dan van toepassing is op de overeenkomst?

Met tevredenheid hebben de leden van de CDA-fractie geconstateerd dat de regering het voorstel van de Raad van State tot het introduceren van een overgangsrecht conform artikel 251 van de Overgangswet nieuw BW heeft gevolgd.

2. Administratieve lasten bedrijfsleven

Met waardering hebben de leden van de CDA-fractie geconstateerd dat het onderhavige wetsvoorstel zal leiden tot een lastenvermindering van 10%. Hoe bevordert de regering het gebruik van het elektronisch verkeer bij vervoer over spoorwegen, zeker waar de overheid zelf bij het informatieverkeer betrokken is.

3. Afstemming met de praktijk

De regering geeft niet aan of en in welke mate de overlegpartners hun steun geven aan de inhoud en strekking van het onderhavige wetsvoorstel. Is zij daartoe alsnog bereid, zo vragen de leden van de CDA-fractie.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

De leden van de CDA-fractie constateren dat in het onderhavige wetsvoorstel wordt gesproken van goederenvervoer «over spoorwegen», terwijl in artikel 8.2.40 BW nog wordt gesproken van «langs spoorstaven». Is de regering bereid binnen het BW een eenduidig begrippenkader tot stand te brengen, zo vragen deze leden.

De voorzitter van de commissie,

De Pater-van der Meer

Adjunct-griffier van de commissie

Beuker


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Van de Camp (CDA), De Vries (PvdA), Van Heemst (PvdA), Vos (GL), Rouvoet (CU), De Wit (SP), Albayrak (PvdA), Luchtenveld (VVD), Wilders (Groep Wilders), Weekers (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Voorzitter, Çörüz (CDA), Verbeet (PvdA), Ondervoorzitter, Wolfsen (PvdA), De Vries (CDA), Van Haersma Buma (CDA), Eerdmans (LPF), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Varela (LPF), Van Fessem (CDA), Straub (PvdA), Nawijn (Groep Nawijn), Van der Laan (D66), Visser (VVD), Azough (GL), Van Egerschot (VVD), Vacature (PvdA) en Vacature (SP).

Plv. leden: Jonker (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Timmer (PvdA), Halsema (GL), Van der Staaij (SGP), Van Velzen (SP), Tjon-A-Ten (PvdA), Van Baalen (VVD), Blok (VVD), Hirsi Ali (VVD), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), Van Heteren (PvdA), Arib (PvdA), Buijs (CDA), Sterk (CDA), Kraneveldt (LPF), Joldersma (CDA), Van As (LPF), Ormel (CDA), Van Dijken (PvdA), Lambrechts (D66), Van Schijndel (VVD), Karimi (GL), Örgü (VVD), Kalsbeek (PvdA) en Vergeer (SP).

Naar boven