30 125
Boetestelsel in financiële wetgeving

nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 mei 2005

Hierbij bied ik u aan de Nota Boetestelsel in financiële wetgeving. De Nota presenteert een integrale wijziging van het boetestelsel in financiële wetgeving.

De nota is opgesteld naar aanleiding van de uitkomsten van een tweetal overleggen met de Tweede Kamer. Op 5 februari 2004 vond in de Kamer een Algemeen Overleg plaats (kamerstuk 29 370, nr. 2) over de evaluatie van de Wet tot invoering van de last onder dwangsom en de bestuurlijke boete in de financiële wetgeving (hierna: Wet IDBB). Tijdens dat overleg heb ik toegezegd samen met de financiële toezichthouders – De Nederlandsche Bank NV (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) – een drietal onderwerpen te zullen bezien: de hoogte van de boetebedragen, verhoging van de boete voor veelplegers en individuele boetes voor bestuurders.

Tijdens de behandeling van de Wet financiële dienstverlening (Wfd) in de Kamer op 14 (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar 2003–2004, nr. 98, blz. 6288–6306) en 16 september 2004 (Handelingen de Kamer II, nr. 100, blz. 6384–6397) is gesproken over de wens om in de Wfd over te gaan tot een andere boetesystematiek, waarbij hogere boetes zouden kunnen worden opgelegd. Ik heb daarom toegezegd een integraal standpunt uit te zullen brengen over het boetestelsel op het gebied van de financiële wetgeving, waarbij ook wordt ingegaan op de wettelijke inbedding ervan en de waarborgen voor zorgvuldig handelen door de toezichthouder. In het hoofdstuk rechtsbescherming en waarborgen is tevens het kabinetsstandpunt over de functiescheiding bij de toezichthouders opgenomen.

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Naar boven