30 111 Topinkomens

Nr. 87 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juli 2015

1. Algemeen

Het doel van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (ook wel de Wet normering topinkomens; WNT) is het tegengaan van bovenmatige beloningen en ontslagvergoedingen bij instellingen in de publieke en semipublieke sector. Per 1 januari 2015 is de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT (WNT-2) in werking getreden. Hiermee is ter uitvoering van de desbetreffende afspraak uit het regeerakkoord de algemene WNT-norm verlaagd naar € 178.000.

In het regeerakkoord is tevens opgenomen dat deze norm niet alleen voor topfunctionarissen zal gelden, maar voor alle medewerkers in de (semi)publieke sector. Het is volgens het regeerakkoord wel mogelijk een uitzondering te maken als dat noodzakelijk is.

Met mijn brieven van 14 en 15 oktober 2014 heb ik u geïnformeerd over de verkenning van dit voornemen om de personele reikwijdte van de WNT uit te breiden.1 De rapportage van deze verkenning bied ik u hierbij ter informatie aan, overeenkomstig mijn in die brieven gedane toezegging2. Met deze verkennende rapportage wordt allereerst beoogd zo goed mogelijk in beeld te brengen waar in de (semi)publieke sector niet-topfunctionarissen werkzaam zijn met een bezoldiging hoger dan de algemene WNT-norm van € 178.000. Daarnaast geeft de rapportage inzicht in achtergronden en verklaringen bij die bezoldigingen van niet-topfunctionarissen, en de bezwaren en risico’s die sectoren en instellingen zien bij het normeren ervan. Daarbij wordt zowel ingegaan op specifieke aspecten voor sectoren en instellingen, als meer algemene aandachtspunten die bij de verdere voorbereidingen van een voorstel van belang zijn.

2. Aanpak van de verkenning

De rapportage van de verkenning is primair gebaseerd op interviews met vertegenwoordigers van de desbetreffende sectoren en instellingen. Er is door hen constructief aan de verkenning meegewerkt. De bevindingen van de verkenning zijn gebaseerd op de informatie die zij zelf hebben aangeleverd. Soms gaat het om exacte gegevens uit personeelsadministraties. In andere gevallen zijn cijfers gebaseerd op een steekproef of een schatting. Hoewel met de verkenning gestreefd is een zo goed mogelijk beeld te schetsen van de situatie van niet-topfunctionarissen van de onder de WNT ressorterende sectoren, zal dit beeld pas bij de eerste jaarrapportage over de WNT-2 die eind 2016 gepubliceerd zal worden, geverifieerd en compleet zijn.

Volledigheidshalve wordt erop gewezen dat de medisch specialisten niet in de verkenning zijn meegenomen. Dat is in lijn met het bestuurlijke hoofdlijnenakkoord dat de Minister van VWS heeft gesloten met maatschappelijke partners in deze sector, waarin is afgesproken dat de medisch specialisten niet onder de reikwijdte van de WNT worden gebracht. Deze afspraak heb ik ook bij de parlementaire behandeling van de WNT-2 herbevestigd.3

Aan de hand van de verkenning wordt duidelijk dat bepaalde aspecten van de uitbreiding van de reikwijdte van de WNT nog nader moeten worden onderzocht. Deze zullen hieronder kort worden geschetst.

3. Specifieke sectoren, organisaties en categorieën niet-topfunctionarissen

In de verkenning wordt een aantal in het oog springende sectoren of organisaties geïdentificeerd. Er kunnen daarbij grofweg twee categorieën niet-topfunctionarissen met een bezoldiging hoger dan € 178.000 worden onderscheiden.

Enerzijds de categorie «specialisten en unieke talenten» en anderzijds de categorie «algemene of functionele managers» onder het niveau van de topfunctionarissen in de desbetreffende organisaties.

De categorie specialisten en unieke talenten is een zeer heterogene groep die zich onderscheidt door hun schaarse specialisme of opleidingsachtergrond of hun unieke beroep, competenties of talenten. We komen hen tegen in uiteenlopende sectoren en organisaties. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld topwetenschappers, chef-dirigenten, luchtverkeersleiders, actuarissen, econometristen, klinisch fysici, klinisch chemici, of solisten bij opera en dans. Ook hun managers kunnen geregeld als specialist of uniek talent worden aangemerkt. Deze zeer diverse specialisten en unieke talenten hebben gemeen dat zij doorgaans beperkt beschikbaar, moeilijk direct te vervangen en door hun schaarste duur zijn. Zij worden veelal aangetrokken uit de markt en komen daar vaak ook weer terecht. Hierdoor is het niet gebruikelijk dat zij de loonontwikkeling van hun topfunctionarissen automatisch volgen. Bij de categorie specialisten en unieke talenten is bovendien een grote diversiteit zichtbaar van hoe arbeidsverhoudingen zijn vormgegeven: van min of meer reguliere aanstellingen en arbeidsovereenkomsten tot parttime-constructies; contracten met één of juist met meerdere werkgevers of opdrachtgevers; toegespitst op inspanningen of juist op prestaties of producten.

Nader zal moeten worden onderzocht of deze categorie niet-topfunctionarissen, gelet op de aard en het specifieke karakter van de tot die categorie behorende beroepsgroepen, onder de reikwijdte van de WNT-normering kunnen worden gebracht of op een andere manier moeten worden behandeld. Hierbij is ook van belang onderzoek te doen naar de handhaafbaarheid, mede gezien de potentiële ontwijkingsmogelijkheden van algemene regulering van deze categorie.

Voor wat betreft de categorie «algemene of functionele managers» onder het niveau van de topfunctionarissen die leiding geven aan een deel van de desbetreffende organisatie, geeft de rapportage vooralsnog geen aanleiding om een wezenlijk andere benadering te kiezen dan ten aanzien van topfunctionarissen die thans onder de reikwijdte van de normering vallen.

4. Overige algemene aandachtspunten

Met de uitbreiding van de personele reikwijdte van de WNT zal voorts moeten worden onderzocht welke impact de bepalingen in de WNT ten aanzien van het bonusverbod en de maximale ontslagvergoeding hebben. Over deze onderwerpen worden ook vaak afspraken gemaakt tussen sociale partners, al dan niet in of op basis van cao’s. Tevens is daarbij een goede afstemming met de bepalingen uit de Wet werk en zekerheid van belang.

De verkenning gaat daarnaast in op de groep niet-topfunctionarissen zonder dienstbetrekking. De WNT voorzag bij de inwerkingtreding in een meldingsplicht bij overschrijding van het bezoldigingsmaximum door niet-topfunctionarissen zonder dienstbetrekking. Snel na de inwerkingtreding van de WNT bleek dat deze wettelijke verplichting onuitvoerbaar was. De wetgever heeft hieruit met de Reparatiewet WNT de consequentie getrokken de verplichting uit de wet te halen.

Bij de verkenning is getracht in beeld te brengen wat de gevolgen van de uitbreiding van de reikwijdte van de WNT naar niet-topfunctionarissen zonder dienstbetrekking zou zijn. Ook in dit kader is gebleken dat organisaties niet in staat zijn hier een antwoord op te geven. De analyse die ten grondslag lag aan het uit de WNT schrappen van de oorspronkelijke meldingsplicht wordt dus herbevestigd. In de verkenning wordt bovendien in beeld gebracht waarom organisaties hiertoe niet in staat zijn. Onderzoek zal worden gedaan naar de wenselijkheid om deze categorie niet-topfunctionarissen geheel of gedeeltelijk onder de reikwijdte van de WNT te brengen.

Ten slotte zullen bij de totstandkoming van een voorstel ook de administratieve lasten voor WNT-instellingen in relatie tot de effecten van een uitbreiding van de reikwijdte van de WNT in ogenschouw moeten worden genomen.

5. Vervolgproces en planning

In deze brief is stil gestaan bij een aantal bij de voorbereiding van een voorstel nader te beantwoorden vragen. Het kabinet zal hier dan ook de komende periode verder aan werken. Dat zal geschieden in samenhang met de resultaten van de eerste integrale wetsevaluatie van de WNT en de WNT-jaarrapportage over het jaar 2014, die beide volgens planning in december 2015 aan de Kamer worden aangeboden. De bevindingen die hieruit volgen, zullen worden betrokken bij het wetsvoorstel.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Kamerstuk 33 978, nrs. 12 en 22

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Kamerstuk 33 978, nr. 23, blz. 38

Naar boven