30 180 Conferentie van Voorzitters van de parlementen van de Europese Unie

E/ nr. 13 VERSLAG VAN EEN CONFERENTIE

Vastgesteld 17 juni 2010

Op 13 t/m 15 mei 2010 vond in Stockholm een conferentie plaats van de voorzitters van de parlementen van de Europese Unie. Namens de Tweede Kamer nam de Voorzitter, mevrouw Verbeet, hieraan deel. Zij werd begeleid door de heer Van Overbeeke, parlementair vertegenwoordiger in Brussel en de heer Kester, commissieadviseur EU-zaken. Namens de Eerste Kamer der Staten-Generaal nam de Voorzitter, de heer Van der Linden deel. Hij werd begeleid door de Griffier, de heer Hamilton.

De delegatie brengt als volgt verslag uit. De conclusies die tijdens de conferentie werden aangenomen zijn bij het verslag gevoegd.

De Griffier van de Eerste Kamer der Staten-Generaal,

G. J. A. Hamilton

De Griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

J. E. Biesheuvel-Vermeijden

Conferentie van Voorzitters van parlementen van de EU-landen, Stockholm 13 t/m 15 mei 2010

Eerste hoofdthema voor de bespreking op 14 mei was «het Verdrag van Lissabon en interparlementaire samenwerking». In dit kader werd gesproken over de samenwerking met de Europese Commissie, op basis van een introductie van Maroš Šefčovič, Vicevoorzitter van de Europese Commissie verantwoordelijk voor inter-institutionele relaties. Uit de discussie bleek dat de parlementen over het algemeen tevreden zijn over de beantwoording door de Commissie van vragen en opmerkingen van de nationale parlementen over specifieke voorstellen. Op verzoek van de Voorzitter van de Tweede Kamer zegde de heer Šefčovič toe dat de Europese Commissie bereid is, het jaarlijks Werk- en Wetgevingsprogramma van de Europese Commissie toe te lichten in nationale parlementen. De Voorzitter van de Eerste Kamer ging in zijn bijdrage in op de zwakheden die de huidige crisis heeft blootgelegd, en de uitdaging die daarvan voor de verdere ontwikkeling van Europa in een steeds verder globaliserende wereld uitgaat. Hij wees op het belang van een passend stelsel van toezicht en sancties ter versterking van het Stabiliteits- en Groeipact, Ook wees hij op het belang van certificatie van nationale statistieken, zodat deze onderling vergelijkbaar zijn, en bepleitte hij scherpe financiële verantwoording van EU-uitgaven door de lidstaten. Hij benadrukte het belang van openbare debatten in de nationale parlementen over de kern van het Europees beleid.

In het kader van dit hoofdthema werd ook gesproken over de rol van nationale parlementen bij de controle op Europol en Eurojust. De vergadering concludeerde dat de Europese Commissie, nog voordat zij met haar voorstellen komt, een intensieve consultatie moet houden met de nationale parlementen. Een interparlementaire bijeenkomst dient hiervan deel uit te maken.

Over de toekomstige rol van COSAC liepen de meningen uiteen. Sommigen waren van mening dat COSAC een meer politieke rol dient te gaan vervullen , inclusief discussies met de Voorzitters van de Europese Commissie en de Europese Raad. Anderen zagen de rol van COSAC meer als facilitair en ondersteunend ten opzichte van de werkzaamheden en debatten in de nationale parlementen zelf, met name wat betreft de samenwerking bij subsidiariteitstoeten. Besloten werd de discussie in COSAC, eind mei, af te wachten alvorens conclusies te trekken.

Ook kwam de rol van nationale parlementen bij de controle van het Europees veiligheids- en defensiebeleid aan de orde, naar aanleiding van het opheffen van de parlementaire assemblee van de West-Europese Unie. De meningen liepen uiteen over de vraag of bestaande structuren, zoals COSAC, COFACC en CODAC, de taak van de assemblee kunnen overnemen of dat een nieuwe structuur nodig is. De Voorzitter van de Eerste Kamer bracht naar voren dat COSAC deze taak niet kan overnemen en dat gezocht moet worden naar een geschikt forum dat woordvoerders uit de commissies voor buitenlandse zaken en defensie bijeen brengt. De discussie zal op de volgende Voorzittersconferentie terugkomen.

Voorts werd gesproken over de coördinatie van interparlementaire bijeenkomsten. Algemeen werd het gevoelen gedeeld dat het aantal interparlementaire bijeenkomsten te groot is en de kwaliteit niet altijd optimaal. Op tafel lag een voorstel om de parlementen van het trio van EU-voorzitters samen met het Europees Parlement de taak te geven om interparlementaire conferenties te coördineren, in samenwerking met vertegenwoordigers van het vorige en het volgende trio. Namens beide Kamers gaf de Voorzitter van de Tweede Kamer aan, te streven naar een eenvoudiger systeem van coördinatie, waarbij het voorzitterstrio het voortouw heeft. Ook riep zij op om terughoudend te zijn met het oprichten van te veel geformaliseerde structuren op commissieniveau tussen nationale parlementen en het Europees Parlement. De vergadering concludeerde, in lijn met de Nederlandse interventie, tot een vereenvoudigd systeem van coördinatie. Ten aanzien van de gestructureerde samenwerking op commissieniveau met het Europees Parlement werden geen expliciete conclusies getrokken.

Onder dit hoofdthema werden de aangepaste Guidelines for the Conference of Speakers aangenomen. Deze heten voortaan de «Stockholm Guidelines».

Het tweede hoofdthema was «nieuwe technologieën en communicatie – uitdagingen voor parlementen». De bespreking werd ingeleid door enkele sprekers, waaronder een uiteenzetting door de heer Matthew Barzun, ambassadeur van de VS in Zweden, over het gebruik van communicatiemiddelen in de Obama-campagne. Op aandringen van de Voorzitter van de Tweede Kamer werd het Belgische voorzitterschap opgeroepen, voorbereidingen te treffen zodat de Voorzittersconferentie van 2011 praktische afspraken kan maken over het gebruik van videoconferencing in het contact tussen nationale parlementen.

Op zaterdag 15 mei werd gesproken over de Wereldconferentie van Voorzitters van Parlementen, die op 19 en 21 juli 2010 plaatsvindt te Genève. Een van de gevoelige punten hierin was het voorstel om de Interparlementaire Unie (IPU) een nauwere band met de VN te laten aangaan. De overgrote meerderheid, inclusief de beide Nederlandse Voorzitters, verzette zich hiertegen en stelde voor om alle verwijzingen hiernaar te schrappen uit de conceptconclusies van de vergadering in Genève. De Voorzitter van de Eerste Kamer kondigde aan dat de Voorzitters van de beide Nederlandse Kamers een brief zullen opstellen aan de IPU met daarin een inhoudelijk standpunt over deze kwestie.

Bij de bespreking over de financiële crisis en gevolgen voor parlementaire begrotingen maakten verschillende Voorzitters melding van substantiële bezuinigingen op de begroting van hun parlement als gevolg van de financiële problematiek die zich momenteel voordoet. Sommigen maakten melding van een algemene korting op de begroting, anderen van kortingen op de salarissen van ambtenaren en op het operationele budget van het parlement. Algemeen werd onderschreven dat de bezuinigingen de kerntaken van het parlement niet mogen aantasten.

EU Speakers» Conference

13–15 May, 2010

Presidency Conclusions

Concerning the Lisbon Treaty and Interparliamentary Cooperation

  • 1. The Speakers consider it important that national parliaments, while respecting their respective constitutional rules and parliamentary traditions, should be in a position to make full use of the possibilities the Treaty of Lisbon grants them to contribute actively to the good functioning of the European Union.

Regarding the European Commission and National Parliaments

  • 2. The Speakers underline the earlier initiatives and efforts of the European Commission to establish and improve the political dialogue with national parliaments, both with reference to monitoring the application of the principle of subsidiary and regarding the political content.

  • 3. The Speakers note that increased contacts and dialogue between the Commission and national parliaments remain important for the general scrutiny of EU matters by national parliaments and for their contribution to the good functioning of the Union. In this regard, they take note of the willingness of the European Commission to present its annual work programme in national parliaments.

Regarding Fora for Interparliamentary Cooperation

Evaluation and Monitoring in the Area of Freedom, Security and Justice

  • 4. The Speakers concur in the request of COSAC that the EU institutions should enter into dialogue with national parliaments when drafting and negotiating regulations dealing with parliamentary oversight of Eurojust and Europol, and that national parliaments should be given reasonable time to express their views. The Speakers welcome the announced consultation document from the Commission in this regard.

  • 5. The Speakers consider that an interparliamentary meeting, in an appropriate format ensuring adequate representation, preferably by the parliamentary committees or bodies responsible for issues concerning the Area of Freedom, Security and Justice, should be arranged on the oversight mechanisms as part of the consultation process regarding the Europol and Eurojust regulations. The Speakers ask the incoming EUSC Presidency to contribute to preparations for such a meeting.

Future Parliamentary Scrutiny of European Security and Defence Policy

  • 6. Given the special nature of the common security and defence policy (CSDP) and the role of national parliaments in the smooth functioning of the European Union, the Speakers stress the fundamental role of national parliaments in the future parliamentary scrutiny of the common foreign and security policy including the CSDP.

  • 7. The Speakers ask the incoming EUSC Presidency to take the discussion forward on this basis, with a view to reaching an agreement at the next meeting of the Conference of Speakers of EU Parliaments.

The Future Role of COSAC

  • 8. Following Article 9 of the Protocol on the Role of National Parliaments in the European Union, the Speakers note that Article 10 of this Protocol opens the possibility for a discussion concerning the future role and composition of the conference of Parliamentary Committees for Union Affairs [COSAC]. In this regard, they concur that the Treaty of Lisbon's provisions imply a more general approach than before to interparliamentary cooperation.

  • 9. Given that EU matters are increasingly on the agenda of the specialised committees as effective scrutiny and implementation often require their specialist competence, the Speakers consider that political debates on specific issues or themes are best held in meetings or other contacts involving the relevant committees. In this context, they highlight that contacts between specialised committees should be developed and strengthened. Concerning the future role of the conference of Parliamentary Committees for Union Affairs [COSAC], the Speakers will await the results of the internal discussion of COSAC before drawing conclusions.

Regarding Challenges and Expectations for Future Interparliamentary Cooperation

Coordination in the Planning of Interparliamentary Cooperation

  • 10. The Speakers consider networking, regular contacts and cooperation between the EU parliaments important for the parliaments» ability to scrutinise the work of their respective governments on EU matters, which is in turn essential for the legitimacy of the Union's decisions.

  • 11. For intensified interparliamentary cooperation to be conducted in an efficient manner, the Speakers consider that improved coordination of interparliamentary activities within the EU is important. The Speakers stress the importance of developing established structures to meet future needs in interparliamentary cooperation. Overlapping meetings or debates should be avoided. In this regard, the Speakers have taken note of discussions held by their Secretaries-General concerning an extended «trio» formation as the most appropriate base for coordination and planning. This formation would address issues relating to the format of organisation as well as coordination of meetings held on an ad hoc basis.

  • 12. The Speakers ask the incoming EUSC Presidency to further explore the proposal to schedule regular conferences for parliamentary committees dealing with European affairs, foreign affairs and defence as well as justice and home affairs in cooperation with the European Parliament. They also ask the incoming EUSC Presidency to elaborate on how to strengthen links between the different Council constellations and national parliaments.

  • 13. The Speakers acknowledge the important work of the Brussels representatives and their valuable contribution to the informal exchange of information including on subsidiarity.

  • 14. The Speakers encourage all initiatives aimed at establishing standards for digital data and documents, so as to make information on the activities of parliaments and EU institutions more easily accessible and transparent, and entrust the IPEX Board with this task.

  • 15. The Speakers take note of the declaration of cooperation of the next trio – Poland/Denmark/Cyprus – signed in Stockholm on 14 May.

Revision of the Guidelines for the Conference of Speakers of EU Parliaments

  • 16. The work of the Conference of Speakers is conducted in accordance with the Guidelines for the Conference of Presiding Officers, adopted at the Conference in Rome in September 2000. The Speakers note that the Guidelines have been complemented by separate accords and practices since their adoption. The Speakers underline the necessity of an update of the present Guidelines within the debate on interparliamentary cooperation as a consequence of the Treaty of Lisbon.

  • 17. The Speakers commend the adoption of the revised Guidelines – «The Stockholm Guidelines for the Conference of Speakers of the EU Parliaments» – and believe that the Conference has made a valuable contribution to the revision, helping to increase visibility in how the Conference operates by bringing the Guidelines up to date and codifying complementary accords and practices so as to contribute to effective interparliamentary cooperation within the Union (enclosed).

Concerning New Technologies and Communication – Challenges for Parliaments

  • 18. The Speakers acknowledge that technical developments in society can facilitate greater public participation and involvement in parliamentary work. In this regard, they welcome future exchanges of experiences as well as discussions relating to new forms of communication and their impact on parliaments.

  • 19. The Speakers encourage the use of new technologies for meetings of the Conference as well as for other interparliamentary meetings. In this regard, the Speakers ask the incoming EUSC Presidency to further explore the use of videoconferences as a means of communication between parliaments to be followed up at the next meeting of the Conference of Speakers of EU Parliaments.

Regarding preparations for the World Conference of Speakers of Parliament

  • 20. The Conference debated the draft declaration of the World Conference of Speakers in July in Geneva. The focus of the World Conference of Speakers should be on the main topics on the agenda, such as the achievement of the Millennium Development Goals, the challenges of the global economic and financial crisis etc. At the same time, the Speakers supported the debate that has started inside the IPU about its structure, its further democratisation and its cooperation with the United Nations. A broad majority of Speakers were in favour of deleting the paragraphs dealing with the role of the IPU (section D) in this document. Several Speakers are not in a position to endorse them for constitutional reasons. The Conference authorised the presiding Speaker Mr Westerberg to inform the President of the IPU.

The Financial Crisis and Consequences for Parliamentary Budgets

  • 21. The Speakers had a valuable exchange of views on the current financial situation and shared experiences on the consequences for parliaments.

Incoming EUSC Presidency

  • 22. On behalf of the Belgian Parliament, Mr Geert Versnick, Chairman of the Foreign Affairs Committee in the House of Representatives, invited the Speakers to the next Conference of Speakers of EU Parliaments in Brussels on 3–5 April 2011 and the Secretaries-General to a preparatory meeting on 16–17 January 2011.

Naar boven