30 300 VI
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2006

nr. 40
MOTIE VAN HET LID WOLFSEN C.S.

Voorgesteld 23 november 2005

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat problematisch spijbelen niet zelden een belangrijke indicator is voor een grote variëteit van andere problemen;

overwegende, dat de Inspecteur-Generaal van het Onderwijs heeft geconstateerd dat er te weinig wordt gedaan aan het tegengaan van spijbelen en voorts heeft vastgesteld dat daardoor incidenteel spijbelen kan ontaarden in ernstig spijbelen en mogelijk in voortijdig schoolverlaten;

overwegende, dat naast de ouders en de scholen ook de leerplichtambtenaren, het OM en de rechtspraak een belangrijke verantwoordelijkheid hebben in dezen;

van mening zijnde, dat bij problematisch spijbelen snelheid van handelen van groot belang is;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat in alle arrondissementen in ieder geval ook de zeer belangrijke (laatste) strafrechtelijke schakel van de keten op orde is en dat die strafrechtelijke fase altijd in ieder geval mede het volgende inhoudt: er wordt – waar nodig – prompt proces-verbaal opgemaakt, op ieder parket is de jeugdofficier belast met de behandeling en de coördinatie van deze zaken, kind en ouder(s) of verzorger(s) kunnen binnen een maand voor een «spijbelrechter» verschijnen en de Raad voor de Kinderbescherming wordt steeds uitgenodigd, bij de zitting aanwezig te zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

Wolfsen

Weekers

Eerdmans

Naar boven