nr. 152
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 september 2006
Met deze brief doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van kamerleden
Van Bommel en De Wit d.d. 29 juni 2006 (Aanhangsel der Handelingen II,
vergaderjaar 2005–2006, nr. 2105), over het verstrekken
van vertrouwelijke bankgegevens door Swift aan de CIA. Tevens beantwoord
ik met deze brief de vragen die door het kamerlid Koenders zijn gesteld in
het ordedebat van 27 juni 2006 (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar
2005–2006, nr. 95, blz. 5837–5838). De beantwoording van deze
vragen, mede namens de Ministers van Justitie en Buitenlandse Zaken, treft
u hieronder aan.
Vragen van het Kamerlid Koenders
Hieronder worden enkele vragen van het Kamerlid Koenders beantwoord, zoals
deze blijken uit het verslag van het ordedebat van 27 juni 2006. Hierbij
zal alleen worden ingegaan op die vragen waarvan het antwoord niet al blijkt
uit de hierboven gegeven antwoorden op de vragen van de leden van Bommel en
de Wit:
1
Was De Nederlandsche Bank en/of de Minister van Financiën
betrokken bij deze (het verstrekken van de gegevens) werkwijze?
Neen. De Nederlandsche Bank noch de Minister van Financiën is betrokken
bij deze werkwijze. Swift is een private onderneming en verantwoordelijk voor
de naleving van de van toepassing zijnde privacywetgeving.
2
Hoe verhoudt de verstrekking van de gegevens zich met
de privacywetgeving, het bankgeheim en de belangen van de Nederlandse cliënten
bij de banken.
Bij de beantwoording van de derde Kamervraag is hierboven reeds ingegaan
op de rol van Nederlandse cliënten en banken in dezen.
Ten aanzien van de belangen van Nederlandse cliënten kan nog worden
opgemerkt dat een gegevensverstrekking in het kader van de bestrijding van
de financiering van terrorisme niet ongebruikelijk is. Zo zijn de Nederlandse
banken verplicht om informatie over van terrorisme verdachte personen en instellingen
te melden aan de Nederlandse overheid. Op basis van het Besluit van 11 oktober
2002 (Stb. 2002, 553) zijn financiële instellingen op grond van de Sanctiewet
1977 reeds enige tijd verplicht om elk verzoek om een financiële dienst
te verlenen, waarbij een persoon of entiteit betrokken is, die op een van
de Europese bevriezingslijsten vermeld staat, te melden aan Meldpunt Ongebruikelijke
Transacties.
Bovendien is sinds 1 mei 2006 is in de Wet Melding ongebruikelijke
transacties een algemene meldingsplicht voor ook andere melders uit deze wet
dan de financiële instellingen – bijvoorbeeld makelaars, notarissen
en advocaten – opgenomen ingeval er een vermoeden bestaat dat een transactie
samenhangt met de financiering van terrorisme.
3
Onderneemt Nederland nog actie in de richting van de
Verenigde Staten ten aanzien van de verstrekking van de gegevens.
Vooralsnog acht ik het, gelet op het onderzoek van het Europees Parlement
en de (nationale) privacytoezichthouders, prematuur om uitspraken te doen
over de rechtmatigheid van de verstrekking door SWIFT aan de Amerikaanse autoriteiten.
Mocht er in een later stadium naar aanleiding van de verstrekking van
gegevens door SWIFT nog een actie worden ondernomen dan zal deze in Europees
verband plaats vinden.
De Minister van Financiën,
G. Zalm