30 100 XI
Jaarverslag en slotwet ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer 2004

nr. 4
MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVEblz.
   
Leeswijzer3
B. Algemene toelichting bij de begrotingsstaat4
Aansluiting op de voorlopige rekening4
C. Begrotingstoelichting5
Beleidsartikelen5
Artikel 01.Strategische beleidsontwikkeling en monitoring5
Artikel 02.Betaalbaarheid van het wonen6
Artikel 03.Duurzame woningen en gebouwen7
Artikel 04.Fysieke Stedelijke Vernieuwing9
Artikel 06.Versterken ruimtelijke kwaliteit stedelijke gebieden10
Artikel 07.Verbeteren integrale milieukwaliteit op lokaal niveau10
Artikel 09.Versterken ruimtelijke kwaliteit in Europees verband11
Artikel 11.Tegengaan klimaatverandering en emissies11
Artikel 12.Beheersen milieurisico's van stoffen, afval en straling11
Artikel 13.Handhaving12
Artikel 15.Algemeen12
Wetsartikel 213
Toelichting bij de begroting van het agentschap «Rijksgebouwendienst»13
Baten-lastenoverzicht 200413
Kasstroomoverzicht 200414

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Bij een wijzigingswetsvoorstel wordt geen algemene toelichting opgenomen.

De toelichting bij de slotwetmutaties in de begroting(sstaat) wordt opgenomen in onderdeel B van de memorie van toelichting (de begrotingstoelichting).

Wetsartikelen 1 tot en met 2

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2004 wijzigingen aan te brengen in:

a. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI);

b. de begrotingsstaat inzake het agentschap «Rijksgebouwen dienst» van dit ministerie;

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel C van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

S. M. Dekker

LEESWIJZER

De slotwet 2004 is de laatste suppletore begroting over de begroting van het jaar 2004. Met slotwetwijzigingen worden verschillen tussen de begrotingsstand van de 2e suppletore wet en de daadwerkelijke realisatie opgeheven.

Aangezien aansluiting wordt gevonden bij de feitelijke realisatie van het jaar 2004, blijven een overzichtstabel per beleidsartikel, een tabel Budgettaire gevolgen van beleid en een verdiepingsbijlage achterwege. In de kolomstructuur van de begrotingsstaten wordt de cijfermatige financiële informatie gepresenteerd. Er is geen sprake van wijzigingen met meerjarige doorwerking omdat het jaar wordt afgesloten.

In de slotwet bevat idealiter slechts mutaties die technisch en niet beleidsmatig van aard zijn. Onder technisch of ook wel «boekhoudkundig van aard» wordt verstaan:

• Wijzigingen van begrotingsbedragen om deze gelijk te maken met de realisatie;

• Mutaties uit hoofde van loon- en prijsbijstellingen;

• Desalderingen die nodig zijn omdat ontvangsten niet in mindering van bezwaar mogen worden geboekt op de uitgaven;

• Overboekingen tussen artikelen of begrotingen die het uitvloeisel zijn van tijdens de begrotingsuitvoering gebleken noodzaak om verplichtingen en of uitgaven elders te verantwoorden dan waar zij oorspronkelijk waren begroot bij gelijkblijvende beleidsuitgangspunten;

• Mineure kasverschuivingen die het gevolg zijn van een ander betaaltempo van lopende verplichtingen dan eerder geraamd;

• De mutaties die het gevolg zijn van de controlebevindingen van de departementale accountantsdienst. Dergelijke mutaties zijn niet zozeer «boekhoudkundig van aard», maar dienen ertoe – achteraf- een wettelijke basis te scheppen voor een noodzakelijke correctie in de boeking van verplichtingen, uitgaven of ontvangsten.

In de artikelsgewijze toelichting wordt aandacht besteed aan mutaties die in principe niet voldoen aan het begrip «boekhoudkundig van aard». Zo worden omvangrijke of beleidsmatige mutaties in ieder geval toegelicht, omdat een dergelijke mutatie nog niet in een eerdere suppletore begroting is toegelicht (artikel 10, lid 2b van de comptabiliteitswet).

B. ALGEMENE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSSTAAT

Aansluiting op de voorlopige rekening

In aansluiting op de 2e suppletore wet 2004, samenhangende met de najaarsnota (Stb, .., nr. ), strekt het onderhavige wetsvoorstel ertoe, op grond van artikel 10, tweede lid, onder C van de Comptabiliteitswet per begrotingsartikel een positief dan wel een negatief verschil tussen het beschikbare begrotingsbedrag en de realisatie op te heffen. Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt derhalve voorgesteld de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Rijk, onderdeel XI (VROM), voor het jaar 2004 met respectievelijk € 54,126 mln te verlagen en € 36,940 mln te verhogen.

Voor zover de mutaties van enige omvang zijn, is daarvan reeds eerder melding gemaakt in de Voorlopige Rekening 2004.

De aansluiting tussen de Voorlopige Rekening en het onderhavige wetsvoorstel is als volgt:

(bedragen in € 1 mln)

Uitgaven
     
1.Reeds vermeld in de Voorlopige Rekening 2004:  
 Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI)(A)– 43 115
 Homogene Groep Internationale Samenwerking(B)– 9 519
     
2.Nadere wijzigingen t.o.v. de Voorlopige Rekening 2004:  
 Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI)(C)– 1 492
     
3.Voorgestelde mutaties bij het onderhavige wetsontwerp (A) + (B) + (C)(D)– 54 126
     
Ontvangsten
     
1.Reeds vermeld in de Voorlopige Rekening 2004:  
 Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI)(A)19 356
     
2.Nadere wijzigingen t.o.v. de Voorlopige Rekening 2004(B)17 584
     
3.Voorgestelde mutaties bij het onderhavige wetsontwerp (A) + (B)(C)36 940

C. BEGROTINGSTOELICHTING

Wetsartikel 1

Beleidsartikelen

Artikel 01. Strategische beleidsontwikkeling en monitoring

Incidentele subsidies (vermelding in Slotwet voor wettelijke grondslag subsidie)

In het kader van het Memorandum of Understanding 2004 met Zuid Afrika is aan AEDES een programmabijdrage verstrekt van € 110 000 ten behoeve van technische assistentie, advisering en training voor de opzet van een sociale woningbouwsector in Zuid Afrika.

Ten behoeve van het Human Settlements Trust Fund is aan de Economic Commission for Europe Trust Fund een programmabijdrage van € 55 000 verstrekt voor kennisuitwisseling en kennisontwikkeling in Europa.

In het kader van het project «Black Flight» ontving de Erasmus Universiteit, ISEO een projectbijdrage van € 60 000 ten behoeve van een onderzoek naar verhuismotieven van allochtonen bij verhuizen van stad naar ommeland.

Voor de uitvoering van het werkplan 2004–2005 voor Habitat Platform Midden en Oost Europa is aan de Stichting Habitat Platform een programmabijdrage van € 77 221 verleend ten behoeve van de uitvoering van de mondiale Habitatagenda, toegespitst op Midden en Oost Europa.

In het kader van Habitat Platform Zuid Afrika 2004 ontving de Stichting Habitat Platform een programmabijdrage van € 23 000 ten behoeve van de uitvoering van de mondiale habitatagenda toegespitst op Zuid Afrika.

In het kader van United Nations Habitat is aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken een programmabijdrage van € 200 000 verstrekt ten behoeve van de inhoudelijke ondersteuning aan UN Habitat voor de uitvoering van de mondiale Habitatagenda.

Het Ministerie van VWS ontving voor het project «Wijk en Jeugd» een bijdrage van € 25 000. Dit project is gericht op het vaststellen van relaties tussen inrichting van de woonomgeving en lichaamsbeweging van kinderen.

In het kader van het symposium «Bouwprognoses» is aan Rostra een projectbijdrage van € 19 526 verleend om de bouwwereld te informeren over de toekomstige ontwikkeling van de woningbouw en een toelichting te geven op de woningbouwafspraken tussen VROM en de regio's.

In het kader van het NETHUR jaarprogramma 2004 is aan de Rijksuniversiteit Utrecht, NETHUR een programmabijdrage van € 120 156 verstrekt ten behoeve van het bevorderen van het postdoctoraal onderzoek.

Voor de publicatie «High-rise housing in Europe» is aan de TU Delft Onderzoeksinstituut Technische Bestuurskunde (OTB) een projectbijdrage van € 8 925 verstrekt als bijdrage aan een publicatie voor de EU-ministersconferentie over wonen.

In het kader van beeldwijzer gemeentelijke herinrichting openbare ruimte stedelijk woongebied is aan Blauwdruk Uitgeverij een projectbijdrage van € 30 756 verleend. Het betreft een bijdrage in de productiekosten. Doel van de publicatie is een handreiking voor voor de ontwikkeling van plannen voor de herinrichting van stedelijke woongebieden.

Artikel 02. Betaalbaarheid van het wonen

Afwijking regelgeving huursubsidie

Tot 1 juli 2004 moest bij onderverhuur een korting op de rekenhuur worden toegepast met een bedrag dat evenredig is aan het gedeelte van de woning dat is onderverhuurd (artikel 5, lid 4 van de Hsw). Voor de korting op de rekenhuur waren, met onderscheid naar de onderverhuurde gedeelten van de woning, drie percentages van toepassing (25, 50 en 75%). Uit praktische overwegingen, en omdat aanvragers hierdoor niet werden benadeeld, is bij de behandeling van aanvragen waarbij sprake was van onderverhuur, alleen het laagste kortingspercentage (25%) gehanteerd. Het financieel nadeel dat is gemoeid met de niet gehanteerde hogere kortingen (50% en 75%) is marginaal. Het betreft enkele tientallen gevallen voor de korting van 50%, waarmee een bedrag van minder dan € 10 000,– op jaarbasis is gemoeid.

Per 1 juli 2004 is de Huursubsidiewet aangepast. Vanaf dat moment geldt alleen nog maar het percentage van 25%.

Afwijking regelgeving huursubsidie

Het controle- en M&O beleid rond de huursubsidie vertoont tekortkomingen als gevolg van de gebrekkige kwaliteit van de GBA-administraties (die worden gehanteerd t.b.v. de controle op de bewoningsituatie). Om de tijdige uitbetaling van huursubsidie te kunnen garanderen, zijn hiervoor de zogeheten BSF-foutcodes «uitgezet». Dat wil zeggen dat de preventieve controle op de overeenkomst tussen de GBA-gegevens en gegevens op formulieren van eerste aanvragen tijdelijk is uitgeschakeld. Hierdoor is er feitelijk sprake van afwijking van de regelgeving. Uiteraard komt deze controle niet te vervallen, maar eerst wordt een representatieve steekproef uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van de steekproef zal worden besloten of en zo ja hoe de controles alsnog worden uitgevoerd. Deze steekproef en eventuele nadere controles zullen binnen het lopende subsidietijdvak, dus in de eerste helft van 2005, worden uitgevoerd.

Afwijking regelgeving Regeling Beschutte sfeer

De activiteiten van de regeling Beschutte sfeer betreffen de inning van rente en aflossing bij complexen sociale huurwoningen, die zijn gebouwd eind jaren zeventig, bedoeld voor starters met een laag inkomen. De RK Woningbouwvereniging De Goede Woning te Zoetermeer heeft verzocht het uitstaande schuldrestant per 1 januari 2005 vervroegd te mogen aflossen. Gelet op het relatief geringe bedrag dat nog uitstond alsmede de efficiencywinst in de uitvoering voor zowel de corporatie als VROM, is met het vervroegd aflossen ingestemd. Het financiële belang bedroeg € 87 388,58.

Toelichting op de beleidsmatige mutaties:

Ontvangsten instrument 02.03.01 Restituties subjectsubsidies

De raming wordt verlaagd met circa € 10 mln. in samenhang met een vertraging bij de opstart van het project «Versnelde inning». Hierdoor zijn vorderingen later ingesteld dan geraamd, waardoor een deel van de terugbetalingen niet meer in 2004 is gerealiseerd.

Artikel 03. Duurzame woningen en gebouwen

Toelichting op de beleidsmatige mutaties:

Instrument 03.08.14 EnergiePremieRegeling (EPR)

In samenhang met de in 2004 aan de energiebedrijven toegekende budgetten en voorschotten wordt de verplichtingenraming met € 25 mln verhoogd. Dit betreft een administratieve correctie van de in de 2e suppletore begroting 2004 verwerkte verplichtingenverlaging bij dit instrument.

Afwijking regelgeving Subsidieregeling sanering loden drinkwaterleidingen

In de regeling is als subsidievoorwaarde opgenomen dat subsidie slechts wordt verleend indien met de sanering nog geen aanvang is gemaakt voordat over de aanvraag tot subsidieverlening is beslist. In een drietal gevallen is echter alsnog een bijdrage van in totaal € 13 778,76 uitbetaald, aangezien het in die gevallen niet aan de aanvragers te verwijten viel dat te vroeg met de sanering was begonnen.

Afwijking regelgeving Regeling Tegemoetkoming Energiebesparing huishoudens met lagere inkomens

De regeling schrijft voor dat projecten maximaal twee jaren mogen duren. Doordat VROM in één geval de beslistermijn met drie maanden had overschreden, was de start van het betrokken project te laat voor het eerste stookseizoen. Om toch het beoogde resultaat te halen van het project, is op verzoek afgeweken van de maximale projectduur van twee jaren. Het financiële belang bedroeg € 68 784.

Incidentele subsidies artikel 3 (vermelding in Slotwet voor wettelijke grondslag subsidie)

In het kader van de studiereis naar Ljubljana ontving de TU Delft, forum voor de volkshuisvesting, een projectbijdrage van € 540 voor het verzamelen van kennis en ervaringen bij hoogbouwtransformatie in het buitenland.

Voor de inzet van gemeenten richting bewoners in het kader van duurzaam wonen is aan Milieu Centraal een projectbijdrage van € 39 844 verleend ten behoeve van het communiceren over aspecten van duurzaam wonen naar de burgers.

In het kader van de Redactieservice Duurzaam bouwen 2004 is aan Milieu Centraal een projectbijdrage van € 21 760 verstrekt ten behoeve van het geven van informatie aan intermediaire organisaties zodat die organisaties een eenduidiger DUBO-boodschap uitdragen.

Tevens is aan Milieu Centraal een projectbijdrage € 142 618 verleend ten behoeve van de ontwikkeling van een website waarmee burgers hun woonlasten kunnen verlagen (betreft lagere energiekosten en het gebruik van duurzame materialen ed.).

Ook is aan Milieu Centraal voor het project «In de breedte 2004» een programmabijdrage van € 12 455 verstrekt ten behoeve van secretariële ondersteuning van het platform bewoners en duurzaam bouwen.

Voor Europan ontving het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een programmabijdrage van € 45 378 ten behoeve van het stimuleren van architectuurbeleid bij woningbouw in Nederland met jonge buitenlandse architecten.

In het kader van de stroomlijning van kennisorganisaties op het gebied van energie en milieu is aan het Nationaal Centrum voor Duurzaam bouwen (NDC) een projectbijdrage van € 111 951 verleend ten behoeve van de integratie van NDC in Senter Novem.

Ten behoeve van de integratie is aan het NDC in het kader van deelname aan de uitvoering van de 2e fase van het project stroomlijning kennisfunctie energie en milieu een projectbijdrage van € 33 023 verstrekt.

Voor deelname aan de uitvoering van de 3e fase van dit project is aan het NDC een projectbijdrage (gefaseerde uitvoering) van € 47 400 verleend.

Het NDC ontving een projectbijdrage van € 46 529 ten behoeve van de ondersteuning van het platform bewoner en duurzaam bouwen.

Voor de uitbreiding van de website «Nationaal Centrum voor Duurzaam bouwen met informatie over duurzame stedenbouw» is aan het NDC een projectbijdrage van € 26 180 verleend. In het kader van de integratie NDC-Senter Novem vindt uitbreiding van de website plaats met informatie over duurzame stedenbouw zodat een volledig beeld van duurzaamheid kan worden gepresenteerd.

Ten slotte ontving het NDC een projectbijdrage van € 10 674 voor een europees symposium ten behoeve van de uitwisseling van praktijkervaringen en presentatie van Nederlandse praktijkvoorbeelden.

Voor specifieke en reguliere adviestaken in 2005 is aan het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) een programmabijdrage van € 500 000 resp. € 300 000 verleend ten behoeve van het ontwikkelen en onderhouden van normen die zijn aangegeven in het Bouwbesluit.

In het kader van vervolgfinanciering van de Energy Performance of Building Directives (EPBD) ontving het NNI een programmabijdrage van € 208 572 ten behoeve van het ontwikkelen en onderhouden van CEN-normen in het kader van EPBD.

Als jaarbijdrage 2005–2006 is aan de Stichting Bouwkwaliteit een programmabijdrage verstrekt van € 606 793 voor het ontwikkelen en onderhouden van kwaliteitsverklaringen voor bouwproducten.

In het kader van het brandveilig ontwerpen en toetsen ontving de Stichting Bouwresearch een projectbijdrage van € 39 270 ten behoeve van de ontwikkeling van praktijkrichtlijnen i.v.m de brandveiligheid.

In het kader van de «Puur Wonen»estafette in Oost Brabant ontving de Stichting Puur Wonen een bijdrage van € 80 000 ten behoeve van het organiseren van themadagen met voorbeelden van duurzame woningen die door burgers bezocht konden worden.

Aan de Stichting VAC-punt wonen is voor het project «Allochtone Woonadviseurs» een bijdrage van € 30 000 verleend ten behoeve van het opleiden van allochtone vrouwen tot woonadviseur als intermediair tussen corporaties/gemeenten en de individuele allochtone bewoner.

In het kader van het project «Woonadviescommissies» ontving deze stichting een bijdrage van € 45 000 voor de ontwikkeling van modellen en instrumenten voor gemeenten/corporaties t.b.v. het opzetten van permanente woonadviescommissies met veelzijdige vertegenwoordiging.

Ook werd in het kader van de evaluatie van de woonkwaliteitwijzer aan de Stichting VAC-punt Wonen een projectbijdrage van € 5 985 verleend ten behoeve van de ontwikkeling van een handboek met aspecten van woning en woonomgeving die beoordeeld moeten worden bij de ontwikkeling van plannen.

Aan Tauw B.V. is een projectbijdrage van € 444 721 verleend voor het verkrijgen van inzicht in de actuele veiligheid van gasen electra-installaties in woningen.

De Vereniging Bouw- en Woningtoezicht (BWT) ontving een projectbijdrage van € 165 390 voor het instandhouden van de digitale vindplaats 2004–2007 t.b.v. de informatieverstrekking over bouw- en woning toezicht in gemeenten.

In het kader van het project «Financieel Rendement Duurzaam Bouwen» is aan de Universiteit van Twente een projectbijdrage van € 16 000 verleend voor een promotieonderzoek naar kosten en baten van duurzaam bouwen.

De Vereniging van Eigenaren (VvE) belang ontving een projectbijdrage van € 16 530 ten behoeve van het faciliteren van een stand op de beurs «Huis en Appartement 2004», specifiek gewijd aan duurzaamheidaspecten.

Artikel 04. Fysieke Stedelijke Vernieuwing

Toelichting op de beleidsmatige mutaties:

Instrument 04.10.02 Budget Besluit locatiegebonden subsidies

In 2004 was een totaal verplichtingenbudget van € 608 mln beschikbaar voor het nieuwe BLS (stand na 2e suppletore begroting 2004). Hiervan heeft € 569 mln een directe relatie met het ondertekenen van de 20 convenanten woningbouwafspraken. Van deze geplande 20 convenanten worden er echter hoogstwaarschijnlijk 5 in 2005 ondertekend. Dit deel van het budget wordt derhalve verschoven naar 2005.

Conform de bestuurlijke afspraak met de bij de woningbouwproductie betrokken partijen wordt het restantbudget aan de meerjarenramingen toegevoegd. Dit budget blijft beschikbaar voor de woningbouwproductie.

Incidentele subsidies (vermelding in Slotwet voor wettelijke grondslag subsidie)

Als financiële bijdrage STIP ontving het Kenniscentrum Grote Steden een programmabijdrage van € 1 000 000 ten behoeve van de uitvoering van het onderzoekprogramma grote steden.

In het kader van het vervolgonderzoek «Regionaal experiment Drechtsteden» is aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties een projectbijdrage van € 1 607 verleend voor het bezien van de mogelijkheden voor het voeren van een regionaal grote stedenbeleid.

In het kader van het excursieprogramma NIROV en IPSV, werkbezoeken Water 2004–2005 ontving het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een programmabijdrage van € 16 000 ten behoeve van kennisoverdracht over watergerelateerde IPSV-projecten.

Aan de SEV is een projectbijdrage van € 236 572 verstrekt ten behoeve van het samenstellen van een reeks folders voor kennisoverdracht over de thema's: beheer en veiligheid openbare ruimte, duurzaam bouwen, sport en kwaliteit bij herstructurering, betrokkenheid allochtonen bij herstructurering, duurzame herstructurering en water, open planproces, wonen boven winkels en bedrijven, funderingsherstel en palenpest.

In het kader van het Kennisprogramma 2004: handleiding duurzaam slopen ontving de SEV een programmabijdrage van € 24 667 ten behoeve van een handleiding voor gemeenten over duurzaam slopen o.b.v. ervaringen in Rotterdam en Den Haag.

Aan het Kenniscentrum Stedelijke Vernieuwing (Stichting KEI) is een programmabijdrage van € 284 248 verleend ten behoeve van kennisoverdracht en voorlichting op gebied van stedelijke vernieuwing.

Voor publieke kosten (gaan voor de baten uit) ontving de TU Delft Faculteit Bouwkunde een projectbijdrage van € 5 000 ten behoeve van een onderzoek naar de relatie tussen middelen, markt en ruimtelijke kwaliteit bij stedelijke herontwikkeling.

In het kader van de thema bijeenkomsten project «Impuls» is aan AEDES een projectbijdrage van € 20 000 verleend ten behoeve van kennisoverdracht over langer zelfstandig wonen van ouderen en mensen met een handicap.

In het kader van het project «Geef opvang de ruimte» is aan het Ministerie van VWS een projectbijdrage van € 20 000 verstrekt ten behoeve van het bevorderen van de uitstroom uit maatschappelijke opvang van dak- en thuislozen.

De Stichting NFGW ontving een projectbijdrage van € 15 000 voor de samenstelling van een handreiking voor initiatiefnemers ten behoeve van de opzet van groepswonencomplexen.

Aan de Stichting Woonkwaliteit is een projectbijdrage van € 20 000 verleend voor de ontwikkeling van een keurmerk om duidelijkheid te verschaffen voor aanbieders en vragers over de kwaliteit van opgepluste woningen.

Aan USUS is een projectbijdrage van € 15 000 verstrekt ten behoeve van een onderzoek naar mogelijkheden van grootschalige toepassing, i.h.b. door woningcorporaties, van domotica t.b.v langer zelfstandig wonen van ouderen en mensen met een handicap.

Artikel 06. Versterken ruimtelijke kwaliteit stedelijke gebieden

Instrument 06.14.03 Investeringsbijdrage Vijfde Nota uit FES-fonds

De verhoging van het volume aan verplichtingen wordt voornamelijk veroorzaakt door het aangaan van verplichtingen voor 6 grote BIRK projecten die worden gedekt uit het Fonds Economische Structuurversterking. Het betreft: Midden Delfland (€ 2 miljoen), Enschede Muziekkwartier (€ 14 miljoen) en Venlo (€ 9 miljoen).

Artikel 07. Verbeteren integrale milieukwaliteit op lokaal niveau

Toelichting op de beleidsmatige mutaties:

Instrument 07.18.04 Subsidies bodemsanering

De onderschrijding in de verplichtingen-sfeer ter grootte van € 19,3 mln is ontstaan doordat de recent gestarte Bedrijvenregeling nog op gang moet komen. Hierdoor is er ook € 1,6 mln onderuitputting in de kas ontstaan.

Instrument 07.18.06 Overige instrumenten bodemsanering

Een groot deel (€ 106,9 mln ) van de verplichtingenonderschrijding komt doordat er geen beroep is gedaan op de garantieregelingen i.h.k.v. de vrijwillige bodemsanering (Besluit borgstelling MKB/krediet Bodem en de Garantieregeling BF/NIB Bodem).

Artikel 09. Versterken ruimtelijke kwaliteit in Europees verband

Incidentele subsidies (vermelding in Slotwet voor wettelijke grondslag subsidie)

In 2004 had DGR zich ten doel gesteld decentrale overheden meer te betrekken bij de uitvoering van nationaal ruimtelijk beleid. Hiervoor zou een cofinancieringsregeling ontwikkeld worden. Met de cofinancieringsregeling zouden decentrale overheden financieel gestimuleerd worden om nationaal ruimtelijk beleid uit te voeren met Interreg-middelen. In de loop van het jaar is hier uiteindelijk van afgezien vanwege het ontbreken van vastgesteld beleid (de Nota Ruimte was nog onder bewerking). Er zijn wel subsidies met hetzelfde doel vertrekt maar deze hebben als grondslag de Wet Ruimtelijke Ordening en het besluit Ruimtelijke Ordening meegekregen.

Artikel 11. Tegengaan klimaatverandering en emissies

Toelichting op de beleidsmatige mutaties:

Instrument 11.30.01 Clean Development Mechanism

De verplichtingenonderschrijding van € 23,6 mln is te wijten het niet aangaan van een overeenkomst met Indonesië. De kas-onderuitputting ad € 9,5 mln is te verklaren doordat de IBRD en het CAF op een zodanig tijdstip betalingsverzoeken gedaan hebben, dat het niet meer in 2004 betaald kon worden.

Instrument 11.30.04 Subsidies Reductieplan Overige Broeikasgassen

De kasoverschrijding van € 6 mln komt doordat er bij de BANS-regeling zijn meer aanvragen gehonoreerd dan in eerdere jaren, hetgeen ook tot hogere voorschotten leidde.

Ontvangsten instrument 11.79.67 Overige ontvangsten

Frankrijk heeft op grond van de uitspraak van het Arbitrage Tribunaal, een bedrag terugbetaald aan Nederland. Dit bedrag resulteert na verrekening van de door Nederland vooruit betaalde bedragen voor de opslag van zout afkomstig van de Kalimijnen. De betrokken partijen vanuit Nederland zijn de ministeries van V&W, LNV, VROM en het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland.

Artikel 12. Beheersen milieurisico's van stoffen, afval en straling

Toelichting op de beleidsmatige mutaties:

Instrument 12.79.67 Overige ontvangsten

Bij het vaststellen van de aan Afvalverwerking Rijnmond toegekende schadevergoeding t.b.v. het sluiten van de draaitrommelovens, is ook een akkoord bereikt over een nog openstaande vordering van VROM op AVR i.v.m. vervuiling van de Lickebaertpolder met dioxine. Als gevolg daarvan werd een niet voor 2004 geraamd bedrag van € 2,5 mln ontvangen.

Incidentele subsidies (vermelding in Slotwet voor wettelijke grondslag subsidie)

Aan de UNEP is een vrijwillige bijdrage van € 100 000 toegekend voor het interim secretariaat van het Verdrag van Stockholm. Dat Verdrag stelt internationale regels aan persistente organische milieugevaarlijke stoffen (POP's).

Aan het secretariaat van het Verdrag van Bazel te Geneve is een subsidie van € 15 000 voor de organisatie van regionale bijeenkomsten toegekend, waarbij gesproken wordt over het tot uitvoering brengen van het Verdrag van Bazel.

Aan de UNEP te Geneve zijn twee subsidies toegekend ten bedrage van respectievelijk $ 58 542 voor het General Trust Fund van het Verdrag van Rotterdam en $ 188 035 voor het Special Trust Fund voor de implementatie van de Conventie van Rotterdam

Artikel 13. Handhaving

Instrument 13.79.52 Overige instrumenten IG

Mede door het verlies van specifieke kennis binnen de VROM-Inspectie – o.a. veroorzaakt door reorganisaties- zijn een aantal projecten getemporiseerd. Dientengevolge is er sprake van een kas onderuitputting € 4,8 mln en € 6,5 mln in de verplichtingensfeer op dit instrument.

Niet-beleidsartikelen

Artikel 15. Algemeen

Ontvangsteninstrument 15.99.01 Afdracht agentschap

Het positieve resultaat van het agentschap over het jaar 2003 heeft geleid tot een afdracht van het eigen vermogen aan het moederdepartement van € 55,1 mln. Deze afdracht is het gevolg van het feit dat het eigen vermogen van de Rgd is gemaximeerd.

Wetsartikel 2

Toelichting bij de begroting van het agentschap «Rijksgebouwendienst»

Baten-lastenoverzicht 2004

Opbouw vanaf de stand ontwerpbegroting naar de stand van de slotwet/rekeningBedragen in € 1000

 (1)(2)(3)(4)=(1)+(2)+(3)(5)(6)=(5)-(4)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingMutaties (+ of –) op grond van eerste suppletore begrotingMutaties (+ of –) op grond van tweede suppletore begrotingTotaal geraamdRealisatieSlotwet (+ of –)(+ = tekortschietend t.o.v. geraamd bedrag
 EUR1000EUR1000EUR1000EUR1000EUR1000EUR1000
Baten      
       
Leveren producten/diensten:      
Opbrengsten departementen999 474231 3241 230 7981 242 64211 844
Opbrengsten moeder88 9139 65898 57171 869– 26 702
Opbrengsten derden13 97413 97410 814 – 3 160
Bedrijfsvoering     
Rentebaten4 500– 1 5662 9344 0141 080
Overige baten  014 14214 142
       
Totaal baten1 106 861239 4161 346 2771 343 481– 2 796
       
Lasten      
       
Product huisvesting:      
P&M beheren van gebouwen53 913– 5 92947 98436 029– 11 955
Huren vanuit de markt243 99640 035284 031303 68219 651
Rentelasten274 80220 123294 925283 475– 11 450
Afschrijvingen235 73732 535268 272288 68820 416
Dagelijks beheer88 456– 24988 20772 191– 16 016
Mutaties voorzieningen78 90723 320102 227109 3447 117
Belastingen en heffingen22 4101 80324 21322 991– 1 222
Invest. buiten gebruiksvergoedingen64 865101 510166 375122 012– 44 363
Overige producten:     
Services24 1642 70026 86430 8133 949
Adviezen2 81012 64515 45516 199744
Beleid11 60946912 07810 834– 1 244
       
Overige lasten    4 4624 462
       
Totale lasten1 101 669228 9621 330 6311 300 720– 29 911
Saldo5 19210 45415 64642 76127 115

Kasstroomoverzicht 2004 Opbouw vanaf de ontwerpbegroting naar de stand van de slotwet/rekening

   (1)(2)(3)(4)=(1)+(2)+(3)(5)(6)=(5)-(4)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingMutaties (+ of –) op grond van eerste suppletore begrotingMutaties (+ of –)op grond van tweede suppletore begrotingTotaal geraamdRealisatieSlotwet (+ of –)(+ = tekortschietend t.o.v. geraamd bedrag
   EUR1000EUR1000EUR1000EUR1000EUR1000EUR1000
1.Rekening courant RHB 1 januari 2004183 07839 501 222 579222 5790
         
2.Totaal operationele kasstroom189 369– 7 678 181 691434 745253 054
         
 3a. -/-Totaal investeringen– 475 000– 4 000 – 479 000– 346 313132 687
 3b. +/+Boekwaarde desinvesteringen12 079– 2 079 10 00033 80023 800
3.Totaal investeringskasstroom– 462 921– 6 079 – 469 000– 312 513156 487
         
 4a. -/-Eenmalige uitkering aan moederdepartement – 55 145 – 55 145– 55 1450
 4b. +/+Eenmalige storting door moederdepartement      
 4c. -/-Aflossingen op lening– 172 200– 9 288 – 181 488– 273 426– 91 938
 4d. +/+Beroep op leenfaciliteit475 0004 000 479 000351 055– 127 945
4.Totaal financieringskasstroom302 800– 60 433 242 36722 484– 219 883
         
5.Rekening courant RHB 31 december 2004212 326– 34 689 177 637367 295189 658
 (1 januari +1–2+3)       
 (maximale roodstand 0,5 miljoen euro)      

Toelichtingen:

Baten, algemeen

In de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2004 waren de baten geraamd op € 1 106,9 mln.

Bij 1e suppletore begroting is de raming verhoogd met € 239,4 mln naar € 1 346,3 mln. Bij 2e suppletore begroting zijn geen mutaties verwerkt.

De realisatie is met € 1 343,5 mln slechts € 3,0 mln lager dan de bijgestelde raming. De verklaring voor het verschil betreft een lagere opbrengst van het moederdepartement (€ 26,7 mln) en een hogere realisatie overige baten (€ 14,1 mln) en hogere opbrengsten van de departementen (+ € 11,8 mln)

Baten, specifiek

Opbrengsten departementen

De opbrengsten departementen betreffen met name de gebruiksvergoedingen, die betrekking hebben op de verkregen opbrengst van ministeries op basis van de in het kader van het huur- verhuurmodel opgestelde interne verhuurcontracten.

De gerealiseerde opbrengsten departementen zijn + € 11,8 mln hoger dan geraamd bij de 1e suppletore begroting. Deze hogere opbrengst wordt met name verklaard doordat meer kleine huisvestingsprojecten zijn uitgevoerd.

Opbrengsten moeder

De opbrengsten moederdepartement hebben betrekking op de inputfinanciering buiten de huur-verhuurrelatie. De realisatie is € 26,7 mln lager dan de raming bij 1e suppletore begroting. De verklaring is dat de uitgaven van een aantal investeringsprojecten zijn vertraagd, tengevolge van het uitblijven van monumenten- en bouwvergunningen.

Opbrengsten derden

De opbrengsten derden hebben voor een belangrijk deel betrekking op de zorg voor de huisvesting van organisaties op het niveau van de centrale overheid, die (vrijwel) geheel worden bekostigd uit collectieve middelen. De verkregen huuropbrengsten van deze derden zijn € 3,2 mln lager dan geraamd.

Rentebaten

De rentebaten zijn een gevolg van positieve saldi op de rekening-courant en op depositorekeningen. De realisatie is € 1,1 mln hoger dan geraamd bij 1e suppletore begroting.

Overige baten

De overige baten van € 14,1 mln waren niet geraamd en hebben betrekking op meevallende afstootopbrengsten en positieve projectresultaten.

Lasten, algemeen

In de oorspronkelijke vastgestelde begroting 2004 waren de lasten geraamd op € 1 101,7 mln. Bij 1e suppletore begroting is de raming verhoogd met € 228,9 mln naar € 1 330,6 mln. Bij 2e suppletore begroting zijn geen mutaties verwerkt.

De realisatie van € 1 300,7 mln is € 29,9 mln lager dan de bijgestelde raming. De belangrijkste verklaringen zijn minder investeringen buiten de gebruiksvergoeding (– € 44,4 mln), minder kosten dagelijks beheer (– € 16,0 mln), minder P&M-kosten voor het beheren van de gebouwen (– € 12,0 mln) en minder rentelasten (– € 11,5 mln). Hiertegenover staat een verhoging van de afschrijvingen (€ 20,4 mln) en huren vanuit de markt (€ 19,7 mln). De rest betreft marginale mutaties.

Lasten, specifiek

Personele en materiële kosten beheren van gebouwen In de begroting 2004 is voor de personele en materiële kosten inzake het beheren van gebouwen een bedrag van € 53,9 mln opgenomen, dat bij 1e suppletore begroting met € 5,9 mln is verlaagd. Uit de realisatie (€ 36,0 mln) blijkt dat de beoogde kostendaling meer dan volledig is gerealiseerd.

Huren vanuit de markt

In 2004 zijn meer huurpanden in gebruik om in tijdelijke huisvestingsbehoeften te kunnen voorzien. De realisatie is hierdoor € 19,6 mln hoger dan geraamd in de 1e suppletore begroting.

Rentelasten

De rentelasten zijn € 11,5 mln lager dan geraamd in de 1e suppletore begroting.

De lagere rentelasten worden verklaard door de relatief grote aflossing in 2004.

Afschrijvingen

De totale afschrijvingskosten zijn € 20,4 mln hoger dan opgenomen in de raming bij 1e suppletore begroting. De verklaring is dat op een enkel object extra is afgeschreven om onverhuurbaarheid te voorkomen.

Dagelijks beheer

De kosten voor dagelijks beheer zijn aanzienlijk lager (– € 16,0 mln) dan de raming bij 1e suppletore begroting. Dagelijks beheer wordt gericht uitgevoerd op basis van uitgevoerde onderhoudsinspecties en meerjarige onderhoudsprogramma's.

Mutaties voorzieningen

De mutaties in de voorzieningen zijn slechts € 7,1 mln hoger dan geraamd bij 1e suppletore begroting. Het totale resultaateffect van dotaties minus vrijval is derhalve nauwkeurig geraamd.

Investeringen buiten de gebruiksvergoedingen

De investeringen die niet leiden tot een aanpassing van de gebruiksvergoeding betreffen met name kleine investeringsprojecten op verzoek van ministeries die veelal tijdens het uitvoeringsjaar bekend worden en daardoor moeilijk te ramen zijn. Het totaal aan deze investeringen is € 44,4 mln lager dan geraamd bij 1e suppletore begroting.

Toelichting kasstroomoverzicht

De realisatie van de operationele kasstroom is € 253,1 mln hoger dan geraamd, hetgeen onder meer wordt verklaard door beschikbare kasmiddelen voor de uitvoering van het project Rijksmuseum Amsterdam.

De lagere realisatie van de investeringskasstroom en de financieringskasstroom wordt verklaard doordat gedurende het jaar minder is geïnvesteerd dan vooraf was voorzien. Hierdoor zijn minder betalingen verricht.

Deze lagere investeringen leiden ook tot minder beroep leenfaciliteit (€ 127,9 mln).

De boekwaarde desinvesteringen is in 2004 € 23,8 mln hoger dan geraamd, omdat relatief veel objecten zijn verkocht in 2004.

De aflossingen op de lening zijn € 91,9 mln hoger dan geraamd bij 1e suppletore begroting, mede door de verkochte objecten, waarna voor deze projecten wordt afgelost op de bijbehorende lening die voor deze projecten is afgesloten bij het Ministerie van Financiën.

De eenmalige uitkering aan het moederdepartement betreft de afdracht voor het verschil tussen het feitelijke eigen vermogen per ultimo 2003 en het maximaal toegestane eigen vermogen voor Agentschappen (5% over de gemiddelde omzet over de afgelopen 3 jaar).

De hoogte van dit bedrag (€ 55,1 mln) was reeds bij 1e suppletore begroting bekend.

Naar boven